Home

Ik ben er niet klaar voor om ook de herfst te verliezen aan de klimaatcrisis

is wetenschapsjournalist.

De herfst huilt. De herfst, die je leert dat het niet erg is om los te laten.

Het heet een ‘valse herfst’, las ik, wanneer sommige bomen na een lange droogte hun
bladeren veel te vroeg laten vallen. Het is een soort ultieme wanhoopsdaad; eerst hebben de bomen al van alles geprobeerd. Ze spraken hun eigen reserves aan en lieten hun stam krimpen. Ze sloten de huidmondjes op hun bladeren, waardoor ze normaal gesproken CO2 opnemen en water laten verdampen, om meer vocht vast te houden. En pas als dat allemaal niet heeft mogen baten, laten ze hun bladeren los, nog voor de herfst echt is begonnen. Verzwakt gaan ze de winter in – maar het is dat, of de dood.

Ik zag het in mijn stad gebeuren. De amberbomen kleurden in augustus al rood, de
kerspruim verderop in de straat staat sinds begin oktober in z’n blootje, de valse
christusdoorns bij het verzorgingstehuis zijn al weken vroegtijdig aan het novemberen. Op zandgronden bedekken zieltogende beuken de bosgrond met een premature laag bruin blad. In Engeland vertellen tuinders met pijn in hun hart dat na een verzengende zomer de berken niet goud kleuren, maar kaal worden.

Ik ben er niet klaar voor om ook de herfst te verliezen aan de klimaatcrisis – na een zomer die veranderde in een vijand waarvoor je binnen moest schuilen en een winter die alleen nog heel af en toe doet denken aan een kerstkaart of m’n jeugd. Zadie Smith schreef in haar essay Klaagzang om de veranderende seizoenen al eens over de winter: ‘Het is pijnlijk om terug te denken aan ‘vroeger’. Toen je de ontsteking van een stuk vuurwerk in de koude, droge grond duwde. Toen je op weg naar school de rijp op de hulstbessen bewonderde. Toen je op tweede kerstdag een lange, verkwikkende wandeling maakte in de winterse schittering. Hele sportvelden kraakten onder je schoenen.’

Dat zijn we al kwijtgeraakt, ergens, roekeloos als we waren. ‘We wisten natuurlijk wel dat de mens grote schade aan de planeet kan aanrichten’, schreef Smith, ‘maar zelfs de overmoedigsten onder ons hadden niet kunnen denken dat we het oorspronkelijke ritme en karakter van de aarde ook konden veranderen, net als een klein meisje dat de hele dag tegen haar vader heeft lopen gillen en brullen niet verwacht dat hij op een gegeven moment zelf huilend op de keukenvloer gaat liggen.’

De aarde verandert razendsnel door menselijke ingrepen en de klimaatverandering. Asha ten Broeke beschrijft elke maand waar dat pijn doet.

En nu huilt de herfst. De herfst, waarin scheikunde en magie hetzelfde blijken. Het seizoen waarin een boom stopt met nieuw bladgroen maken en zo veel mogelijk waardevolle stoffen uit het loof terugtrekt om te bewaren voor de winter, en zo voor een kort moment de gele xanthofyllen, oranje carotenen en roodpaarse anthocyanen in het blad onthult – bladkleuren die er altijd al waren, maar in de zomer overstemd werden door het groen.

De herfst, waarin je weer even jong genoeg mag zijn om door bergjes gevallen bladeren te schoppen. Waarin je gaat wandelen, net iets te koud in een trui zonder jas, maar wat maakt het uit, want je loopt met je hoofd omhoog, en kijk daar hoe prachtig die rode esdoorn afsteekt tegen de blauwe lucht, en daar het oranjegoud van de zomereik, en daar verderop, die gele boom, hoe heet die ook alweer?

De herfst, die je leert dat het niet erg is om los te laten. Die fluistert: je hoeft niet alles vast te houden, laat het maar gaan, laat het maar vallen, omarm het verlies, er is troost te vinden voor zij die zich durven overgeven aan de winter, want het draaien van de aarde gaat gewoon door, zonder dat je daarvoor hoeft te vechten, en de dagen zullen weer langer worden, en warmer, en voor je het weet sta je te bloeien in het zachtroze ochtendlicht van een opkomende lentezon.

Zoals Virgina Woolf schreef: ‘And all the lives we ever lived and all the lives to be are full of trees and changing leaves.’

Ik zou de kwijnende herfstbomen willen troosten. Tegen ze terugfluisteren: wees niet bang, het komt goed. We geven niet op, we gaan voor jullie zorgen, we keren het tij. Het ritme van de aarde is ons ook dierbaar.

Wacht maar af, zou ik willen zeggen. Er komt een tijd en dan zullen er meer bomen zijn. Meer bladeren. Meer regen. Meer leven. Meer magie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next