Nelio Biedermann Zijn familiesaga Lázár is een internationale bestseller, maar de 23-jarige Zwitser kreeg ook kritiek omdat hij schrijvers uit de wereldliteratuur al te nadrukkelijk zou imiteren. „Zelf vond ik het juist leuk om al die invloeden in Lázár te verstoppen.”
Nelio Biedermann.
Nelio Biedermann is nog altijd verbaasd over het wereldwijde succes van zijn familiesaga Lázár. Overal waar hij optreedt zit de zaal vol bewonderaars. Zo ook in Nederland, waar sinds dit voorjaar meer dan 45.000 exemplaren van zijn roman werden verkocht. „In Duitsland is het al heel normaal dat er zoveel mensen naar me komen luisteren, maar dat het ook in het buitenland gebeurt, vind ik echt heel bijzonder.”
In de auteurskamer van zijn Amsterdamse uitgeverij, waar ik hem spreek, ligt de memoir van de Amerikaanse singer-songwriter Patti Smith op tafel. „Ik ben het aan het lezen omdat ik in november met haar optreed in New York”, zegt de 23-jarige Zwitserse schrijver.
Nelio Biedermann: Lázár.(Lázár) Vert. Kris Lauwerys & Isabelle Schoepen. Atlas Contact, 334 blz. € 24,99
In Lázár vertelt Biedermann de geschiedenis van zijn Hongaarse, adellijke familie, vanaf het einde van de negentiende eeuw, toen Hongarije nog deel uitmaakte van de Dubbelmonarchie, tot en met de Hongaarse Opstand van 1956, als de twee jongste telgen uit het geslacht Lázár, Pista en zijn zus Eva, naar het Westen vluchtten. Soms lijkt de roman een pastiche op het werk van de groten uit de wereldliteratuur, met Thomas Mann, Marcel Proust en Gabriel García Márquez voorop. Precies dat wordt de jonge schrijver door sommige critici kwalijk genomen.
„De eerste zin van dat boek heb ik heel vaak gelezen, omdat ik hem zo geweldig vind. Een eerste zin van een boek moet iets met de lezer doen. Dus ja, ik ben er ongetwijfeld door beïnvloed. Natuurlijk kwam daar kritiek op, maar die krijg je altijd wanneer je als schrijver enig succes hebt.”
„Iedere literatuur wordt beïnvloed door andere. Bij Thomas Mann werd indertijd ook meteen opgemerkt wie zijn grote voorbeelden waren. Zelf vond ik het juist leuk om al die invloeden in Lázár te verstoppen. Ik heb nooit ontkend dat die boeken belangrijk voor me waren en me hielpen bij het schrijven. Al moet je natuurlijk wel laten zien dat je uit die inspiratie iets eigens hebt gecreëerd. Zo heb ik Buddenbrooks enerzijds ter inspiratie gelezen, maar ook omdat ik wist dat als je een familiesaga in het Duits schrijft je altijd met dat boek vergeleken zult worden, of het nu goed of slecht is wat je doet. Als ik al iets uit Buddenbrooks heb overgenomen, dan had dat een doel. Ook daarom heb ik het gelezen. Bovendien is Mann mijn lievelingsauteur.”
„Daar kan ik echt boos van worden. Waarom zou een schrijver AI gebruiken? Ik schrijf omdat ik van schrijven houd. Zo’n beschuldiging laat zien dat mensen niet kunnen geloven dat een jong iemand zoals ik zo’n boek kan schrijven. Ik vergelijk mezelf heus niet met Thomas Mann, maar vergeet niet dat Mann vijfentwintig was toen hij Buddenbrooks schreef. Als je het dagboek van Anne Frank leest, kun je toch ook niet geloven dat een meisje van veertien zo goed kan schrijven?”
„Ik ben begonnen toen ik vijftien of zestien was, maar heb er niet onafgebroken aan gewerkt. Ik zat tenslotte nog op school. Toen ik merkte dat ik nog niet goed genoeg was, begon ik aan korte verhalen en mijn debuutroman Anton will bleiben. Maar steeds keerde ik terug naar Lázár. Keer op keer liep het op niets uit. Pas bij de vijfde poging wist ik hoe ik verder moest.”
„De geschiedenis van de Lázárs gaat behoorlijk gelijk op met die van mijn eigen familie. De historische gebeurtenissen in het boek zijn allemaal echt gegaan zoals ik ze beschrijf. Aanvankelijk dacht ik dan ook dat ik helemaal niet zo veel onderzoek hoefde te doen, omdat ik het meeste wel wist. Maar toen besefte ik dat ik veel kleine details niet kende, zoals hoe men zich vroeger kleedde en hoe men met elkaar aan tafel zat. Zulke details maken een boek levendig. Ik ben toen de meest banale dingen van het alledaagse leven gaan bestuderen.”
„Precies, maar vooral aan mijn oudoom, die heel lang in Zwitserland heeft gewoond, maar uiteindelijk naar Boedapest is teruggekeerd. Hij had een klein familiearchief opgebouwd met fotoalbums uit de jaren twintig en dertig, compleet met biografieën van familieleden. Dat heeft me echt geholpen.”
„Mijn grootmoeder, de belangrijkste bron voor dit boek, werd aan het einde van haar leven dement. Ze begon toen over haar leven te vertellen op de manier zoals ik het in mijn boek doe. Voortdurend haalde ze daarbij werkelijkheid en fantasie door elkaar. Zo vertelde ze op een dag, toen ik haar in het bejaardentehuis opzocht, dat mijn grootvader, die al voor mijn geboorte was overleden, ’s ochtends met haar had ontbeten. Een andere keer vroeg ze me eerst hoe ik het op school deed, om daarna te zeggen dat ze weg moest omdat ze op het jachtslot werd verwacht.”
„Ik was onlangs bij een Thomas Mann-bijeenkomst in Bazel en heb daar in mijn hotelkamer voor het eerst het verhaal Tonio Kröger gelezen. Ik raakte toen diep onder de indruk van Manns beschrijving van de manier waarop Tonio Kröger naar zijn geboortestad terugkeert en daar in zijn hotelkamer wacht tot het donker wordt om dan alleen nog maar uit het raam te kijken. Zulke verveling kent niemand tegenwoordig nog. We zitten nooit meer zomaar in een hotelkamer, want altijd is er die mobiele telefoon. Maar vroeger waren die verveling en leegte heel gewoon, dat merk je bij mijn personages.”
„In mijn boek staat een uittreksel met doodsoorzaken van de Lázárs. Dat lijstje lijkt behoorlijk op dat uit het archief van mijn oudoom. Ik schrok ervan hoeveel mensen uit mijn familie zich van het leven hebben beroofd. Zelfmoord was meer regel dan uitzondering.”
„Adam Soboczynski, de journalist die in Die Zeit als eerste een profiel over me schreef, is een Pool. Hij herkende zich in de thematiek van mijn boek en heeft me toen over zijn kinderjaren in Polen verteld. Die hele samenleving was depressief en had een collectief alcoholprobleem. Want terwijl het Westen na 1945 weer tot bloei kwam, kreeg het Oosten het communisme opgedrongen. Vrijheid zoals wij die kennen kregen ze er pas weer na 1989. Wij kunnen ons niet voorstellen wat dat communisme voor de bevolking in Midden- en Oost-Europa heeft betekend. Hongarije heeft in de twintigste eeuw ook nog eens zo veel regimewisselingen meegemaakt dat het eigenlijk onmogelijk is een roman over dat land te schrijven.”
„Tot 1918 maakte Hongarije deel uit van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, maar daarna raakte het door het Verdrag van Trianon het grootste deel van zijn grondgebied kwijt. Door met de nazi’s te heulen hoopte het die verloren gebieden terug te krijgen. Toen dat niet gebeurde en Duitsland de oorlog begon te verliezen, wilde Hongarije zich uit dat bondgenootschap losmaken en vrede met de geallieerden sluiten. De nazi’s bezetten het land daarop en deporteerden 400.000 Hongaarse Joden naar Auschwitz. Als Hongarije niet zo met de Duitsers had gecollaboreerd, was dat aantal nooit zo hoog geweest. Onder premier Viktor Orbán is met man en macht geprobeerd Hongarije als slachtoffer van de nazi’s neer te zetten. Er is zelfs een monument voor opgericht.”
„Ja, omdat we die moord op de Joden niet moeten vergeten.”
„Ja, schuld is zeker een belangrijk thema voor me geweest. Maar het begint niet met de oorlog, want eigenlijk zijn alle personages in mijn boek schuldig. Is het niet omdat ze een buitenechtelijke verhouding hebben en een kind van een ander krijgen, dan wel omdat ze zich niet om elkaar bekommeren of iemand verraden. Ik heb echter geprobeerd niemand te veroordelen. Zo laat ik met Lajos’ gewetensconflict zien dat hij wel degelijk een moreel kompas heeft. Hij weet dat hij iets verkeerd doet met het leeghalen van dat getto, maar brengt de moed niet op om anders te handelen.”
„Mijn familie bestond uit hofjuweliers en bankiers in Wenen, die oorspronkelijk Joods waren, maar in de negentiende eeuw tot het christendom overgingen. Hun Joodse achternaam Lázár veranderden ze toen in het Duitse Biedermann. De keizer verhief ze even later in de adelstand, waarna ze land verworven in Hongarije.”
„Door Stalins dood konden de Lázárs uit hun naoorlogse dwangarbeid op het platteland naar Boedapest terugkeren. Overal in mijn roman wilde ik de gevolgen laten zien van grote politieke gebeurtenissen op individuele levens. De grote lijnen daarvan staan in de geschiedenisboeken, maar door Stalin neer te zetten als een vergeetachtige oude man, die op een armzalige en eenzame manier sterft, krijgt zo’n abstracte historische gebeurtenis iets concreets. Stalins dood is even absurd als die van mijn andere personages. Veel critici hebben zich aan die Stalin-scènes gestoord, maar dat vind ik nou juist zo leuk. Ik houd van die onevenwichtigheid, ook in andere boeken. Romans moeten niet te perfect zijn.”
„Mijn vader heeft een klein reisbureau in de buurt van Zürich en ook mijn moeder werkt in het toerisme. We zijn doodgewoon middenklasse. Mijn vader hecht alleen aan goede tafelmanieren. Ik moet het dan ook niet in mijn hoofd halen om thuis met mijn ellebogen op tafel te zitten.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie