De nieuwe pensioenwet heeft ook invloed op het nabestaandenpensioen. Dat pakt in veel gevallen gunstiger uit voor je nabestaanden, maar onduidelijkheid over de regeling kan ook tot schrijnende situaties leiden, waarschuwde de AFM deze week. Zorg daarom dat je weet wat je zelf moet regelen.
Volgens Pieter van Egmond, pensioenjurist bij Klap Verzekeringsmakelaars, bestaat er over de veranderingen nogal wat verwarring. Het thema pensioenen is vaak zo ingewikkeld dat er van alles geroepen wordt zonder dat mensen precies weten hoe het zit, zegt hij. De nieuwe regels betekenen niet dat het nabestaandenpensioen erop achteruitgaat, integendeel. "In de meeste gevallen wordt het juist beter, de opgebouwde rechten blijven behouden, en daar komt de nieuwe regeling bovenop."
De Wet toekomst pensioenen is op 1 juli 2023 ingegaan, maar de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel gebeurt geleidelijk. Pensioenfondsen en -regelingen hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 de tijd om over te stappen. Dat betekent dat de nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen nog niet voor iedereen gelden. Pas wanneer je pensioenregeling is overgestapt, krijg je ermee te maken.
De grootste verandering zit in het partnerpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum. Tot nu toe bouwden werknemers daarvoor vaak tijdens hun loopbaan een pensioenpotje op. In het nieuwe stelsel werkt dat anders.
Het partnerpensioen is dan een risicoverzekering, gekoppeld aan je dienstverband en je salaris. Je partner en kinderen tot 25 jaar krijgen een percentage van je laatste loon, en het maakt niet meer uit hoeveel jaar je bij een werkgever hebt gewerkt. Welk percentage dat is, staat in de pensioenregeling die iedereen bij de werkgever kan opvragen. Staat er niets over nabestaandenpensioen in, dan krijgen je partner en kinderen ook niets.
De nieuwe opzet heeft een duidelijk voordeel: ook wie pas kort ergens werkt, is meteen goed gedekt, en iedereen wordt bij een werkgever gelijk behandeld. Een ander voordeel is dat je makkelijker weet waar je aan toe bent als je weet welk percentage nabestaandenpensioen bij jouw werkgever geldt. Er is ook een keerzijde: wie uit dienst gaat, verliest uiteindelijk ook de verzekering die bij die baan hoorde. Wie overlijdt ná de pensioendatum, merkt overigens niets van de wijziging: dan hangt het nabestaandenpensioen af van het opgebouwde pensioen.
Dat de dekking stopt na uitdiensttreding klopt, zegt Van Egmond, maar er is wel een vangnet. Na het einde van een dienstverband loopt de verzekering automatisch nog minimaal drie maanden door. Dat verschilt per pensioenfonds en verzekeraar: er kan ook een langere periode van zes maanden worden afgesproken. Volgens Van Egmond is dat een belangrijke verbetering. "De uitloopdekking zorgt ervoor dat je minstens drie maanden volledig verzekerd bent na een baanwissel. Je valt dus niet meer in een gat tussen twee banen."
Wie daarna een WW- of Ziektewetuitkering krijgt, blijft in principe ook tijdens die uitkering verzekerd. Wie geen nieuwe baan en geen uitkering heeft, moet zelf actie ondernemen. Onder voorwaarden kun je de verzekering vrijwillig voortzetten. De premie wordt dan betaald uit je opgebouwde pensioen. Je pensioen valt daardoor lager uit, maar je partner blijft wel gedekt. Dat regel je zelf met je pensioenfonds. Doe je dat niet, dan krijgt je partner bij overlijden na de uitloopperiode niets.
Ook de partner moet zelf in actie komen. Getrouwden en geregistreerde partners worden meestal automatisch doorgegeven via de Basisregistratie Personen (BRP). Samenwonenden moeten hun partner zelf aanmelden, en wie niet is aangemeld, krijgt bij overlijden soms niets uitgekeerd. Controleer dus ook of je partner jou wel heeft aangemeld.
Ook goed nieuws is dat de definitie van een partner is verruimd en gelijkgetrokken, legt Van Egmond uit. "Meer mensen gaan daardoor dus partnerpensioen krijgen. Overigens betekent dit ook fiscaal iets, want als je een partner hebt in de pensioenregeling ben je ook verplicht fiscaal partner."
De AFM wil dat uitvoerders actief nagaan wie recht heeft op partner- of wezenpensioen en duidelijk maken wanneer de dekking eindigt. Van Egmond vindt ook dat uitvoerders duidelijker moeten communiceren, al was de AFM-waarschuwing volgens hem niet bedoeld als kritiek op fondsen en verzekeraars.
"Het is zo ingewikkeld. Mensen overzien het niet voldoende. Het moet dus allemaal nog veel duidelijker, met nog meer communicatie. Wat mij betreft moet je meer werken met een default modus, dus een set aan standaardregels: het is geregeld, tenzij je zelf aangeeft dat je het anders wil."
Ook Nationale-Nederlanden pleit voor zo'n standaardoplossing. De verzekeraar wil dat een 'onbepaald partnersysteem' de norm wordt: zodra een deelnemer tijdens de opbouw overlijdt, wordt pas op dat moment vastgesteld of er een partner is, zodat een vergeten aanmelding niet leidt tot nabestaanden die met lege handen achterblijven.
Volgens Nationale-Nederlanden moeten werkgevers en uitvoerders mensen bovendien concreet laten zien welk inkomen hun gezin overhoudt na overlijden, en proactief uitleggen hoe ze de dekking kunnen aanpassen. Het advies aan deelnemers: kijk niet alleen óf er nabestaandenpensioen is geregeld, maar ook of de hoogte past bij jullie financiële situatie.
Source: Nu.nl economisch