Het leek voor premier Pedro Sánchez zo’n goed moment om voortijdige verkiezingen uit te schrijven in Spanje. Totdat de tweede grote treinramp in één jaar plaatsvond. Nu is het voor Sánchez haast onmogelijk het vertrouwen van de kiezers nog terug te winnen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over het Middellandse Zeegebied. Eerder was ze correspondent in Spanje.
‘Ik wil heel in het bijzonder Pedro Sánchez bedanken’, zei Óscar Puente, toen hij deze week zijn aftreden bekendmaakte na de treinramp bij Urda. ‘Ik moedig alle progressievelingen van dit land aan hem te helpen. Hij verdient het.’
Het is de vraag of deze hartenkreet van Puente, de voorheen populaire minister van Transport, voor Sánchez nog iets kan uitrichten. De positie van de sociaaldemocratische premier van Spanje is al tijden moeilijk. Door de corruptiezaken in zijn omgeving, die vreten aan zijn imago. En bijvoorbeeld door de massale komst van migranten naar Ceuta, en de machteloosheid waarmee zijn regering daar in de eerste weken op reageerde.
Iedereen wist dat Sánchez het moeilijk zou krijgen om herkozen te worden. Totdat Spanje dit najaar in de ban raakte van de woningcrisis, nadat een 87-jarige vrouw door vastgoedinvesteerders op straat was gezet. Sánchez greep zijn kans en schreef voortijdig verkiezingen uit. Ineens lag er een links thema voor het oprapen, waarmee hij de stembusstrijd naar zijn hand zou kunnen zetten.
Maar toen botste vorige week een hogesnelheidstrein in volle vaart op een andere, met 69 doden tot gevolg. Wat een goed moment voor verkiezingen leek, vanuit het linkse kamp bezien, blijkt nu juist het allerslechtste.
De regering van Sánchez is de afgelopen dagen overladen met kritiek. Groot misnoegen is er over de opmerking die transportminister Puente kort na de tragedie op het spoor maakte. Hij zei dat er een ‘menselijke fout’ aan het ongeluk ten grondslag lag. Een medewerker in de controlekamer op het Atochastation in Madrid had, onterecht, opdracht gegeven aan de machinist van de achterste trein om op volle snelheid door te rijden. Ook al stond voor hem een trein stil.
Hoe desastreus die fout ook was – de Spanjaarden namen het de afgelopen week op voor die man in de controlekamer. Want wie had de omstandigheden geschapen waarin die zijn werk moest doen? Wie had toegestaan dat er op het traject Madrid-Sevilla een verouderd beveiligingssysteem in gebruik was, dat vaak uitviel? Wie investeerde maar half zo veel in het onderhoud van het spoor als het Europese gemiddelde?
Het antwoord op die vragen luidde: in de eerste plaats Óscar Puente en diens voorganger José Luis Ábalos, die nu wegens corruptie in de gevangenis zit. En in de tweede plaats de PSOE als geheel, de sociaaldemocratische partij die de afgelopen acht jaar in Spanje aan de macht is geweest. Terwijl Puente talmde met aftreden, groeide de treinbotsing in rap tempo uit tot een symbool van slecht PSOE-beleid.
Treinreizen is in Spanje geen bijzaak. De hogesnelheidslijnen vormen een bron van nationale trots. Behalve China heeft geen land ter wereld zo veel kilometers hogesnelheidsspoor. Dat heeft betekenis, ook in het dagelijks leven. Spanje is uitgestrekt, maar de treinen houden Madrid en de rest van het land bij elkaar. De reis van Madrid naar Barcelona duurt slechts 2,5 uur. Even lang als de reis van Rotterdam naar Groningen, voor een afstand die bijna drie keer zo groot is.
Sánchez doet nu alles wat hij kan bedenken om het ‘geknakte vertrouwen’ in het spoornet te herstellen. De portefeuille Transport bracht hij onder bij Carlos Cuerpo, zijn vicepremier, tevens de meestgewaardeerde minister in zijn kabinet. De premier probeert het vertrek van Puente ook om te buigen in iets positiefs, iets onderscheidends voor links. ‘Wij zijn niet hetzelfde’, is de nieuwe leus, in verwijzing naar PP-politici die na een dodelijke ramp wél op hun post bleven zitten.
Maar het is de vraag of dat nog iets uithaalt, zo kort voor de verkiezingen later deze maand. Berna González Harbour, columnist voor El País, trok een vergelijking met verwelkende planten. ‘Soms lukt het om ze opnieuw te laten uitlopen na een goede snoeibeurt of een extra dosis mest, maar andere kwijnen onherroepelijk weg en dat kun je alleen maar accepteren. Ze vervangen.’
Zo leek er ook in Spanje iets op te bloeien, na de woonprotesten en in navolging van de inhaalslag die Lula da Silva maakte in Brazilië. Maar nee, schrijft González Harbour: ‘De strijd om de overleving van deze regering is verloren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant