DEN HAAG - 'Ik dacht dat het een vuilniszak was. Dat had ik in een fractie waargenomen. Dat was mijn beleving.' Dat het een mens bleek te zijn is het gruwelijke feit waar HTM-trambestuurder Paul A. (44) al 2,5 jaar jaar lang mee leeft. 'Elke dag word ik wakker met de gedachte hoe heeft dit kunnen gebeuren?' Het Openbaar Ministerie verwijt de man onoplettendheid en eist een schuldigverklaring zonder straf, omdat het inmiddels zo lang geleden is.
A. is de bestuurder van een tram op lijn 1 op zondagavond 24 maart 2024. Het is stormachtig weer, de straten en de rails zijn nat. De tram gaat richting Scheveningen. Op de kruising van de Scheveningseweg en Burgemeester Patijnlaan loopt het voertuig uit de rails.
Dan blijkt dat er een levenloos lichaam onder het voorste wielstel zit. Het gaat om een 37-jarige Poolse dakloze. Uit politieonderzoek blijkt dat hij al bij de halte Javastraat is overreden en daarna zeshonderd meter is meegesleurd. Alle botten in z'n lijf zijn gebroken.
Tijdens de rechtszaak tegen de trambestuurder deze vrijdag blijkt dat het slachtoffer voor de aanrijding uit een tram is gezet die richting Delft reed. Hij gedroeg zich agressief, reed zwart en was waarschijnlijk dronken.
Op camerabeelden is te zien dat hij op de halte Javastraat een ruit van een wachthokje kapot schopt, dan oversteekt naar het andere perron en vervolgens in foetushouding tussen de rails gaat liggen. Hij is helemaal in het zwart gekleed. Alleen z'n mutsje is wit.
Na ongeveer anderhalve minuut komt de tram van A. om de hoek bij Plein 1813. Hij moet stoppen bij de halte en rijdt 28 kilometer per uur. Net voor hij stopt rijdt hij over het liggende slachtoffer heen.
'Er waaien wel vaker vuilniszakken op het spoor', zo zegt A. tegen de rechtbank. 'Daar hoeven we niet voor te stoppen. Ik hoopte dat ik hem weer kwijt zou raken.'
De trambestuurder heeft bij de politie verklaard dat het voertuig een beetje omhoog kwam. Hij vond dat geen reden om te gaan kijken.
'Als je uitstapt zie je weinig in het donker. Ik dacht dat ik het niet hoefde te melden en hoopte dat de vuilniszak eronderuit zou zijn gegaan. Ik hoorde wel een ritselend geluid toen ik na vertrek de bocht omging. Dat past bij het meeslepen van een vuilniszak.'
Het Openbaar Ministerie verwijt A. dat hij niet goed heeft opgelet. 'Hij heeft ten onrechte een inschattingsfout gemaakt. Hij had moeten stoppen. Als trambestuurder heeft hij een verzwaarde zorgplicht. Hij heeft aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.' De officier van justitie vraagt om een schuldigverklaring zonder straf.
Volgens het OM doet de tram zes seconden over het rechte stuk rails van Plein 1813 naar de halte. In die tijd had de bestuurder het slachtoffer moeten zien voor wat hij was.
A. is het daar niet mee eens. Hij vertelt dat een bestuurder bij het naderen van een halte ook met andere dingen bezig is: de spiegels checken, kijken of iemand op het stopknopje heeft gedrukt.
Mogelijk keek hij ook al richting het stopsein verderop en naar een auto die op de kruising voorbij de halte dwars op het spoor stond, zo zegt zijn advocaat.
De bestuurster van die auto is volgens de verdediging een belangrijke getuige, omdat zij bij de tramhalte stopt en voorbij de halte nog een keer, mogelijk om te kijken of er een mens op het spoor ligt.
Maar ze rijdt door en heeft het dus ook niet gezien, concludeert de advocaat. Of dat echt zo is blijkt niet uit het strafdossier, omdat de vrouw in de auto niet gehoord wilde worden als getuige.
De advocaat is het eens met het OM dat haar cliƫnt een inschattingsfout heeft gemaakt, maar daar moet hij juist niet voor worden gestraft, zo vindt ze.
'Hij geen enkele verkeersregel overtreden. Hij reed niet te snel, hij was niet onder invloed, hij deed niks met zijn telefoon, zijn tram was in orde en hij deed geen bijzondere manoeuvre', aldus De Sitter.
Aan het begin van de zitting probeert ze om het OM niet ontvankelijk te laten verklaren, omdat er in het politieonderzoek fouten zijn gemaakt. Zo is de opname van het eerste verhoor van A. kwijtgeraakt.
Ook hoort de man te laat dat hij is aangemerkt als verdachte en is zijn telefoon onrechtmatig meegenomen. Het Openbaar Ministerie erkent de fouten. De rechtbank ziet geen reden om het proces daarom ongeldig te verklaren.
A. vertelt de rechtbank dat hij nog nooit een aanrijding of schade heeft gehad. Daar is hij trots op. Binnen de HTM is er wel aandacht voor objecten op het spoor, zo zegt hij, maar alleen in de opleiding. Er zijn geen herhalingsoefeningen.
In zijn slotwoord zegt hij: 'Ik kende de man niet. Ik heb hem nooit ontmoet, maar sinds die avond is hij elke dag in mijn leven. Ik ben trambestuurder. Dat is mijn leven. Ik ken mijn routes, mijn tram. Ik ben voorzichtig. Dat is mijn vak.'
'Ik dacht echt dat het iets anders kon zijn, anders was ik toch nooit doorgereden? Zelfs als ik niet op tijd had kunnen stoppen was ik toch niet twee haltes met een mens onder mijn tram doorgereden?'
De rechtbank doet uitspraak over twee weken.
Source: Omroep West Den Haag