Home

Mannen die slachtoffer zijn van seksueel geweld doen nauwelijks aangifte door ‘negatieve’ houding politie

Zedenpolitie Seksueel misbruikte mannen doen nog minder vaak dan vrouwen aangifte bij de politie. Aangevers omschrijven politiecontact als ‘ontmoedigend’ en soms ronduit ‘vijandig’, blijkt uit politieonderzoek. „Als je als man veel emotie toont, ben je niet mannelijk genoeg.”

Een man vertelt dat hij jarenlang is mishandeld door zijn partner. Hij zou verkracht zijn, en tijdens die verkrachtingen ook zijn gewurgd en geslagen. De 25 jaar oudere pleger zou hem ook hebben gedwongen tot prostitutie. Het slachtoffer stapt niet naar de politie. Hij is ervan overtuigd dat politieagenten uitsluitend vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld willen helpen. Mannen zoals hij, meent hij, zijn „niet belangrijk genoeg om voor te werken.”

De verwachtingen en ervaringen van mannen die na een seksueel misdrijf contact hebben met de politie zijn zeer negatief, constateert recherchekundige van de politie Ceylan Yurdakul in haar masterthesis voor de Politieacademie Apeldoorn. Het politieonderzoek uit december vorig jaar, dat NRC in handen kreeg na een beroep op de Wet open overheid, is de eerste Nederlandse studie waarin diepte-interviews zijn gehouden met mannelijke slachtoffers van seksueel geweld over hun politie-ervaringen.

Het merendeel van de vijftien ondervraagde mannen beschrijft het contact met de zedenrecherche als „negatief”, „ontmoedigend” en soms zelfs „vijandig”. En respondenten die het contact grotendeels als positief beschrijven, delen óók negatieve ervaringen. Waar ligt de oorzaak van deze negatieve ervaringen en (hoe) probeert de politie dit te verbeteren?

Een half miljoen

Meer dan een half miljoen volwassen mannen in Nederland wordt elk jaar geconfronteerd met seksueel grensoverschrijdend gedrag, blijkt uit cijfers van het CBS. De groep mannen die aangifte doet is beperkt. Terwijl 11 procent van de vrouwelijke slachtoffers aangifte bij de politie doet, zo constateert expertisecentrum seksualiteit Rutgers, blijft dat aandeel bij mannen steken op 4 procent. Ook de politie ziet dat ze een aanzienlijke groep mannen niet bereikt. Eind oktober trok een coördinator mensenhandel van de Rotterdamse politie in het Algemeen Dagblad aan de bel toen ze sprak over de uitbuiting van jonge, soms minderjarige, mannelijke prostitués. „Het is een grote, maar verborgen wereld. Dat moet veranderen.”

Zorgen over maatschappelijke vooroordelen kunnen bij misbruikte mannen een aangifte in de weg zitten, zo staat in het rapport. Een van die misvattingen is bijvoorbeeld dat mannen zich tijdens seks altijd fysiek kunnen verweren en nooit bevriezen. Een ander vooroordeel: na een verkrachting of aanranding zouden mannen minder hulp nodig hebben dan vrouwen. Of: als een man tegen zijn zin met een andere man seks heeft, dan moet hij desondanks homoseksueel zijn.

Zeker als de pleger een vrouw is, weerhouden deze vooroordelen mannen ervan om aangifte te doen, blijkt uit Yurdakuls onderzoek. In géén van de gevallen waarin een vrouw dader was werd melding gemaakt, laat staan dat aangifte werd gedaan. De angst om niet geloofd te worden bleek te groot. Illustratief is de ervaring van een man die de aangifte tegen een vrouw niet doorzette omdat hij ervan overtuigd was dat zijn misbruikverhaal zou worden verdraaid „en dat ik dan als schuldige zou worden aangewezen”.

Homoseksuele mannen die tijdens een van hun eerste seksuele ervaringen geweld meemaken, zijn mogelijk ook minder snel geneigd naar de politie te stappen. Een jonge man vertelt hoe een docent hem dwingt tot orale seks en zijn hoofd vastklemt. Hij durft het eerst alleen aan een vriendin te vertellen. Pas maanden later stapt hij naar de politie. Het politiegesprek ervaart hij als een gedwongen coming-out: „Het is dubbel: het zijn twee dingen die je moet vertellen aan iemand die je niet kent. Als het me opnieuw zou overkomen dan zou ik vragen of ik iemand van Roze in Blauw [het politienetwerk voor de lhbti-gemeenschap] zou kunnen spreken. Omdat je dan je seksualiteit niet hoeft uit te leggen.”

Eerste contact

Mannen, constateert Yurdakul, hebben het gevoel de regie te verliezen zodra ze contact hebben met de politie. De man die door zijn ex werd verkracht en voor prostitutie vreesde, vertelt wat de agent in het eerste telefoongesprek zegt. Hij mag geen aangifte doen en het gedrag van zijn ex wordt geclassificeerd als stalking. Ook zouden de agenten zonder zijn instemming hebben besloten een telefonisch „stopgesprek” te voeren met de pleger. Hij schrikt zo van dat besluit, en is zo bang dat de pleger hem iets zal aandoen, dat hij hulp zoekt bij een zogenoemde Blijf-groep (gericht op slachtoffers van huiselijk geweld).

Omdat Yurdakul niet beschikbaar was om het onderzoek te bespreken, legde NRC criminoloog Janne van Doorn de conclusies van het onderzoek voor. „Meerdere studies laten zien dat de reactie in het eerste contact bepalend is voor in hoeverre iemand durft te vertellen over seksueel geweld”, vertelt de universitair docent in Leiden. Maar wetenschappelijk onderzoek naar slachtofferverhalen over seksueel geweld richt zich met name op vrouwen. „Het is bijvoorbeeld nog niet onderzocht of een man die slachtoffer is van seksueel geweld een betere of slechtere reactie krijgt als hij emotie toont.”

De criminoloog kan zich voorstellen dat agenten door maatschappelijke vooroordelen in hun eerste reactie tekortschieten. Ze wijst op stereotyperingen over hoe slachtoffers van verkrachting zich horen te gedragen. Het „ideale slachtoffer” vertelt huilend over seksueel geweld, maar geldt dat ook voor mannen? De stereotype man is sterk en toont geen kwetsbaarheid. „Als je als man veel emotie toont, ben je niet mannelijk genoeg. Als je te weinig emotie toont, ben je niet slachtofferig genoeg.”

Rol van de politie

De geïnterviewde mannen vertellen aan politieonderzoeker Yurdakul dat agenten slachtoffers soms afraden om aangifte of melding te doen wegens een gebrek aan strafrechtelijk bewijs. Ook kreeg een man te horen dat volwassen mannen geen prioriteit hebben. Andere geïnterviewden hebben ervaren dat de politie aan zogeheten „victim blaming” doet. Toen iemand vertelde over zijn contact met de pleger via de datingapp Grindr zou een agent hebben geïmpliceerd dat hij er vrijwillig had rondgehangen en wist wat er dan kon gebeuren.

Negen geïnterviewden kregen tijdens het seksueel misbruik te maken met een lichamelijke genitale respons zoals een erectie of ejaculatie, vertelden ze de politieonderzoeker. Hoewel deze reactie net als bij vrouwen volledig losstaat van instemming, twijfelen misbruikslachtoffers daardoor over de vraag in hoeverre de seks daadwerkelijk tegen hun wil was. Ze vrezen dat politie of justitie hun respons zullen uitleggen als een teken van instemming. Drie mannen hielden het alleen bij een melding en geen van de negen mannen die een genitale respons kreeg deed aangifte.

Het onderzoek legt de vinger op de zere plek, reageert voormalig zedenrechercheur Gerben Cabboort. Hij adviseert het landelijk zedenteam van de politie. „De mythes die over misbruikte mannen bestaan, worden nog een keer uitgelicht.” Hij benadrukt dat mannen wel degelijk óók aangifte kunnen doen als zij een genitale respons hebben. „Het is heel belangrijk dat deze kennis aanwezig is en wij delen dat ook actief met collega’s.”

