Vier minus drei, gebaseerd op het autobiografische boek van Barbara Pachl-Eberhart, gaat niet alleen over het verlies van geliefden, maar ook over de vraag wat gezonde rouwverwerking überhaupt inhoudt.
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
Je zou kunnen denken dat clowns, als wezens die virtuoos balanceren tussen lach en traan, weten hoe ze zich zelfs in de afschuwelijkste situaties staande moeten houden. Logisch dat Barbara, werkzaam als Cliniclown, in Vier minus drei naar haar clowneske alter ego grijpt, niet lang nadat haar gezinsleven volledig is verwoest.
Geschminkt en al meldt Barbara zich in het kinderziekenhuis, klaar om te werken. Maar aan de slag mag ze niet meer. Het is ongezond dat ze nu alweer hier is, vindt haar baas. Bovendien weten de kinderen en hun ouders wat haar is overkomen, haar aanwezigheid zou te pijnlijk zijn. Dus wordt Barbara ook uit dít deel van haar bestaan gesmeten. Alsof er dan nog iets over blijft.
Het geregeld naar de strot grijpende Vier minus drei is gebaseerd op het autobiografische debuut van de Oostenrijkse pedagoog en schrijver Barbara Pachl-Eberhart, die in 2008 haar kinderen en echtgenoot verloor bij een verkeersongeval. Het gaat regisseur Adrian Goiginger en scenarist Senad Halilbasic niet alleen om Barbara’s verlies, maar ook om de vraag wat gezonde rouwverwerking überhaupt inhoudt. Niemand die voor Barbara kan bepalen wat ze moet doen of laten. En toch hebben allerlei mensen in haar omgeving een duidelijke mening erover.
Dat het in blauwe tinten gevatte rouwproces van Barbara wordt doorspekt met warmkleurige flashbacks – haar kennismaking met echtgenoot Heli, flarden van hun gezinsleven, enzovoort – is begrijpelijk. Toch voelen die scènes als onnodige onderbrekingen van het eigenlijke verhaal. Sterker zijn de scènes die je ook als toeschouwer voor het blok zetten. Is het wel zo verstandig van Barbara om de kleuterschool van haar zoontje te bezoeken? Wat haalt ze zich op de hals met haar onenightstands en dates?
Het camerawerk van Paul Sprinz wijkt amper van Barbara’s zijde. Steeds zit je haar dicht op de huid, ook op de schrijnendste en eenzaamste momenten. Een nabijheid die actrice Valerie Pachner moeiteloos verdraagt: vol nuances vertolkt ze Barbara als een vrouw op de rand van de afgrond, tastend naar licht en troost. Knap spel, dat de soms naar melodrama neigende film bij de les houdt.
Drama
★★★☆☆
Regie Adrian Goiginger
Met Valerie Pachner, Robert Stadlober, Hanno Koffler, Stefanie Reinsperger
121 min., in 36 zalen / te zien op Picl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant