Home

Wie schakelde dit moordkartel in voor de politieke liquidatie op een Iraanse journalist in Nederland?

Drie mannen stonden vrijdag voor de rechter vanwege hun rol bij de liquidatiepoging van de Iraanse journalist Siamak Tahmasbi in juni 2024 in Haarlem. Volgens de AIVD zat Iran waarschijnlijk achter de aanslag, maar de verdachten zwijgen over hun opdrachtgever. ‘Nee, nee, nee.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Het was 00.55 uur in de nacht van 5 juni 2024 toen journalist Tahmasbi, in Iran bestempeld als vijand van het volk vanwege zijn kritiek op het regime, op zijn noodknop drukte. Hij zag op beelden van zijn beveiligingscamera twee gewapende mannen onder het raam van zijn woning in Haarlem staan. De politie reageerde snel en kon de op de vlucht geslagen mannen niet ver van de woning van Tahmasbi aanhouden. Daarbij trof de politie telefoons en wapens aan.

Ondanks de arrestaties is tweeënhalf jaar later nog veel onduidelijk over de verijdelde aanslag, zo blijkt vrijdag op de eerste zitting van de strafzaak, waarvoor zes behandeldagen zijn gereserveerd. Wie gaf de opdracht en waarom?

De Nederlandse inlichtingendienst AIVD zei vorig jaar in zijn jaarverslag dat Iran waarschijnlijk achter de moordpoging zat. Eerder waren Iraniërs in Nederland doelwit van het regime. Het Openbaar Ministerie laat dat scenario in deze zaak buiten behandeling, vermoedelijk vanwege een gebrek aan bewijs.

Zwijgen of praten

Wel is duidelijk dat er een internationaal netwerk bij de moordpoging betrokken was. In toaal zijn er zes verdachten, van wie één nog voortvluchtig is. Twee van de drie verdachten op de voorste rij van de zittingszaal van het zwaarbeveiligde Justitieel Complex Schiphol komen uit Colombia. Een van hen is op verzoek van Nederland uitgeleverd. De twee – de een met capuchon op en de ander met zijn zwarte haren met gel strak naar achteren gestyled – laten niets los. Het vaste antwoord op vragen van de rechtbank, uit de mond van de vertalers: ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’

Het contrast kan haast niet groter zijn met de houding van een andere verdachte in de rechtszaal, Mehrez A. uit Tunis. Hij gaat uitgebreid in gesprek met de drie rechters, omdat hij vindt dat ‘iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen’. A. zit al ruim 2,5 jaar vast in Nederland en wordt uitvoerig bevraagd. In het Frans vertelt de verdachte, met kaalgeschoren hoofd en getrimde baard, geduldig en uitgebreid over zijn rol in ‘de missie’ en die van zijn medeverdachten.

A. werd samen met de Colombiaan Gabriël O. S. in Haarlem door de politie opgepakt. Volgens A. zouden ze samen de moord uitvoeren. A zou het raam breken en O. S. zou naar binnen gaan.

Onderzoekers troffen inderdaad het DNA van A. op de hamer aan. Ook vond de politie onder andere een doorgeladen semi-automatisch pistool. Daarop is het DNA van zowel A. als O.S. gevonden.

De grote baas

A. zegt de moordopdracht te hebben aangenomen omdat hij geld nodig had om uit Europa te vluchten (hij stond al langer op de lijst van Europol en Interpol). De liquidatie werd volgens het OM georganiseerd door de nog voortvluchtige Sami B.

B. zou op zijn beurt, zo verklaart A., voor ‘de grote baas’ werken. Wie dat is blijft onduidelijk. Een verzoek om een naam te noemen, beantwoordt A. met ‘Nee, nee, nee’. Zo blijft het gissen in hoeverre sprake was van een criminele organisatie met een hiërarchische structuur.

De vraag blijft ook of de moord had plaatsgevonden als journalist Tahmasbi niet op zijn alarmknop had gedrukt. A. verklaart dat hij en O.S. vlak van tevoren besloten zich terug te trekken. Dat zouden de twee onder meer hebben gedaan omdat er licht brandde in de woning van Tahmasbi. ‘Zou u de missie hebben uitgevoerd als het licht uit was geweest?’, vraagt de rechter aan A. ‘Dat kan ik u niet zeggen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next