Home

Europeanen kunnen maar beter hun oren spitsen

Midterms De huidige economie gaf de doorslag voor de afrekening met Donald Trump. Maar de overwinning van de Democraten was al twintig jaar in de maak, schrijven Jacob Boersema en Madeleijn van den Nieuwenhuizen.

Maatschappelijk werkers en kiezers komen samen om de uitslag van de tussentijdse verkiezingen te vieren in San Diego, Californië.

Als je goed luisterde, kon je het horen. Bijvoorbeeld bij de Trump-rally in Rock Hill, South Carolina. Een verslaggever vroeg een Trumpaanhanger met een hoefijzersnor naar zijn politieke zorgen. „De prijs van olie moet omlaag,” zei hij beslist. En toen: „Ik denk dat truckers hun eigen oliebedrijven moeten bezitten, een gezamenlijk bezit van de productiemiddelen.” Maar dat is toch een socialistisch standpunt, vroeg de interviewer. „Nee, dat is niet hoe ik het zie, ik zie het gewoon als een manier om de dieselprijs te verlagen.” In de dieprode staat versloeg een paar dagen later de Democratische kandidaat de zus van de recent overleden Republikein Lindsay Graham, de eerste politieke flip in 22 jaar.

Jacob Boersema is socioloog en historicus, en geeft les aan New York University. Madeleijn van den Nieuwenhuizen is rechtshistoricus aan de City University of New York.

Ook peilingen wezen al in de richting van de politieke omwenteling, voorafgaand aan de verkiezingen. Trump’s populariteit was historisch laag, slechts 38 procent van de bevolking was positief over de president, de laagste waardering ooit van een president tijdens de midterms volgens CBS. Ruim 70 procent van de bevolking vond dat het met het land de verkeerde kant op ging. En bijna 90 procent van de Amerikanen zag de overheid als corrupt. 

Toch kwam de ‘blauwe tsunami’ aan Democratische winsten van de midterms afgelopen dinsdag als een verrassing. Sinds het trauma van 2016 durven we nauwelijks nog te hopen: liever een sprankje optimisme uit zelfbescherming wegwuiven dan opnieuw teleurgesteld worden. Maar het is zover: de MAGA-koorts die Amerika jarenlang in haar greep hield, lijkt plotseling te wijken. 

Economie

Niets leek Trump sinds zijn opkomst tien jaar geleden te kunnen raken. Van „grab ’em by the pussy” (2016), de Capitoolbestorming (2021) en zijn dubbele afzetting (2019 en 2021) tot zijn strafrechtelijke veroordelingen (2024), het vliegtuig uit Qatar (2025) en zijn zelfverrijking met cryptomunten (2026). Wat er ook gebeurde, de MAGA-achterban bleef zijn stem geven aan de architect van deze chaos. 

Geen wonder dat Europeanen hun Amerikaanse grote broer steeds meer als een gevaarlijke vreemdeling beschouwden en koortsachtig de kleine lettertjes van het (NAVO)bondgenootschap erop na sloegen. Een larmoyante Joris Luyendijk stelde vorig jaar: „Amerika heeft ons verraden, zo simpel is het.” Maar zo simpel is het natuurlijk zelden. Europa voelde zich door Amerika verstoten en raakte vervreemd van een bevolking die met opeengeklemde kaken bleef volhouden dat America First hen goed deed.

De Europese ontzetting ging voorbij aan de belangrijkste vraag: hoe verbreek je een betovering waar geen enkel argument vat op lijkt te krijgen? Hoe wek je een land dat onder hypnose verkeert? Juist over die vraag boog zich een nieuwe generatie Amerikaanse progressieven zich de afgelopen tien jaar. Met Wilders, Le Pen en het AfD in eigen midden kunnen Europeanen maar beter hun oren spitsen.

De eerste analyses van de midterms wijzen op een duidelijke afrekening met Trump. Maar de economie gaf daarbij de doorslag. Bijna negen op de tien kiezers noemden de kosten van levensonderhoud als belangrijke factor. En waar Trump in 2024 als rentmeester van de economie een flinke voorsprong had op de Democraten, vertrouwden kiezers ditmaal de Democraten meer dan de Republikeinen om de economie te besturen, met een verschil van 43 tegen 35 procent.

Je kan die omslag cynisch verklaren: maak de benzine duur genoeg en zelfs Amerikanen stemmen links. Maar daarmee mis je het belangrijkste deel van het verhaal. De overdonderende overwinning van de Democraten deze week was twintig jaar in de maak. 

Twee decennia geleden bracht Barack Obama’s verkiezingscampagne miljoenen mensen op de been , verbonden rond grote woorden als hoop, verandering en Yes, we can. Toch bleek die mobilisatie vooral te leunen op verkiezingstijd. En hoewel Obama economische ongelijkheid bombardeerde tot centraal vraagstuk na de financiële crisis van 2008, lukte het hem niet de schuldigen aan te wijzen. Daarvoor was de democratisch-socialistische senator uit Vermont wel in de wieg gelegd: Bernie Sanders fulmineerde in donderpreken tegen de miljardairsklasse en het systeem dat hen groot had gemaakt.

Jarenlang glimlachten zelfs zijn aanhangers geamuseerd wanneer de senator foeterde op de oligarchie. Maar niemand lacht inmiddels nog, behalve een handvol techbro’s in stalen bunkers. Gaandeweg trok zijn Fighting Oligarchy-tour tienduizenden mensen. Samen met Alexandria Ocasio-Cortez trok Sanders in het voorjaar van 2025 volle stadions. Zijn waarschuwingen vonden eindelijk een luisterend oor. 

Er gebeurde nog iets opmerkelijks. Na 2016 schoot het ledental van de Democratic Socialists of America (DSA) omhoog en veranderde van een kleine pressiegroep in een nationale politieke speler. Succesvol werd de focus verschoven van presidentiële verkiezingen naar kleinere nationale en lokale verkiezingen. Deze tussentijdse verkiezingen hielpen ze maar liefst zeven democratisch socialisten aan een zetel in het Huis van Afgevaardigden. De messiaspolitiek van Obama is ingeruild voor een duurzamere vorm van politiek, eentje die niet afhankelijk is van één verlosser.  

De New Yorkse burgemeester Zohran Mamdani, die in 2025 met steun van de DSA werd verkozen, gaf uiteindelijk Sanders’ abstracte kritiek op economische ongelijkheid een plek aan de keukentafel, waar Amerikanen in de rats zitten over de huur, de boodschappenrekening en de prijs van de kinderopvang. Tegenover de woede over de macht van miljardairs plaatste hij een aanstekelijke politiek van plezier: de belofte van een betaalbaarder en aangenamer dagelijks leven.

In de schaduw van het oprukkend fascisme slepen de democratisch-socialisten zo hun messen. De tweede Trumptermijn wordt niet bestreden met identiteitspolitiek, maar met een nieuw economisch verhaal. En dat bleek ook populair buiten de stad New York. 

Kent u die mop van de christen, de jood en de moslim die samen een grote tent binnenlopen? Het waren drie Democratische senaatskandidaten: James Talarico (Texas), Jon Ossoff (Georgia) en Abdul El-Sayed (Michigan). Alle drie wonnen ze. Het zijn zeer verschillende types en ze leggen andere accenten, maar hun campagnes draaiden om dezelfde belofte: een waardig en betaalbaar bestaan. 

Weg van Woke 1

Tijdens zijn campagne had de theoloog Talarico het erover dat „economische rechtvaardigheid drieduizend keer in de Bijbel staat”. Tegenover de haat van religieus rechts plaatste hij een eenvoudige boodschap: „Haat kan onze energierekeningen niet verlagen. Haat kan een kind niet leren lezen. Haat kan geen toekomst bouwen.” De voormalig documentairemaker Ossoff ontleedde Trumps corruptiepraktijken, schandaal voor schandaal, met de spanningsopbouw van een politieke thriller. Over de president zei hij: „Ja, het systeem is inderdaad gemanipuleerd, maar hij is dit niet aan het corrigeren. Hij manipuleert het opnieuw, in zijn eigen voordeel.” El-Sayed vatte zijn economische belofte samen in een campagnespot: „Lagere kosten. Betere gezondheidszorg. Meer tijd met elkaar.”