Tegelijkertijd meent hij dat Yurdakuls onderzoek „niet representatief is voor hoe de politie anno 2026 te werk gaat”. Cabboort: „De meeste geïnterviewden spreken over ervaringen van tien jaar geleden.”

Cabboort en collega’s voeren tegenwoordig gesprekken met Slachtofferhulp Nederland en het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Daar kunnen slachtoffers 24 uur per dag terecht voor psychische, forensische en juridische hulp. Een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid – onderzoek dat alleen vrouwelijk slachtoffers onderzocht – laat „verbetering zien”. Maar ook wordt het beeld van Yurdakul bevestigd: de meerderheid van de vrouwelijke slachtoffers heeft geen fijne ervaring. „Er is steeds meer aandacht voor bejegening, maar onze primaire focus ligt op het strafproces.”

Het contact tussen politie en aangevers verloopt soepeler, zegt Cabboort, want er is meer maatwerk. Zo is het verplichte informatieve gesprek afgeschaft en gaan agenten niet langer bij elk misbruikslachtoffer een lijst met 48 punten langs die iemand moet weten voordat hij aangifte kan doen.

Meer schuldgevoelens en schaamte

Een van de gemeentes waar slachtoffers altijd terecht kunnen is Amsterdam. Sinds twee jaar heeft het CSG een eigen inlooplocatie. Daar wordt gekeken wat het slachtoffer wil en eventueel doorverwezen naar een slachtofferadvocaat, de politie voor aangifte of een psycholoog. Een casemanager begeleidt het proces.

Coördinator Aukje Bosman van het CSG Amsterdam vertelt dat er een wekelijks overleg met de politie is. Daarin is het ook mogelijk om specifieke casussen te bespreken als iets misgaat. Twee psychologen die met het CSG werken, willen niet geïnterviewd worden door NRC.

Bosman beseft dat de drempel om hulp te zoeken nog hoger is voor mannen dan voor vrouwen. „Mannen hebben vaker en meer schuldgevoelens en schaamte.” Een op de tien cliënten van het CSG is man, vertelt ze, terwijl een op de drie slachtoffers van seksueel misbruik een man is. Een van de misbruikte mannen vertelt aan Yurdakul dat hij zich niet welkom voelt in het CSG-pand. Burgemeester Halsema heeft het geopend als „een veilige plek voor meisjes en vrouwen”. „Als het zelfs de burgemeester niet boeit dat er ook mannen slachtoffer zijn, wie dan wel?”

Volgens Bosman is die opmerking met Halsema besproken en praat de burgemeester er tegenwoordig anders over. Deze maand staat voor het eerst een man op de campagneborden van de organisatie.

En hoe zit het met de hardnekkige vooroordelen bij de politie over mannelijke seksualiteit? „We werken er hard aan om die weg te nemen”, benadrukt zedenadviseur Gerben Cabboort. „Zowel in het onderwijs op de Politieacademie als via bijscholing worden verkrachtingsmythes besproken en ontkracht.”

Universitair docent Van Doorn is sceptisch. Het weinige wetenschappelijke onderzoek dat er is, toont aan dat bijscholing van politiefunctionarissen de houding tegenover zowel mannelijke als vrouwelijke verkrachtingsslachtoffers wel verbetert, maar dat het effect sterker is bij vrouwelijke slachtoffers. Van Doorn wijst er bovendien op dat de politie „niet open” is. Als een student onderzoek bij de politie doet, dan belandt een scriptie in een afgesloten archief. Onderzoek wordt door de politie soms enkel intern gebruikt. „Hierdoor kunnen we lastig hardmaken of er een probleem is of niet.”

De man die jarenlang mishandeld en verkracht zou zijn door zijn partner, vond hulp bij een Blijf-groep. Een medewerker hielp hem om aangifte te doen bij de politie. Daar miste hij „empathie”. De politie vroeg naar zijn idee niet door. En tot ver in het strafproces bleef de suggestie hangen dat hij zelf schuld zou hebben gehad aan het gewelddadige misbruik. „Homo’s houden wel vaker van ruige seks”, had een van de rechters opgemerkt.

Met medewerking van Wubby Luyendijk

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Politie, recht en criminaliteit

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next