Organiseren doe je niet los van leren en onderwijzen; ze vormen een drie-eenheid. Dat geldt ook voor de ongelukkige combinatie van deze drie in het leerstofjaarklassensysteem.
In zijn recente column in de Volkskrant bespreekt Erik Meester het probleem van leraren die het onderwijs verlaten. Dit draagt bij aan het tekort aan bevoegde leraren. En daar voeg ik aan toe: dit belemmert duurzame verbeteringen in leren en werken in scholen. Daarvan ondervinden leerlingen, leraren en schoolleiders de nadelige gevolgen.
Meester noemt vijf oorzaken waardoor leraren het werk in scholen voortijdig verlaten. Kort gezegd komen ze op het volgende neer: hoge werkdruk, gebrek aan professionele ontwikkeling, onvrede over de schoolleiding en het bestuur, onvoldoende begeleiding en een tekort aan onderwijskundige visie van de school. Hoewel de titel van zijn bijdrage suggereert dat oplossingen voor het oprapen liggen, worden oplossingen niet concreet gemaakt. De oorzaken moeten binnen school en bestuur worden aangepakt.
Maar hoe? Dit blijft onduidelijk.
Over de auteur
Jeroen Imants is auteur, onderzoeker en voormalig lerarenopleider.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een structurele hindernis voor duurzame verbetering van leren en werken in scholen ligt in de gangbare, eeuwenoude organisatiestructuur: het systeem van leerstofjaarklassen. Door decentralisatie en privatisering nemen de hiërarchie en de verantwoordingsdruk bovendien toe. Deze problemen doen zich voor in de organisatie van de school en moeten daarom als organisatieprobleem worden aangepakt.
Daar schiet de analyse van Erik Meester tekort. Gelukkig zijn er meerdere oplossingen voorhanden die op basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs worden ontwikkeld. De verzamelnaam daarvoor is ‘leren anders organiseren’ (LAO). En juist daarvan maakt Meester in zijn bijdrage een negatieve karikatuur.
Intussen zijn heel wat bronnen beschikbaar die de praktijken in LAO-scholen beschrijven. Een kernpunt in LAO-scholen is dat zij het anders organiseren baseren op een inspirerende visie op het leren van leerlingen. Het uitwerken van die visie draagt bij aan een uitdagende werkomgeving voor de leraren en ander onderwijspersoneel. Doorgaans gaat anders organiseren samen met samenwerking en teamvorming. Er ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de leerlingen met wie de leraren dagelijks werken. De omvang van dergelijke teams blijft beperkt.
Stroperigheid, praktische belemmeringen en individuele vrijblijvendheid worden aldus voorkomen. Deze zijn juist kenmerkend voor het leerstofjaarklassensysteem, met veel te grote teams op afstand van het werk met leerlingen. De meest invloedrijke omgeving voor professionele ontwikkeling is doelgericht en gezamenlijk werken aan duurzame verbetering van het onderwijs in de dagelijkse werkomgeving. Daar kan geen individuele nascholing buiten de school tegenop. De oorzaken voor het vroegtijdig verlaten van het werk als leraar worden in LAO-scholen tegengegaan.
Traditioneel georganiseerde scholen laten regelmatig oppervlakkige verandering zien in organisatie en didactiek. Een voorbeeld is de overgang van een rooster van 50 minuten naar een rooster van 60 minuten zonder een beeld van hoe het onderwijs daarvan beter wordt. Andere voorbeelden zijn de overhaaste invoering van iPads in het onderwijs zonder een visie op hoe leerlingen daardoor beter gaan leren en zonder concrete handvatten voor leraren die ermee moeten werken; het bij elkaar zetten van grote groepen leerlingen in grote studielokalen om individueel aan weinig inspirerende opdrachten te werken; of het inzetten van vrijwilligers gekoppeld aan een leraar die met lege handen staat als het gaat om het richten en ondersteunen van de bijdrage van die vrijwilliger.