In hun pogingen deze kandidaten te stoppen, schuwen Republikeinen islamofobie, antisemitisme en racisme niet. Trump noemde El-Sayed een „jihadist” en terroristensympathisant en suggereerde dat hij eerst door een metaaldetector moest voordat hij de Senaat in mocht. In Georgia bleken mensen in de directe omgeving van Ossoff’s Republikeinse tegenstander Mike Collins openlijk racistische en antisemitische denkbeelden te verspreiden. Collins zelf deelde instemmend een video waarin een zwarte vrouw met apengeluiden werd bespot. 

Maar de grote tentaanpak van de Democraten, weg bewegend van wat AOC spottend ”Woke 1” noemde, bracht mensen uit verschillende groepen en klassen samen. Het werkte: Democraten herwonnen terrein onder jonge mannen, Latino’s en Amerikanen zonder universitair diploma. En paradoxaal genoeg gingen deze verkiezingen gepaard met historische primeurs: van de eerste zwarte vrouwelijke gouverneur tot de eerste islamitische senator en de eerste inheemse gouverneur. Het geheim van die grote tent is niet dat iedereen hetzelfde denkt, maar dat mensen met uiteenlopende achtergronden een gemeenschappelijk belang ontdekken.

Het echte werk begint in zekere zin nu pas. Want de problemen die escaleerden onder Trump begonnen niet met hem. De Duitse econoom Isabella Weber stelt in Antifascist Economics (2026) dat leiders als Trump kunnen blijven herrijzen wanneer we de architectuur van de economie niet fundamenteel veranderen. „De economie moet van de grond af opnieuw worden opgebouwd om de publieke macht te herstellen, een basis voor het levensonderhoud te creëren en een plafond te stellen aan privévermogen”, aldus Weber de ochtend na de uitslag. 

De komende twee jaar zullen voor het Democratisch Congres vooral in het teken staan van Trump inperken, begrotingspolitiek en het afdwingen van compromissen. De verkiezingen in 2028 zullen het eerste moment zijn dat er via een Democratische presidentscampagne een werkelijke hervormingsagenda verwezenlijkt kan worden. Dan moet er een plan klaarliggen.

De bittere les van de afgelopen jaren is dat fatsoen en medemenselijkheid simpelweg niet genoeg zijn om de democratie te redden. Daarvoor is een economie nodig die mensen bestaanszekerheid, waardigheid en plezier biedt. De hoop die Obama het land ooit voorhield, bleek tandeloos zonder een daadkrachtige agenda van economische rechtvaardigheid. Eindelijk ligt er een kans voor Democraten om dat te corrigeren.

In Europa zwelt ondertussen een nieuwe protestgolf aan, van Frankrijk en Spanje tot Portugal en Servië. Maar die energie omzetten in geïnstitutionaliseerde linkse slagkracht, zoals in de VS, vraagt om meer dan demonstraties en verkiezingsprogramma’s. Woede brengt mensen de straat op, maar geoliede collectieve organisatie – zoals bij de DSA – maakt er politieke macht van.

Met een frisse economische agenda van betaalbaarheid en rechtvaardige belastingen loopt Pro in Nederland voorop in de peilingen. De recente campagne Belast de Quote 500, niet gewone mensen is een veelbelovend begin. Een brede coalitie van onder andere Volt, SP, Partij voor de Dieren en vakbonden had binnen twee weken ruim 37.000 handtekeningen onder de petitie. 

In dit tijdperk van hyperpolitiek – zoals de Belgische politicoloog Anton Jäger deze tijd van hevige politieke emoties, maar zwakke organisaties typeert – ligt daar de uitdaging voor links: de onvrede omzetten in daadwerkelijke linkse macht. Kunnen we een tent spannen die zo groot is dat mensen van allerlei gezindten en achtergronden erin kunnen samenkomen?

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next