In de laatste aflevering van deze serie is het woord aan schrijver en zelfverklaard ‘frictie-architect’ Kiza Magendane. Hij ziet een mede door AI gladgestreken samenleving ontstaan, waarin fricties, spanningen en verschillen worden ontkend. ‘We elimineren onze authenticiteit.’
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
In de laatste aflevering van deze serie is het woord aan schrijver en zelfverklaard ‘frictie-architect’ Kiza Magendane. Hij ziet een mede door AI gladgestreken samenleving ontstaan, waarin fricties, spanningen en verschillen worden ontkend. ‘We elimineren onze authenticiteit.’
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘In een samenleving die door schijnharmonie wordt gekenmerkt, wil ik niet leven. Samenleven is voor mij aan elkaar verschijnen zonder masker, in imperfectie. Dan kunnen we met elkaar spreken. Maar als ik niet volledig mezelf kan laten zien omdat we verschillen gladstrijken, dan hebben we een schijnrelatie en wint de schijnharmonie.’
Een ‘frictie-architect’, zo noemt de 34-jarige politicoloog Kiza Magendane zichzelf, met de samenleving als het huis waaraan hij wil bouwen. Fricties, spanningen en verschillen zijn in dat bouwproces een gegeven, want ‘oude verhalen verdwijnen en we voelen ons onzeker over de richting die we moeten kiezen.’ In plaats van die fricties te ontkennen of te negeren, ‘waartoe de samenleving sterk neigt’, wil hij juist naar het ongemak. ‘Je moet fricties onder ogen zien en het gesprek erover aangaan. Dan kan er iets nieuws ontstaan.’
Nieuwe technologie, met AI voorop, ziet hij als ‘een paard van Troje’. ‘We denken er intelligentie mee te kopen, maar het maakt ons alleen maar afhankelijk van systemen en de belangen die erachter zitten. Bovendien gijzelt het ons denken. Wanneer mensen met AI foutloze mails schrijven en foutloze presentaties houden, zijn ze niet meer zichzelf, maar de acteurs van kunstmatige intelligentie.’
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Behalve ‘frictie-architect’ noemt Magendane zichzelf ook ‘fluisteraar’ en hij is schrijver. Bij uiteenlopende organisaties vervult hij die rollen, die hij zelf samenvat als die van ‘een kritische vriend, maar zonder opgeheven vinger’. Recentelijk voerde hij gesprekken bij accountants- en advocatenkantoren, consultancybureaus en ngo’s zoals VluchtelingenWerk Nederland. Bij die laatste rondde hij onlangs een uitvoerige interne discussie over Gaza en Israël af, die uitmondde in een ‘strategische synthese’. Daarnaast is Magendane columnist, enige tijd bij NRC en tegenwoordig bij Trouw. Ook publiceerde hij in 2021 het boek Met Nederland in therapie, een pleidooi voor een collectief gesprek over een nieuwe, gedeelde identiteit voor Nederlanders.
In dat boek vertelt hij ook over zijn tumultueuze jeugd. Geboren in Congo als buitenechtelijk kind, samen met zijn oma door de oorlog op de vlucht geslagen, terechtgekomen in een vluchtelingenkamp in Tanzania en sinds 2007 in Nederland – 15 jaar oud, in een azc, zonder kennis van de taal. Zes jaar later maakte hij deel uit van het bestuur van het CDJA, de jongerenvereniging van het CDA. Nog eens vier jaar later rondde hij zijn studie politicologie af, met een specialisatie in politieke theorie. De maatschappelijke erkenning die hem ten deel is gevallen, zag hij lang als ‘een belofte’, maar ‘het heeft mij geen verlossing gebracht. Ik heb behoefte aan erkenning en liefde die niet vluchtig zijn. Ik wil met mensen verkeren bij wie ik me niet hoef uit te leggen.’
Het tegengaan van schijnharmonie ziet u als een morele opdracht. Waarom is juist dat zo belangrijk voor u?
‘Het is een ontkenning van de realiteit. Het gladstrijken van tegengestelde belangen, wat je met die schijnharmonie doet, zie ik als een belediging voor onze diversiteit. Dat raakt me, omdat ik me in mijn leven voortdurend heb moeten aanpassen. Daarvoor heb ik vele maskers moeten dragen. Ik ben daartoe in staat. Het is een talent van me dat wordt gewaardeerd, ik weet hoe ik gevoelige onderwerpen kan aankaarten zonder mensen pijn te doen. Men heeft mij geroemd als scherpe denker en diplomaat. Vroeger beschouwde ik dat als een compliment, ik voelde me beter dan activisten die gevoeligheden minder goed wisten te verwoorden. Nu weet ik van mezelf: het is getraind, aangeleerd gedrag van een persona, het is niet wie ik ten diepste ben. Ik ben veel vuriger dan die bedachtzame diplomaat. Die laatste is waardevol in deze maatschappij, maar niet mijn essentie.
‘Momenteel schrijf ik een boek over hoe ik mijn stem verloor, terwijl ik in het publieke debat als een unieke stem werd gezien. Een paradox, ja. Door mijn achtergrond en mijn inzet kwam ik op podia en aan tafels waarvan ik als jongetje droomde. Maar langzamerhand merkte ik dat een stem in mij werd gedempt en dat ik minder moedig ging klinken. Dat beschrijf ik in dit boek. Het is mijn reis door een wereld waarin we steeds minder mogen verschijnen zoals we zijn.’
Kunt u dat laatste uitleggen?
‘We zetten bureaucratie en technologie in als instrumenten om onze complexe samenleving in goede banen te leiden. Daar ben ik natuurlijk niet tegen, maar wel tegen de doorgeschoten optimalisatie. Een bureaucratie heeft procedures nodig, maar inmiddels zijn we een procedurele samenleving. We hebben systemen ontworpen die gericht zijn op absolute antwoorden en zekerheden; halve of twijfelende antwoorden worden afgestraft. Daarmee elimineren we de authenticiteit die nodig is om werkelijk aan elkaar te verschijnen.
‘Bovendien wordt het fysieke gesprek steeds moeilijker gemaakt. Bij een probleem wil je kunnen zeggen: laten we om tafel gaan zitten en het gesprek aangaan. Dan is er sprake van frictie, waarvan je als mens kunt groeien. Maar dat wordt haast onmogelijk gemaakt. Mensen met macht zijn geobsedeerd door frictieloosheid, omdat ze er baat bij hebben dat bepaalde kwesties niet aan de orde komen. Daarmee beschermen ze de status quo en dus hun eigen belangen. In de ambtelijke wereld leidt dat tot het buiten de orde verklaren van onderwerpen of van een bepaalde toon. Ook wordt verantwoordelijkheid ontlopen: mensen worden gedwongen van loket naar loket, van afdeling naar afdeling en van ministerie naar ministerie te gaan, omdat niemand zich verantwoordelijk toont.’
Welke invloed heeft digitale technologie op het aan elkaar verschijnen?
‘Kijk, ik heb een smartphone, een smartwatch en oortjes. De technologie die via radio en televisie eerst bezit nam van de kamers in onze huizen, is nu onderdeel van ons lichaam geworden. Het is onze derde huid – de eerste huid is de fysieke, de tweede wordt door onze sociale omgeving gevormd. Ik heb er niet voor gekozen, maar heb als tweede huid de stempels ‘zwarte man’ en ‘Nederlander’ meegekregen. Onze derde huid is technologie en die heeft ons lichaam gekoloniseerd. We stellen het permanent bloot aan allerlei prikkels. Daardoor weten we niet meer zo goed wie we zelf zijn.
‘Dat heeft gevolgen voor de relatie met onze tweede huid, onze sociale omgeving. Laten we eerlijk zijn: we zijn cyborgs (wezens met biologische en kunstmatige onderdelen, red.) geworden. Door AI worden we nog verder gepolijst. We weten niet meer of degene die iets presenteert, zelf de drager van die kennis is of een AI-acteur.’
Dat doet iets met het vertrouwen.
‘Het woord is wat de mens uniek maakt. Je wilt erop vertrouwen dat het van de schrijver of spreker zelf komt. Maar met AI besteed je het woord uit aan een systeem dat dit vermogen imiteert. Als schrijver kan ik dat vertrouwen niet op het spel zetten; als ik AI zou gebruiken, zou ik worden afgeserveerd. Dat geldt ook voor journalisten. Maar dat vertrouwen staat wel onder druk. Iemand als tech-deskundige Alexander Klöpping laat zich er juist op voorstaan dat hij met hulp van AI schrijft. Ik vrees dat hij daarmee ons een spiegel van de toekomst toont.
Boektip: Limitarisme van Ingrid Robeyns
‘Ik zie Ingrid Robeyns als een van de grootste denkers van ons land. In dit boek maakt ze duidelijk waarom rijkdom moet worden begrensd. Op een planeet die eindig is, is een vermogensgrens in deze tijden van klimaatverandering en democratische erosie noodzakelijk. Daarmee kan de balans in onze maatschappij worden hersteld.’
‘Ik vrees vooral dat AI ten koste gaat van ons vermogen om samen iets te creëren. Zonder AI neem je aan een gesprek deel met je per definitie beperkte kennis, net als de andere deelnemers eraan. Je levert commentaar op elkaars inbreng, waarna je hopelijk tot iets komt, iets weet te creëren. Dat proces geeft aan: ik heb de ander nodig. Met AI verschijn je niet meer zelf, maar toon je een versie die je niet bent. Het is slecht voor onze cognitieve capaciteiten, maar ook voor onze sociale ontwikkeling.’
Kunt u een concreet voorbeeld geven?
‘Ik wil een dienst opzetten, FrictieLab, waarmee ik fricties probeer te benutten voor een beter begrip van elkaar. Met Claude Code (de programmeerassistent van AI-bedrijf Anthropic, red.) kan ik dat eindeloos doorontwikkelen. Daardoor kan ik een taal spreken die ik normaliter pas na tien jaar bloed, zweet en tranen zou beheersen. Die taal klinkt wel goed, maar is niet terug te voeren op doorleefde ervaring; ik ben niet de expert waar ik me met dat taalgebruik voor uitgeef. Zo ontstaat er een wanverhouding tussen wat ik met AI kan pretenderen en waar ik me werkelijk op kan laten voorstaan. Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor andere kenniswerkers, zoals accountants en advocaten, met wie ik over AI heb gesproken.’
Wat waren uw bevindingen?
‘Bij werknemers in dat soort kennisorganisaties viel me vooral hun vervreemding op. Ze voelen afstand tot hun leidinggevenden die klakkeloos AI-toepassingen omarmen en nieuwe AI-agents willen laten bouwen zonder zich in de gevolgen te verdiepen. Die leidinggevenden roepen wel iets over human in the loop (een mens blijft betrokken bij ieder AI-systeem, red.), maar willen vooral meer AI. De werknemers die ik sprak, stellen zichzelf wel fundamentele vragen – het verlies aan functies, en daarmee banen, is een reële bedreiging voor hoogopgeleide kenniswerkers.
‘De elite is druk bezig AI te benutten om nieuwe banen voor zichzelf te creëren. In de wereld van consultancy en advocatuur zijn AI-specialisaties in opkomst. Adviesfirma’s willen zich presenteren als specialisten die bedrijven met AI-toepassingen kunnen helpen. De vraag is of dat meer is dan een poging tot zelfbehoud. De kans is reëel dat ze bullshitbanen verzinnen die door AI zelf overbodig worden gemaakt.’
Hoe kijkt u aan tegen de gevolgen van eventueel massaal banenverlies door AI?
‘Dat gevaar is er zeker, maar ik zie dat niet als uitsluitend negatief. Het zou kunnen bijdragen aan een herwaardering van bepaalde soorten werk. Ik zou graag een maatschappij zien waarin het werk van de zorgverlener en de schoonmaker hoger wordt gewaardeerd. In het AI-debat mis ik de inbreng van mensen die uit de marge komen. Daar kom ik zelf vandaan, het zijn mijn soort mensen, ook al word ik aan tafel bij de machtigen uitgenodigd. Mijn hoop is dat mijn soort mensen dankzij AI, met haar toegang tot ontelbaar veel bronnen, mensen met macht beter leren bevragen. Onze inbreng zou kunnen helpen AI in te zetten voor meer medemenselijkheid.’
Hoe kijkt u naar de waarschuwingen dat AI-agents zich weleens tegen de mensheid kunnen keren?
‘Als je doorvraagt hoe dat precies zou kunnen, blijkt er altijd een keuze van de AI-makers aan ten grondslag te liggen: zij moeten die agents de ruimte geven. De omvang van die ruimte zou democratisch moeten worden getoetst. Bij deze discussie gaan mijn gedachten altijd naar de mensen die zich al veel langer afvragen of ze wel als mens meetellen. Ik hoop dat de bedreiging van AI ertoe leidt dat mensen uit de elite ook eens ervaren hoe het is om niet te worden gewaardeerd. Een gedeeld lot zou een bron van solidariteit kunnen zijn. Ik ben niet zo naïef om te denken dat die zomaar ontstaat; ik zie ook het streven naar zelfbehoud van groepen. Maar we zouden in ieder geval over die solidariteit een gesprek in alle eerlijkheid, dus zonder maskers, met elkaar moeten aangaan.’
Dit is de laatste aflevering uit de serie Het Ideaal. De eerste aflevering verscheen op 5 januari 2024.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant