DEN HAAG - Ze werkte net drie weken op haar nieuwe afdeling, in het extra beveiligde deel van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Alleen toegankelijk voor collega's die daar echt moesten zijn. Ze voelde zich er ook veilig en ging vrolijk naar haar werk. Dat ze uitgerekend daar werd aangevallen door een doorgedraaide collega die ze niet eens kende gaat haar bevattingsvermogen nog steeds te boven. 'Sindsdien is niets meer hetzelfde', vertelt ze tegen de politierechter.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.
Hetty komt op haar werk af op lawaai uit een kantoortje. Daar blijkt een collega van een andere afdeling telefonisch luidkeels ruzie te hebben met zijn vriendin. Ze vraagt hem of dat niet wat minder kan.
'Ik heb ervaring in het omgaan met agressieve klanten', zo vertelt ze de rechter. Maar die dag heeft ze niets aan die ervaring. 'In plaats van dat hij inzag dat hij problematisch was viel hij me aan en liet zich niet stoppen.'
Die dader, Cenk, heeft nog steeds niet helemaal door dat hij inderdaad het probleem is in dit verhaal. 'Zij benaderde mij heel agressief, zo van: hallo wij zitten hier te werken. Ik zat al in een woedeaanval vanwege mijn vriendin.'
'Ik deed juist de deur van het kantoortje open omdat ik hoopte dat iemand me zou kalmeren, maar ik kreeg alleen maar meer agressie en daarna ook nog pestgedrag. Ze respecteerden mijn grenzen niet. Ik zat gewoon heel erg in mijn emoties.'
De rechter stelt een retorische vraag: 'Heeft u die misschien niet onder controle?'
Cenk praatte in z'n woede nogal met consumptie, en een andere collega liet toen het woord speeksel vallen. 'Ik kreeg een pestende opmerking naar mij toe. Ik heb een lang pestverleden als puber. Als ze maar rustig waren gebleven.'
Dat Hetty vervolgens zegt dat ze de beveiliging gaat bellen doet bij de man alle stoppen doorslaan. Hij duwt haar tegen de muur van het kantoor, slaat haar tot ze op de grond valt en geeft haar dan een paar gerichte schoppen tegen haar lichaam en in haar gezicht.
'Hij was gefocust om mij het licht uit m'n ogen te slaan', vertelt Hetty. 'En hij liet zich door niets tegenhouden. Die trap. Hij keek me aan alsof de klappen nog niet genoeg waren, dat hij het erg vond dat ik nog steeds bij bewustzijn was en hij trapte me zo hard mogelijk.' Na de eerst trap verliest ze het bewustzijn.
Volgens de andere collega's zag het eruit alsof hij tegen een voetbal schopte. Hij schreeuwde 'Je kent me toch? Als ik jullie ooit nog tegenkom, maak ik jullie kankerdood!'
Hetty houdt er een gebroken neus en verminderd zicht in één oog aan over. Ze is inmiddels drie keer geopereerd. Toch vindt de verdachte zichzelf ook nog wel een beetje het slachtoffer. Hij is z'n baan kwijt. En ook de relatie is uit.
'Wat ik heb gedaan is sowieso fout. Daar heb ik ook superveel spijt van. Alleen ik vind wel... als ik iemand zie die heel agressief is, dan ga ik er niet agressief op af. En ook nog pesten en het dan nog erger maken door de beveiliging te halen. Dat komt heel verkeerd over.'
'Weet u wat verkeerd overkomt', vraagt de rechter. 'Als u op uw werk een privékwestie schreeuwend en scheldend wil oplossen. Dan bent u mij al kwijt hoor. En dan komen er twee collega's en "die respecteren uw grenzen niet"?'
Cenk werpt tegen 'ze hoeven toch geen olie op het vuur te gooien?' De rechter probeert het nog een keer: 'Het gaat erover: zij komen binnen, ze zeggen iets over speeksel, en dan loopt het zo uit de hand. Ik begrijp het niet, dat geeft gewoon een error in mijn hoofd.'
De verdachte zegt nog maar eens dat hij het niet zo heeft gewild. Hij blijkt behandeld te worden voor zijn pestverleden. Als het daarover gaat barst hij uit in een hysterische huilbui. 'Ik snap gewoon niet waarom het zo moet en waarom niemand me begrijpt', snikt hij.
Als hij weer wat tot bedaren is vraagt de rechter wat het zou betekenen als hij terug naar de gevangenis zou moeten. 'Dat vind ik heel erg, omdat ik het gevoel heb dat dat niks oplost. Dan voel ik me nog meer teleurgesteld in alles.'
De rechter wil nog één keer proberen of er een beetje zelfinzicht is bij de verdachte, en vraagt hem voor de derde keer of hij echt vindt dat Hetty het een beetje aan zichzelf te wijten had. Na enig aarzelen komt het antwoord: 'Nee.'
De officier van justitie vindt een celstraf onontkomelijk. 'Eén schop is al zes maanden, en daar komen dan nog de doodsbedreigingen bij.' De officier vindt zware mishandeling en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen.
'Toen ze op de grond lag heeft hij met kracht, met geschoeide voet, tegen haar hoofd geschopt op haar oog en neus. Dat zijn uiterst kwetsbare lichaamsdelen.'
'Het zijn ernstige feiten. Ze waren aan het werk in een omgeving waar geweld totaal niet wordt verwacht of getolereerd.' Hij eist een celstraf van zes maanden waarvan de helft voorwaardelijk, een taakstraf van honderd uur, meldplicht bij de reclassering en behandeling van Cenk's agressieprobleem.
Voor Hetty hoeft het eigenlijk niet. 'Ik heb gezien hoe agressief hij is geweest tegen een oudere, kleinere, vrouwelijke collega. Ik ben bang dat hij wraak komt nemen als hij een straf krijgt.'
De advocaat vindt een maximale taakstraf wel genoeg. Hij vindt 'je kent me toch' geen bedreiging. Daarmee bedoelde zijn cliënt juist dat de collega's hem kenden als een normaal persoon. Maar de collega's kenden hem helemaal niet, hij kwam van een andere afdeling.
De rechter is er snel uit. 'U duwt, slaat en schopt als een soort voetbaltrap, als raken wat je raken kan. Mensen moesten u tegenhouden, anders was u doorgegaan.' Hij vindt ook de doodsbedreigingen bewezen.
'Ik schrok toen het leek of u haar de schuld in de schoenen wilde schuiven, met dat niet respecteren van uw grenzen. Gelukkig voor u stelde ik die vraag aan het eind nog eens. Toen zei u het is mijn eigen schuld, en dat is ook de enige conclusie.'
Het pestverleden is volgens de rechter geen enkele rechtvaardiging voor zoveel geweld. 'Ik vind dat u terug naar de gevangenis moet.' Hij ziet geen meerwaarde in een taakstraf.
Hij veroordeelt Cenk tot zes maanden cel waarvan, waarvan één maand voorwaardelijk, met als voorwaarden de meldplicht en de behandeling.
De man blijft nog even peinzend zitten om tot zich door te laten dringen wat hij net heeft gehoord. Dan beent hij naar de uitgang, nadrukkelijk zonder richting Hetty en haar collega's te kijken.
De namen van Cenk en Hetty zijn gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag