Home

NRC had echte verantwoording moeten afleggen

Israël/Gaza Uit onderzoek bleek dat Nederlandse media niet neutraal berichtten over de genocide in Gaza. NRC toonde in reactie daarop onvoldoende zelfreflectie, vindt Sebastiaan Dekkers.

Trouw publiceerde vorige maand een onderzoek naar drie jaar Nederlandse verslaggeving van de genocide in Gaza door grote Nederlandse media. Helaas vond men een patroon: Israëlische bronnen kregen meer ruimte, hun uitspraken werden stelliger weergegeven en geweld tegen Palestijnen werd vaker in verzachtende termen beschreven. Het eerste grote (zelf)onderzoek naar jarenlange verslaggeving van één van de ergste misdaden die de wereld kent, namelijk genocide, was zeer kritisch over de rol van grote Nederlandse media.

De reactie van de NRC-hoofdredactie toonde weinig zelfreflectie: de krant had volgens haar „steengoede journalistiek” bedreven. De ombudsman van NRC wijdde zaterdag een paginagroot artikel aan het onderzoek (24/10). Na lezing overheerste bij mij teleurstelling. Ik kreeg vooral het gevoel dat zorgen van lezers werden erkend zonder dat de krant zich werkelijk hoefde te verantwoorden.

Sebastiaan Dekkers is ondernemer.

De ombudsman erkent dat de gevonden verschillen in taal- en brongebruik ook bij NRC zichtbaar zijn. Toch volgt nauwelijks een scherp oordeel over het handelen van de krant. De aanbeveling blijft vooral om het gesprek over mogelijke vooroordelen voort te zetten. Aan het slot staan voorbeelden van waardevolle NRC-journalistiek over Palestijns leed, die zouden moeten onderbouwen dat er wel genoeg aandacht is voor de genocide in Gaza.

Maar enkele uitstekende reportages weerleggen geen structureel patroon. Een krant kan indrukwekkende journalistiek publiceren en tegelijkertijd in zijn dagelijkse nieuwsvoorziening een eenzijdig beeld laten ontstaan. Juist een ombudsman zou die twee zaken naast elkaar moeten kunnen onderzoeken. En juist de afgelopen maand staan weer meerdere grote reportages over Israël en interviews met Israëliërs, zonder een Palestijns perspectief in de krant.

Bovendien las het stuk van de ombudsman vooral als een recensie van het onderzoek van Trouw. Het is de rol van de ombudsman om kritisch te kijken naar het eigen handelen, en niet dat van collega-kranten. Zo is kostbare ruimte voor zelfkritiek verloren gegaan. En waarom wordt de zelfverzekerde reactie van de hoofdredactie niet met dezelfde strengheid onderzocht?

Woordkeuze en beeldvorming

Waar had die zelfkritische blik over kunnen gaan? Dat schrijft de ombudsman zelf al. De journalistiek heeft zich in de afgelopen drie jaar ontwikkeld. Dan is er kennelijk ook een periode geweest dat de journalistiek niet steengoed was. En eigenlijk laat de NRC-redactie met de krant van dezelfde dag al zien dat ze nog steeds een blinde vlek heeft.

Op bladzijde 6 van de papieren krant stond namelijk een bericht over een aanval bij een militaire controlepost nabij Hebron en de daaropvolgende afsluiting van de Westelijke Jordaanoever. Het artikel vermeldde militaire slachtoffers. Vervolgens krijgt premier benjamin Netanyahu ruimte voor zijn verklaring dat een „grootschalige aanslag” op „onschuldige burgers” zou zijn verijdeld. Welke informatie ondersteunt die voorstelling van het beoogde doelwit? Het bericht geeft daar geen antwoord op.

NRC schrijft de uitspraak correct aan Netanyahu toe. Maar daarmee is de journalistieke taak niet voltooid. Een onbevestigde verklaring blijft het beeld van de gebeurtenis beïnvloeden, ook wanneer er aanhalingstekens omheen staan. In het artikel in de krant wordt niet één Palestijnse bron aangehaald. Omdat Israël structureel raadpleging van Palestijnse bronnen tegenwerkt, is daarmee sprake van propaganda. Bovendien is nadien vaak genoeg gebleken dat Israëlische communicatie onjuist is of niet te verifiëren. De krant zou dan ook kunnen besluiten om Israëlische functionarissen niet aan het woord te laten, of expliciet te vermelden dat het om propaganda gaat.

Het uitgebreidere online-artikel bevat wel degelijk kritische context over Israëlisch optreden. Ook worden Palestijnse organisaties aangehaald. Over de Palestijnse organisatie Hamas wordt daarnaast regelmatig, en ook in dit artikel, in een bijzin vermeld dat deze op de terreurlijst staat van de EU en de VS, een op zijn minst gedeeltelijk politieke lijst. Bij Israël wordt niet structureel gemeld dat het door internationale instanties wordt beschuldigd van apartheid (ICJ, 2024) en genocide (VN, 2024 en 2025).

Stel dat Oekraïense strijders een Russische militaire controlepost in bezet gebied aanvallen, waarbij de Oekraïners worden doodgeschoten. Poetin verklaart vervolgens dat een aanslag op burgers is voorkomen en kondigt aan een wijk te slopen. Zou NRC zijn lezing op dezelfde manier weergeven? Of zou de krant nadrukkelijker vragen naar bewijs en anders disclaimers plaatsen?

Ook de woordkeuze beïnvloedt de beeldvorming. Het woord ‘verzet’ kom ik in NRC-verslaggeving nauwelijks tegen. Dat woord maakt zichtbaar dat handelingen plaatsvinden binnen een verhouding van bezetting en tegenstand. Als die context naar de achtergrond verdwijnt, terwijl de bezettingsmacht zijn veiligheidsverhaal kan vertellen, ontstaat geen neutraliteit, maar het doorvertellen van propaganda. En over verzet hoeft echt niet kritiekloos geschreven te worden. Verzetsgroepen kunnen ook misdrijven plegen.

De krant en de ombudsman hadden hun eigen verslaggeving mijns inziens kritischer kunnen toetsen. En verder kunnen komen dan de erkenning dat journalistiek ingewikkeld is. Dit voelde als een poging tot geruststelling, waar juist een onafhankelijk oordeel nodig was. Onderzoek een reeks concrete berichten. Beoordeel waar brongebruik en formuleringen tekortschieten. Doe aanbevelingen en evalueer later wat daarmee is gebeurd.

Ik lees NRC omdat ik kritische journalistiek belangrijk vind. Diezelfde kritische houding verwacht ik wanneer de krant zelf onderwerp van onderzoek is.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next