Wat is er gemeenschappelijk aan dergelijke veranderingen? Ze doen een beroep op kostbare tijd en energie van leraren en leveren weinig of niets op. Vaak vervluchtigen ze na verloop van tijd en werken ze cynisme in de hand.
Organiseren doe je niet los van leren en onderwijzen; ze vormen een drie-eenheid. Dat geldt ook voor de ongelukkige combinatie van deze drie in het leerstofjaarklassensysteem. De praktijken in LAO-scholen laten zien dat veel mogelijk is. De verbetering kan meer of minder ingrijpend zijn.
Je hoeft niet de hele school overhoop te halen of te wachten op een landelijke verandering in stelsel en bestel van het onderwijs. Je kunt vandaag aan de slag. Het gaat om de gezamenlijke aanpak van schoolleiding, leraren en bestuurders bij het ontwikkelen van verbeteringen en om het meenemen van de ouders in dat proces. De leerlingen doen er hun voordeel mee.
Actieplan
Erik Meester beschrijft in zijn column doeltreffend de redenen waarom bevoegde docenten afhaken en de halfbakken ‘oplossingen’ voor tekorten, zoals onbevoegde docenten en flexroosters, en benoemt daarmee misschien wel impliciet een aantal belangrijke oorzaken van het dalende niveau van leerlingen.
De vijf redenen waarom docenten gedesillusioneerd het onderwijs, of in ieder geval de klas, verlaten, herken ik allemaal, tot en met het flexrooster. De banen die niet bijdragen aan goed onderwijs worden overmaats betaald, de docenten werken zich een ongeluk en mogen blij zijn als ze al een schaaltje stijgen. Zelf ervaar ik als voormalig bevoegd docent geschiedenis in het voortgezet onderwijs dat zijinstromen in het basisonderwijs daarnaast financieel zeer onaantrekkelijk is.
Ik zou de minister van Onderwijs willen aanraden Meesters column eens goed door te nemen en een actieplan te baseren op de vijf genoemde redenen om het beroep te verlaten. En betaal die docenten gewoon serieus goed. Je krijgt er bevoegde docenten mee terug, het draagt daadwerkelijk bij aan de kwaliteit van het onderwijs en wie weet levert dat op termijn ook nog eens herstellende PISA-scores op.
Walther van Mechelen, Amersfoort
Lerarenlek
Wat een uitstekende column van Erik Meester. Zullen we dan vanaf nu niet meer spreken van een lerarentekort, maar van een lerarenlek?
What’s in a name, kunt u zeggen, het resultaat is immers hetzelfde. Dat is een verleidelijke gedachte, maar aan het woord lerarenlek ligt de juiste analyse ten grondslag. We hebben meer dan genoeg gekwalificeerde leraren, maar zij verlaten gillend het vak. En dan ligt daar dus ook de oplossing. Zorg ervoor dat leraren zich kunnen ontwikkelen, verlicht de werkdruk, zorg voor goede begeleiding, goed management en sta voor een duidelijke onderwijsvisie.
Als dát wordt geregeld, sta ik morgen weer voor de klas.
Hilde Ligthart – De Kruiff, Tuitjenhorn
De column van Erik Meester is me uit het hart gegrepen. Niet alleen het lerarentekort, maar ook de hoge werkdruk en de teruglopende prestaties van kinderen zijn grotendeels te wijten aan de organisatie van ons onderwijs. We moeten af van kantoren met bestuurders en een almaar groeiend personeelsbestand.
Het geld moet op basis van het leerlingenaantal rechtstreeks naar de directies van de scholen. Hebben zij ondersteuning nodig, dan huren zij die in. Er blijft dan meer dan genoeg over voor voldoende gemotiveerd personeel, dat met autonomie kan werken in een prettige omgeving.
Maak ouders weer bestuur en toezichthouder, zoals nu nog bij besturen met één of twee scholen.
Kees Bouma, Groningen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant