DEN HAAG - In 1995 was het reden voor een feestje: alle 'jongens van de Haagse Marktweg' waren tegelijkertijd op vrije voeten. De VPRO legde het vast in een korte documentaire, waarin de groep te zien is die geregeld met de politie in aanraking kwam. Dertig jaar later blikken Raymond Zuidwijk, ook wel 'Sjors' genaamd, en Willem van der Toorn terug op die tijd. Wat is er van de jongens geworden en hoeveel is er veranderd in de Haagse straten waar ze opgroeiden?
'We zijn destijds neergezet als een soort tokkies, maar dat waren we helemaal niet', zegt de inmiddels 55-jarige Zuidwijk. 'We waren gewoon jongens van de gestampte pot en we hadden hier een mooie Haagse community.'
Hij ontkent niet dat er in die tijd weleens iets gebeurde. De grenzen werden regelmatig opgezocht en ook de politie kwam polshoogte nemen als er weer kattenkwaad werd uitgehaald. 'We pestten de politie.'
Zuidwijk herinnert zich nog een opvallende streek bij een speeltuin aan het einde van de Marktweg. Rondom de speeltuin stonden hoge, rode hekken. 'We hebben een keer één van die hekken losgeschroefd, een auto de speeltuin in gereden en het hek daarna weer teruggezet.'
De jongens verscholen zich achter wat bosschage in de buurt. Toen de politie arriveerde, hoorden ze de agenten zich hardop afvragen hoe de jongens dat voor elkaar hadden gekregen. 'Dat was lachen', zegt Zuidwijk.
Willem van der Toorn, inmiddels 68 jaar, kan zich nog helder voor de geest halen hoe de jongeren zich op straat vermaakten. Hij woonde jarenlang aan de Marktweg en zag hoe de groep zich ontwikkelde.
'Die jongens waren altijd bezig voor een clubhuis. De politie beloofde dat en de gemeente beloofde dat, maar het kwam er niet van', weet hij zich nog te herinneren.
De jongens van de Marktweg is een VPRO-documentaire uit 1995 (uitgezonden in het actualiteitenprogramma Lopende Zaken) die een rauw en ongefilterd portret schetst van een groep Haagse hangjongeren in de wijk Groente- en Fruitmarkt, op de grens van Transvaal en de Schilderswijk.
De camera registreert het dagelijks leven van hoofdpersonen onder wie Sjors en Willem op en rondom de Marktweg. Centraal in de documentaire staan hun openhartige gesprekken over het straatleven, de werkloosheid, evenals het 'kat-en-muisspel' dat zij speelden met de Haagse politie.
Van der Toorn besloot daarom zelf iets te doen. Beneden in zijn appartementencomplex had hij nog een kelderbox over, die hij ombouwde tot een klein clubhuis. De jongeren konden er terecht voor een hapje en een drankje.
'Ik had boven een babyfoon liggen. Als er wat aan de hand was, ging ik naar beneden om te kijken wat er gebeurde. Waren er moeilijkheden, dan werden ze er netjes uitgezet.'
Voor Zuidwijk was Van der Toorn veel meer dan iemand bij wie de deur openstond. 'Wim had een leidende rol. Iedereen luisterde toch wel naar hem. Hij heeft mij eigenlijk ook onder zijn vleugels genomen.'
De band met de buurt is er nog altijd. Hoewel nog maar een enkeling van de jongens uit die tijd aan de Marktweg woont, wordt Van der Toorn er nog steeds herkend en begroet. Een ontmoeting leidt al snel tot een praatje en herinneringen aan vroeger.
'We hadden hier gewoon een Haagse community, om het maar zo te zeggen', vertelt Zuidwijk. 'Tegenwoordig heb je allemaal buurtkamers, maar wij waren eigenlijk de voorloper van de buurtkamers en buurthuizen.'
Het clubhuis van Van der Toorn was voor de jongens veel meer dan een plek om samen te komen. Ze vonden er ook steun bij elkaar.
We spraken Raymond Zuidwijk en Willem van der Toorn op de plek waar het vroeger allemaal gebeurde:
De saamhorigheid werkte twee kanten op. Als het met Van der Toorn of zijn vrouw wat minder ging, stonden de jongeren klaar om te helpen met klusjes in huis. En als er onderling onenigheid was, kon het de volgende dag alweer goed zijn.
'Je sloeg elkaar in drieën en een dag later was het oudjaar, dan was het feest', vertelt Van der Toorn. 'Het is een mooie tijd geweest, maar dat is jammer genoeg voorbij.'
Het werk met jongeren bleef hem bezighouden. Toen in 1996 het eerste Haagse Hopje aan het Kaapseplein in de wijk Transvaal werd geopend, raakte hij betrokken bij het initiatief. Bij een Haags Hopje kunnen kinderen spelmateriaal lenen en worden activiteiten in de buurt georganiseerd.
Na ruim 25 jaar aan de Marktweg verhuisde Van der Toorn met zijn vrouw naar Scheveningen. Daar ging hij verder met zijn maatschappelijke werk. Na verschillende tijdelijke banen kwam hij terecht bij Kommunika, een buurtcentrum in Scheveningen-dorp, waar hij uiteindelijk zeventien jaar werkte.
'Bij Kommunika was alles echt binnen, op de Marktweg was alles buiten', verklaart Van der Toorn. Ook was er bij het buurtcentrum geld beschikbaar voor activiteiten. Aan de Marktweg moesten de bewoners het grotendeels zelf regelen. Volgens hem is dat nog altijd belangrijk: als er geen plek is waar jongeren samen kunnen komen, trekken ze de straat op.
Ook Zuidwijk is zich gaan inzetten voor de buurt. Hij heeft zijn gouden tand en Aussies achter zich gelaten en deed vrijwilligerswerk in Moerwijk. Hier probeerde hij opnieuw bewoners bij elkaar te brengen en een plek voor jongeren te realiseren. Tijdens dat werk kwam hij Richard de Mos tegen, die hem bij zijn politieke partij betrok.
Inmiddels is hij stadsdeelvoorzitter in Laak. 'Ik breng eigenlijk de straat naar de raad. Ik weet precies wat er leeft. Veel mensen zien dingen niet. In plaats van de politie pesten werken we nu goed samen', zegt hij. 'Dus ik heb mijn leven eigenlijk wel heel goed op de rit.'
Zijn eigen verleden helpt hem daarbij, benadrukt hij. Hij weet hoe jongeren met elkaar omgaan en wat er in een buurt speelt. Ook ziet hij overeenkomsten tussen de jeugd van tegenwoordig en de groep waartoe hij zelf in de jaren 90 behoorde.
'Kijk, dat zijn dus kwajongensstreken', zegt Zuidwijk, wanneer hij jongeren op scooters met een hoop geluid voorbij ziet scheuren. 'De cultuur van mensen die hier wonen is misschien veranderd, maar ze hebben dezelfde streken overgenomen. Dus op dat gebied is er eigenlijk niet veel veranderd.'
Toch is het leven in de wijk volgens hem wel degelijk veranderd. Hij ziet minder saamhorigheid en merkt dat mensen vaker op zichzelf zijn gericht. Waar vroeger de deuren openstonden en buurtbewoners elkaar gemakkelijk opzochten, ziet hij nu vaker gesloten gordijnen en beveiligingscamera's.
Ook jongeren brengen volgens hem meer tijd binnenshuis door. Dat vindt hij jammer. 'Ze missen echt een groot stuk sociale interactie.' Hij ziet hoe de openheid van vroeger plaats heeft gemaakt voor meer afstand tussen buurtbewoners.
Zelf kijken zowel Zuidwijk en Van der Toorn met veel plezier terug op hun tijd aan de Marktweg. Niet omdat alles goed ging, maar omdat er ondanks het gebrek aan geld altijd iets te doen was en de groep veel voor elkaar overhad. 'Het was echt een heel mooie tijd', zegt Van der Toorn.
Source: Omroep West Den Haag