Twee jaar geleden besloot kunstenaar Jan Hoek iets nieuws te leren, en hij kwam uit op AI-kunst. „Dat kunst tijd moet kosten is een achterhaald idee.”
Er knalt siervuurwerk uit de oren van dj Joost van Bellen. Hij draait zich om en aan de achterkant van zijn hoofd blijkt hij nog een gezicht te hebben. Zijn mond gaat open en er rolt een lange, lichtgevende tong uit. Daarover kruipt een miniversie van Van Bellen, met een glanzend paars gezicht en koraalachtige uitstulpingen boven op zijn hoofd.
Het is een fragment uit de best bekeken video (bijna 38.000 views) op het aan AI-video’s gewijde Instagramaccount van kunstenaar Jan Hoek: @jantje666huntedportraithouse. Dat staat vol absurdistische filmpjes, vaak met mensen uit de kunstwereld als onderwerp.
Deze zomer was een aantal van die videoportretten te zien in Quickscan 3, een tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam over de stand van zaken in de Nederlandse fotografie. Van de twintig deelnemende kunstenaars was Hoek de enige die met AI werkt.
Dat AI-kunst in musea hangt is nieuw, zegt Jan Hoek (42), thuis op de bank in zijn Amsterdamse appartement, zittend op zijn modulaire bank waar zeker tien mensen op passen. Vanaf die bank kijk je uit op de trap naar de bovenverdieping. De treden zijn door kunstenaar Gijs Frieling beschilderd met een psychedelisch rood-groen motief. „Bij de Biënnale in Venetië dit jaar viel het me echt op dat veel kunstenaars met AI bezig zijn”, zegt hij. „Daarna zag ik bij Bozar in Brussel de tentoonstelling Picture Perfect, over schoonheidsidealen, met daarin drie AI-werken. En binnenkort opent in Museum Kranenburgh in Bergen een hele tentoonstelling over AI-kunst.” Hoeks werk is daar overigens niet in opgenomen.
Voordat hij met AI-filmpjes begon, fotografeerde Jan Hoek vooral. Hij had solotentoonstellingen in fotomusea Foam in Amsterdam en FOMU in Antwerpen en in het Stedelijk Museum in Schiedam. Zijn band met zijn modellen stond altijd centraal. Jarenlang fotografeerde hij Kim, een dakloze en heroïneverslaafde vrouw die ervan droomde om model te worden. Samen met modeontwerper Duran Lantink volgde hij een groep trans sekswerkers uit Kaapstad, met wie ze een boek, tentoonstellingen en modeshows maakten. In 2017 maakte hij de serie Scooters will never die, waarvoor hij samen met vluchtelingen uit Soedan en Kameroen – waar een traditie bestaat om scooters te customizen tot rijdende kunstwerken – zes scooters transformeerde. Eén scooter lijkt op een hamburger. Een andere is bezaaid met discolampen.
Tijdens een sabbatical van twee maanden in Thailand, in 2024, had hij zich voorgenomen iets nieuws te gaan leren. Na een mislukte paaldansles kwam hij uit bij AI-video’s. „Best gênant, maar dat kwam eigenlijk door de video’s van Trump.” Zoals de video waarin hij de Gazastrook had omgetoverd tot de ‘Rivièra van het Midden-Oosten’. Aan het eind liggen Trump en Netanyahu in zwembroek naast elkaar op een strandstoel. „Walgelijk. Exact het tegenovergestelde van alles waar ik voor sta. Maar toen ik het zag, dacht ik ook: hoe maak je dit?!”, zegt Hoek. „In die tijd werd AI vooral omarmd door extreem-rechts. Dat prikkelde me om te gaan onderzoeken of ik daar een eigen draai aan kon geven. En of we AI niet ook konden gebruiken om progressieve boodschappen naar buiten te brengen.”
Bij zijn zoektocht naar online cursussen kwam hij uit bij „een nerderige Duitser die slecht Engels sprak. Hij gebruikte AI vooral om een superheld van zichzelf te maken. De kennis was na een week al gedateerd, maar ik heb wel van hem geleerd welke AI-programma’s er toen allemaal waren. En dat je gewoon moet beginnen en experimenteren.” Dit is mágisch, dacht hij toen hij zijn eerste zelfportretten maakte in zijn Thaise hotelkamer. „Als ik als fotograaf een tentakel uit iemands buik wilde laten komen, moest ik protheses laten maken of heel lang photoshoppen. Nu stond het zo, hup, op mijn scherm. Opeens kon ik al mijn zieke gedachtekronkels omzetten in beeld.
