Home

Opinie: Sta ook open voor het andere verhaal over datacenters

Een sterke en schone sector is het ideaal, maar wel langs een realistisch pad. Rekenkracht vraagt nu eenmaal energie. En Europese digitale soevereiniteit bereik je niet door te stoppen met bouwen.

Lange tijd was er weinig publieke aandacht voor datacenters. Datacenters functioneerden geruisloos aan de randen van onze steden, terwijl de Nederlandse economie er in toenemende mate op ging steunen: bij elke pinbetaling, elke videocall, elk patiëntdossier en elke belastingaangifte. Sinds begin 2025, met de terugkeer van Donald Trump als Amerikaanse president en de nauwe band tussen zijn regering en big tech, is dat beeld snel veranderd.

We zien nu moties in de Tweede Kamer en in gemeenteraden, kritische krantenkoppen en opiniestukken, en bezorgde omwonenden op inspraakavonden. Datacenters worden inmiddels vaak neergezet als grijze dozen, stroomvreters en waterslurpers. In korte tijd zijn ze van een vrijwel onzichtbare voorziening een maatschappelijk twistpunt geworden.

Op zichzelf is dat geen slechte ontwikkeling. Een samenleving die het gesprek voert over haar eigen fundamenten, toont volwassenheid. Maar wie het debat volgt, ziet dat emotie vaak de overhand heeft op analyse. Goede besluitvorming vraagt om een feitelijk en evenwichtig beeld.

Over de auteurs

Stijn Grove is algemeen directeur van de Dutch Data Center Association.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Reëel risico

De zorgen zijn begrijpelijk. Nederland is digitaal sterk afhankelijk geworden van een beperkt aantal Amerikaanse techbedrijven. Nu digitale technologie nadrukkelijk een geopolitiek instrument is geworden, is dat een reëel risico. Daarnaast vragen datacenters om stroom, water en ruimte in een land waar die schaars zijn. Het elektriciteitsnet is vol, de ruimte is beperkt en voor elke hectare zijn er vele gegadigden. Tegelijkertijd zijn deze zorgen niet uit het niets ontstaan. Ze zijn het resultaat van keuzes die we zelf hebben gemaakt.

Onze afhankelijkheid is in vijftig jaar opgebouwd. Overheden, bedrijven en burgers kozen steeds opnieuw voor de geavanceerde en goedkope diensten van big tech. Dat was een vrije keuze. Nu zijn we geschrokken en slaan we door. Zo sloot Amsterdam kort geleden de poorten voor nieuwe datacenters, terwijl de Rijksoverheid massaal overstapte op Amerikaanse clouddiensten. Dat is op zijn minst inconsistent.

De roep om digitale soevereiniteit klinkt luid, maar die wordt zelden geplaatst in de context van het mondiale netwerk en de Europese historie. Bovendien hebben we onszelf aangeleerd digitaal te zien als iets immaterieels. Termen als ‘cloud’, ‘cyberspace’ en ‘virtueel’ wekken de indruk dat alles zweeft. In werkelijkheid is digitale infrastructuur even fysiek als elke andere: het draait om kabels, chips, koeling, beton en stroom. Wie digitale diensten wil, accepteert ook de gebouwen die daarvoor nodig zijn, net zoals mobiliteit wegen vraagt en drinkwater waterleidingen.

Verantwoordelijkheid

Dat neemt niet weg dat de sector idealen heeft, zich bewust is van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en die verantwoordelijkheid al neemt. Datacenters verbruikten in 2024 bijna 5 procent van de Nederlandse elektriciteit. Dat is aanzienlijk, maar past bij het intensieve digitale gebruik in onze economie en samenleving. Van die stroom werd 99 procent duurzaam ingekocht.

Datathermie, ofwel restwarmte van datacenters, wordt in toenemende mate teruggeleverd, al valt bij de opschaling van warmtenetten nog veel winst te behalen. Het waterverbruik bedraagt 0,09 procent van het drinkwater, en steeds vaker wordt gekoeld met regenwater, industriewater of gezuiverd afvalwater. Bij werkelijke waterschaarste worden datacenters meteen afgeschakeld en gaan andere vitale sectoren voor.

Een sterke en schone sector is het ideaal, maar wel langs een realistisch pad. Rekenkracht vraagt nu eenmaal energie; het verbruik zal nooit nul worden. En soevereiniteit bereik je niet door te stoppen met bouwen. Juist Europese cloudaanbieders hebben capaciteit in eigen land nodig. Wie strategische autonomie nastreeft maar tegelijk elk nieuw datacenter afwijst, creëert schijnsoevereiniteit. De recente brand in een datacenter in Almere en de landelijke storing die daarop volgde, lieten zien hoe kwetsbaar we zijn. Onvoldoende capaciteit vergroot die kwetsbaarheid, in plaats van haar te verkleinen.

Visie

Wat Nederland nodig heeft, is één nationale datacentervisie in plaats van een lokale lappendeken. Aangewezen zones waar stroom beschikbaar is. Vergunningsprocedures van twaalf maanden in plaats van vijf jaar. En een overheid die haar inkoopmacht doelbewust inzet om ongewenste afhankelijkheden af te bouwen.

In het debat ontbreekt vaak een wezenlijk perspectief: dat datacenters óók een economische kans ijn. Ze vormen het zenuwcentrum van de moderne economie. Banken, ziekenhuizen, scholen en ondernemers zijn er volledig van afhankelijk, en die afhankelijkheid zal alleen maar toenemen. Niet voor niets wil de EU de datacentercapaciteit in 2035 verdrievoudigen en zijn datacenters het fundament van alle doorbraakprojecten uit het rapport-Wennink. Duitsland wil zijn capaciteit voor cloudcomputing verdubbelen en voor AI verviervoudigen. Wie hier niet in investeert, laat de inrichting van de digitale economie, en daarmee een belangrijk deel van het toekomstige verdienvermogen, aan anderen over.

In de energietransitie vormen datacenters het kloppende hart. De vurig gewenste windenergie op zee komt er niet vanzelf: windparken hebben grote, stabiele afnemers nodig om de businesscase rond te maken. Het zijn juist datacenters die langlopende contracten afsluiten. Plaats ze dicht bij de aanlandingspunten van windstroom en ze ontlasten het net in plaats van het te belasten. Dit scheelt miljarden aan netverzwaring voor TenneT en helpt daarmee de netkosten voor iedereen betaalbaar te houden.

Hun restwarmte kan bovendien nuttig worden ingezet: in woonwijken, kassen en zwembaden. En dat is in een tijd van hoge energieprijzen, leveringsonzekerheid en lage gasvoorraden een slim, onafhankelijk en goedkoop alternatief.

Dus nee, geen ongebreidelde groei. Maar evenmin een stupide slot op de deur dat ons op termijn duur komt te staan. Laten we de realiteit onder ogen zien en weloverwogen keuzes maken: welke datacenters willen we, waar vestigen we ze en onder welke voorwaarden? Soevereiniteit vraagt niet om luide woorden, maar om consistent beleid, gerichte investeringen en Europese samenwerking.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next