„Dit is hoe het er in mijn hoofd ook uitziet. Als kind al. Als mijn vriendjes en ik elkaar vroeger gingen schminken met de make-up van mijn moeder, dan probeerde ik geen Superman te maken, maar een vieze, rottende huid.”
Maar dat zijn AI-video’s vaak iets goors hebben, is óók een reactie op de smaak van AI-tools, zegt hij. „Alles wat AI uit zichzelf uitbraakt is overdreven schoon. Interieurs zijn bijvoorbeeld altijd héél clean. Daardoor krijg ik zin om het heel erg vies te maken.” In de video’s van Jan Hoek staan er asbakken op groezelige vloerbedekkingen en zijn wc’s nooit gepoetst. Met beelden van bijvoorbeeld zwangere mannen probeert hij „rigide genderrollen en schoonheidsidealen op te fucken”.De techniek is sinds hij met AI begon enorm vooruitgegaan, zegt hij. „Ik vond het leuker toen er nog veel glitches waren. Ik hield wel van die esthetiek dat mensen zes vingers en vervormde gezichten hadden en zo. Dat zie je nooit meer.”
„Mensen zien mij als iemand die begaan is met gemarginaliseerde groepen”, zegt Hoek, die in 2018 No Limits! Art Castle begon, een ruimte in Amsterdam voor kunstenaars die minder toegang tot de kunstwereld hebben, bijvoorbeeld omdat ze neurodivergent, autodidact of dakloos zijn. Ook is hij oprichter van SAAC, een collectief van kunstenaars die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn. „Dat vinden sommige mensen niet rijmen met het gebruik van AI.”
Volgens Sam Altman, de ceo van OpenAI, het bedrijf achter ChatGPT, kost één gemiddelde ChatGPT-prompt ongeveer 0,32 milliliter water. Dat zijn zes à zeven druppels, maar met tientallen miljoenen prompts per dag loopt dat snel op. Dat zorgt ervoor dat veel mensen kritisch zijn op het gebruik van AI. „Een tijdje geleden was er een stagiair bij No Limits! Art Castle, iemand uit een heel politiek geëngageerde Gen Z-cirkel die even met mij wilde praten. Hij had mijn AI-filmpjes van meerdere vrienden doorgestuurd gekregen. ‘Dit is toch die persoon waar jij voor werkt? Die werkt nu met AI!’ hadden ze tegen hem gezegd, op een toon alsof ze een filmpje hadden gevonden waarop ik een hondje doodtrap.”Begin dit jaar vroeg een Belgische theatermaker Hoek om een videoclip en een campagnebeeld met AI te maken. „Een grote klus. Ik was al naar zijn voorstelling gaan kijken in Brussel en in Breda. Voor de zekerheid zei ik tegen hem: je beseft wel dat mensen een sterke mening over AI hebben, hè? Hij is gaan rondvragen en kwam geschrokken terug. Hij was bang dat hij gecanceld zou worden als hij iets met AI zou gaan doen.” De klus ging niet door.
Hoek voelt zich vaak „vies” als hij AI gebruikt, zegt hij. „Ik ben continu met mezelf in discussie of ik dit nog kan doen. Al die AI-bedrijven zijn onethische organisaties die als belangrijkste drijfveer hebben om zoveel mogelijk winst te maken. Ze zeggen allemaal dat ze bezig zijn met schoner worden, maar ze willen vooral een schoner imago.” ChatGPT gebruikt hij nooit. „Zij hebben contracten met de Amerikaanse overheid. Ik wil niks te maken hebben met een bedrijf dat software levert aan ICE [de immigratiedienst die met harde hand migranten uitzet].”
Hoek maakt zich ook zorgen over de stereotypes en aannames die AI versterkt. „Als je zegt: maak een mooie vrouw, dan krijg je een witte, jonge, dunne vrouw, meestal blond. Als je vraagt om een dokter, dan komt er altijd een wit persoon uit. Maar als je zegt een crimineel… Als ik een modeshow wil genereren, dan moet ik nadrukkelijk zeggen dat er mensen van kleur in het publiek moeten zitten, anders maakt AI iedereen wit.”
En, zegt hij, er zijn pijnlijke voorbeelden van kunstenaars wier auteursrecht geschonden wordt. „Er is een kunstenaar die haar geld verdiende met het kweken van schimmels. Daar maakte ze abstracte patronen, maar ook letters mee. Mensen huurden haar in om de naam van hun bedrijf in schimmelletters te laten maken. Nu maken mensen met AI letters in precies haar stijl. „Als ik op een knop kon drukken om AI te laten stoppen met bestaan zou ik die indrukken. Maar nu het er toch is en het ook echt niet meer te stoppen is, is het een tool die me héél veel opties biedt en waar ik stiekem veel plezier mee heb.”
Juist omdat Jan Hoek kritisch met AI omgaat, koos curator Guinevere Ras van het Nederlands Fotomuseum ervoor om zijn video’s te laten zien in de tentoonstelling Quickscan 3, die ze samen met Ruben Lundgren samenstelde. „Tijdens ons eerste overleg zeiden Ruben en ik meteen: we moeten iets met AI. Maar we voelden ook weerstand. We willen AI-gebruik niet stimuleren, alleen al vanwege de impact op het milieu. Maar Jan Hoek probeert AI te veranderen. Het valt niet te meten, maar ik ben benieuwd of zijn werk al invloed heeft op de algoritmes van AI.” Als fotomuseum, zegt Ras, is het „belangrijk om gesprekken over technologie en AI te blijven voeren.”
Tegelijk vindt ze dat er ook kritisch gekeken moet worden naar de vervuilende kant van fotografie zelf. „Denk maar aan de chemische middelen die nodig zijn om analoge foto’s te ontwikkelen, het energieverbruik van de belichting, enzovoort.”
Hoek ziet AI als een nieuw medium dat kunstenaars tot hun beschikking hebben, naast tekenen, etsen, boetseren. „Je moet net zoveel input geven, en net zo hard je best doen om er iets vernieuwends mee te maken als bij al die andere tools. Daarom zie ik het resultaat als mijn werk, en niet het werk van AI.
„Toen fotografie nieuw was, protesteerden schilders massaal tegen het idee dat fotografie kunst kon zijn. Omdat fotografen met één druk op de knop iets konden maken waar zij weken of maanden mee bezig waren, kon het nooit kunst zijn. Dat kunst tijd moet kosten, is een achterhaald idee.”
Overigens is hij met zijn videoportretten, die meestal niet langer dan een minuut duren, vaak meerdere dagen bezig. „Je moet echt alles zelf verzinnen, elk detail moet je prompten. Wat voor glans heeft de huid, hoe glad is de huid, hoe transparant?” Als het hem écht niet lukt om uit te leggen wat hij wil, dan maakt hij een tekening die hij vervolgens invoert. „Het irritante is dat al die AI-programma’s preutser zijn dan de gemiddelde kleuterjuf”, zegt hij. „Al zijn er wel verschillen. Ik weet precies welk programma iets meer toelaat wat horror betreft en welk programma coulanter is met naakt. Al blijft naakt héél moeilijk.” Grok, het AI-model van Elon Musk, liet dat een tijdje wel toe en toen is er in korte tijd een enorme hoeveelheid fakeporno geproduceerd van bestaande mensen.
Jan Hoek kent inmiddels trucs om bepaalde regels te omzeilen. Het woord ‘bloed’ mag niet, maar ‘rode vloeistof’ wel. ‘Pus’ ook niet, ‘gele vloeistof’ weer wel. „Ik had een video voor Damaris de Jong gemaakt, een actrice die de VPRO-jeugdserie Kontent [2024] over haar kont heeft gemaakt. Ik wilde haar kont tot leven laten komen, maar het woord kont kun je écht niet intikken. Toen heb ik een foto van Damaris ingevoerd en geprompt dat er op de achterkant twee grote perzikachtige bollen zitten. En dan moet je maar hopen dat ze op de juiste plek komen.”
Jan Hoek selecteerde voor NRC Magazine zeven van zijn favoriete AI-kunstenaars. De meesten ontdekte hij via Instagram. „Mijn hele timeline staat inmiddels vol met AI-kunst. Er wordt heel veel troep gemaakt, maar deze kunstenaars doen er echt iets vernieuwends en interessants mee. En ze hebben allemaal dezelfde worstelingen als ik. Ze zien AI als nieuw gereedschap dat mogelijkheden biedt, maar bevragen het ook kritisch.”
„Dit is een van mijn favorieten. Bernardo Martins is Braziliaans en woont in Berlijn. Hij maakt een soort lookbookfoto’s met modellen, waarbij hij het haar, de make-up en het hele gezicht genereert. En dat ziet er waanzinnig uit. Compleet surreal, maar tegelijkertijd ook heel echt. Die huid zo realistisch krijgen, dat is écht heel moeilijk. Modeontwerper Rick Owens heeft voor zijn laatste twee shows met Martins samengewerkt: zijn AI-creaties werden als uitgangspunt gebruikt voor het haar en de make-up van de modellen. Een positief voorbeeld van hoe AI effect kan hebben op de echte wereld.”
„Dit surrealistische Belgische account was een van de eerste die AI-video’s postte en heeft er ook aan bijgedragen dat ik dit ben gaan doen. Alles wat Florian Nackaerts maakt is heel goor en heel goed. ‘Body Horror Weirdcore Surrealism’ noemt hij het zelf. Er zijn een aantal elementen die altijd terugkomen: eieren, politieagenten, supermarkten, dolfijnen en wc’s. Al zijn filmpjes zien eruit als amateurvideo’s op Facebook uit 2012. Hij heeft een duidelijke eigen stijl en is daar consequent in. Dat maakt hem zo goed. Ik voel me thuis in zijn wereld.”
„Li Yi-Fan studeert aan de Rijksakademie in Amsterdam en vertegenwoordigde Taiwan dit jaar op de Biënnale in Venetië. Daar heeft hij een enorme installatie gebouwd met een film van een enge maar ook humoristische digitale pop die continu vragen stelt over AI die mij ook bezighouden: hoe beïnvloedt AI je kijk op de werkelijkheid? En hoe ging dat bij oudere technieken? Hij heeft in Venetië ook grote sculpturen gemaakt van dat digitale mannetje die in de zaal lagen. Mensen konden op zijn hand zitten terwijl ze naar de video keken. In januari is dezelfde installatie te zien in het Nederlands Fotomuseum.”
„Dit is een modeontwerper die helemaal hybride werkt. Hij genereert kleding via AI en maakt die soms ook in het echt. Hij doet fysieke modeshows, maar ook virtuele. Van de meeste ontwerpen op zijn account weet je niet of ze nu wel of niet in het echt bestaan. Het zijn écht mooie, bijzondere kleren en de modellen die hij genereert zien er ook altijd goed uit. De volgende keer dat ik naar Berlijn ga wil ik Taskin ontmoeten.”
„Jess MacCormack is een zeer politiek geëngageerde kunstenaar, die eerder bekendstond om prachtige, handgemaakte aquarelboeken over seksueel misbruik en trauma. Daarna is hen AI-kunst met pro-Palestijnse boodschappen gaan maken. Soms in de vorm van waanzinnige truien of bivakmutsen, waarvan ik zou willen dat ze echt bestonden. Inmiddels is Jess ermee gestopt, omdat hen AI toch te problematisch vond. Ik zou hen daar graag eens over spreken.”
„Charlie Engman is een kunstenaar, fotograaf en art director uit de VS, die internationaal wordt gezien als een van de eerste kunstenaars die experimenteerde met AI. AI wordt vaak gebruikt om een gepolijste, perfecte droomwereld te scheppen, maar hij omarmt juist de imperfecties en de glitches ervan. Je ziet vaak mensen en dieren met lichamen die net niet helemaal kloppen. Zijn beelden zijn heel filmisch en nostalgisch – ik vind ze gewoon echt heel mooi. Hij maakt al veel langer dit soort bewerkte foto’s, maar dan zonder AI.”
„Minne Atairu is een Nigeriaanse kunstenaar met een academische achtergrond. Dekolonisatie is een belangrijk thema in haar werk. Toen ze mooie, glossy beelden van traditionele Afrikaanse haarstijlen wilde maken, merkte ze dat AI er niks van snapte en witte schoonheid als uitgangspunt heeft. Het genereerde steeds dingen die helemaal niet kunnen en daar speelt ze mee. Hier heeft ze Mami Wata, een watergodin, afgebeeld met haar dat lijkt te druipen. Met haar werk wil ze de schoonheid van black hair eren, en tegelijkertijd kritiek geven op hoe niet-neutraal AI-programma’s zijn. Dit beeld is toch práchtig?”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie