Voetbalbroers Hoewel ze maar twee jaar schelen en lang bij dezelfde clubs speelden, stonden de broers Koopmeiners nooit samen op één veld in een officiële wedstrijd. Donderdag treffen hun clubs AZ en Juventus elkaar in Alkmaar voor de Europa League.
Peer (voorgrond) en Teun Koopmeiners in actie, tijdens een trainingskamp van AZ in januari 2020.
Op de avond van de loting in Monaco hadden ze met z’n allen zitten kijken. De spelersgroep van AZ, de trainers en de staf van het eerste elftal, samen rond een scherm in spelersruimte van het stadion in Alkmaar. Wie werden dit seizoen hun tegenstanders in de Europa League? Maakten ze kans? Met één druk op een knop zouden ze het weten.
Peer Koopmeiners had die vrijdag in augustus maar één uitgesproken voorkeur, vertelde hij afgelopen weekeinde. Juventus, en dan het liefst in Turijn. Een Europese grootheid, de recordkampioen van Italië, en bij de wedkantoren licht favoriet voor de eindzege. Maar boven alles: het team van zijn broer Teun.
Hun hele jeugd volgden ze dezelfde route. Begonnen met voetbal bij Vitesse ’22, de lokale amateurclub in hun woonplaats Castricum, waar hun vader Remco jeugdtrainer was. Rond hun elfde overgestapt naar de jeugdopleiding van AZ – Teun in 2009, de twee jaar jongere Peer in 2011. Tot aan het eerste elftal van de Alkmaarse club, waar beiden de aanvoerdersband droegen.
Toch liep dat pad nooit helemáál gelijk. Telkens als Peer (nu 26) een leeftijdsgroep opschoof, was Teun (28) alweer vertrokken. Toen de jongste broer bij AZ debuteerde in het eerste, verhuisde de oudste net naar Italië, waar hij bij Atalanta Bergamo ging spelen. Nooit stonden ze in een officiële wedstrijd samen op één veld, alleen bij twee vriendschappelijke ontmoetingen, in 2022 en 2024.
Deze donderdag komt daar waarschijnlijk verandering in, als AZ het in Alkmaar opneemt tegen Juventus. Een bijzonder moment, vindt Peer, al zal het wellicht ook vluchtig zijn. De agenda’s zitten op zulke dagen propvol, en na afloop vliegt Juventus meteen terug, hoorde hij. „Dus ik hoop dat mijn ouders Teun even kunnen spreken. Ik zie hem pas in de [spelers]tunnel, denk ik.”
Een portret van twee broers die in hun nieuwsgierigheid, toewijding en positie op het veld erg op elkaar lijken, maar in andere opzichten juist sterk van elkaar verschillen.
Wanneer Koen Stam, in het seizoen 2012-13 de coach van AZ onder-15, zich vroeg in de ochtend klaarmaakte voor de training, stond het veld meestal al vol gekleurde pionnetjes. Vanaf half acht was Teun Koopmeiners daar vaak voor zichzelf bezig, een half uur voor de groepssessie begon. „Hij wist al heel duidelijk hoe hij zich wilde ontwikkelen en wat daar voor nodig was. Best bijzonder voor een 14-jarige.”
Nu kwam dat in de lichting van de oudste broer vaker voor, herinnert Stam zich. Zijn groep, met onder anderen ook Calvin Stengs, stond binnen AZ te boek als heel beloftevol. Maar toen Stam vijf jaar later, inmiddels als trainer van de onder-19, kennismaakte met Peer, viel hem dezelfde leergierigheid op. „Rond het voetbal, maar ook daarbuiten. Hoe kon hij beter slapen? Wat kon beter qua voeding?”
Vanuit huis kregen de broers veel aangereikt, zag Stam. Vader Remco is opgeleid tot sport- en prestatiepsycholoog, en moedigde met zijn vrouw de zelfstandigheid van zijn zoons aan. Waar andere ouders na afloop van wedstrijden soms aan het analyseren slaan, stelden vader en moeder Koopmeiners juist „de goede vragen”, merkte de trainer. „Wat ging er goed? Wat niet? Daardoor leer je als speler zélf te reflecteren.”
Peer Koopmeiners (links, springend) viert de 3-0 in de bekerfinale van vorig seizoen. Teun Koopmeiners (foto rechts) na een doelpunt in augustus dit jaar.
Die drang tot zelfontplooiing lijkt in een topsportomgeving heel gewoon, maar is het niet, weet Bart Heuvingh, sportpsycholoog en inmiddels hoofd topsportbegeleiding bij AZ. Vaak genoeg treft hij spelers die niet zo’n „open houding” hebben ten opzichte van vernieuwende ideeën. Peer en Teun Koopmeiners daarentegen zochten uit zichzelf en overál naar voorbeelden en inspiratie, vanuit de gedachte dat alle kleine verbeteringen opgeteld een groot verschil kunnen maken.
Zo herinnert Heuvingh zich dat Teun ooit bij hem kwam informeren naar het gebruik van het eiwit collageen. „Omdat hij ergens had gelezen dat volleyballers dat gebruikten voor het herstel van hun pezen.” Vorig jaar nog gaf hij Peer een tip voor een boek over leiderschap in succesvolle sportteams. „Maar dat had hij al gelezen. Een keer bij zijn vader uit de boekenkast getrokken.”
Ook op het veld vielen de broers op, al kreeg Teun als late tiener geregeld kritiek vanwege zijn gebrek aan snelheid en wendbaarheid – iets waar hij hard aan werkte, maar ook nu nog een kwetsbaarheid vormt. Vooral in hun verfijnde traptechniek en rust en overzicht om situaties goed in te schatten blonken de twee uit, zag Stam. Hij herinnert zich een trainingsblok gericht op opbouwen, waarbij de tegenstander op verschillende manieren druk zette. „Teun begreep dat direct: waar de ruimte lag, waar de tegenstander stond.”
AZ begon rond die tijd met cognitieve testen, vanuit de overtuiging dat voetballers met een hogere hersencapaciteit een aangeboren voordeel hebben. Als zij in een flits hun omgeving ‘scannen’, zien ze meer dan anderen en verwerken ze de relevante informatie sneller. Daardoor kunnen ze sneller anticiperen op spelmomenten en vaak betere keuzes maken. Beide broers Koopmeiners scoorden in zulke testen hoog op die „breinsnelheid”, aldus Stam.
Het is ook iets dat ze trainden. In interviews vertelden de twee afgelopen jaren vaak hoe ze thuis met hun vader trainingsvormen combineerden met cognitieve taken, zoals rekensommen. Omdat hun vader uit de wetenschap wist dat het aanleren van vaardigheden op die manier vaak sneller gaat, zegt Heuvingh, die Remco Koopmeiners nog kent van zijn studie (ze hebben tegenwoordig samen een bedrijf in topsportbegeleiding). „Maar nooit pusherig, altijd op een plezierige manier.”
De twee ontwikkelden zo de eigenschappen die van pas komen op de positie waar ze spelen: in de as van het veld, meestal als (controlerende) middenvelder. Toch zijn ze, ondanks die gedeelde positie, als persoon behoorlijk verschillend, merkte Heuvingh. Teun vindt hij meer een ‘doener’: intuïtief, besluitvaardig. Peer is eerder een ‘denker’, die graag analyseert voor hij besluit. Het leverde hem ooit de bijnaam „professor Peer” op.
In hun manier van spelen zijn die trekken terug te zien, vindt Stam. Zo ziet hij de rechtsbenige Peer als behoudender, meer gericht op stabiliteit. „Als hij scant, is dat vaak om gevaar weg te nemen: hoe staan we als we de bal kwijtraken?” Voor hem staat de defensieve organisatie voorop: hij wijst teamgenoten naar hun plek en loopt ruimtes dicht waarin tegenstanders kunnen uitbreken.
Zijn broer Teun (linksbenig) kan dat ook, maar „kijkt ook heel erg naar oplossingen vóóruit”, zegt Stam. „Hoe kunnen we kansen creëren? Hoe kom ik zelf in scoringspositie?” Neem de wedstrijd van Oranje, vorige maand thuis tegen Servië, waarin Koopmeiners als centrale verdediger opdook in de voorhoede en een loopactie maakte naar de achterlijn. „Hij heeft ook de branie om in zulke ruimtes te duiken. Dat zou Peer soms nog een beetje van zijn broer kunnen overnemen.”
Zo’n drie maanden had de 19-jarige Teun Koopmeiners nodig om in het najaar van 2017 zijn plek in het eerste elftal van AZ te verdienen. De eerste acht competitieduels zat hij langs de kant, of viel hij in, maar na zijn basisdebuut in een thuiswedstrijd tegen FC Utrecht (3-0, één doelpunt) speelde hij daarna vrijwel altijd – vier seizoenen lang, waarvan de laatste twee als aanvoerder.
Anders was dat voor Peer, die pas op zijn 21ste debuteerde in het eerste, en daar in de eerste anderhalf jaar amper aan spelen toekwam. Terwijl zijn broer naam maakte in Italië en debuteerde bij Oranje, koos hij er begin 2023 voor om op huurbasis naar Excelsior te gaan, om kans te maken op meer speeltijd. Het seizoen erna werd hij opnieuw verhuurd, nu aan Almere City FC.
Zo’n stap is voor een voetballer „best pittig”, weet Heuvingh. Al viel hij in het niet bij het grootste dieptepunt in Peers loopbaan: de finale van de KNVB-beker van april 2025. Het was aan het einde van het seizoen waarin hij zich bij AZ alsnog de basis invocht. AZ stond met 1-0 voor tegen Go Ahead Eagles, de negende minuut van de blessuretijd was aangebroken. De eerste grote prijs in twaalf jaar leek aanstaande.
En toen volgde een voorzet van links. Koopmeiners leek ideaal gepositioneerd om de bal weg te koppen, maar belandde in een worstelpartij met een tegenstander en stortte zichzelf ietwat theatraal ter aarde. Bij die duik belandde de bal op zijn hand. Go Ahead kreeg een strafschop, maakte gelijk en won vervolgens na verlenging in de strafschoppenserie.
Voor Koopmeiners, maar eigenlijk iedereen in de club, had die avond iets weg van een „trauma”, zegt Heuvingh. „De sfeer was die eerste dagen zó slecht, dat heb ik nog nooit meegemaakt.” De topsportbegeleider besloot contact te zoeken met oud-studiegenoten die voor de klinische kant van de psychologie hadden gekozen, voor „tips en artikelen over rouwverwerking”, zegt hij. „Want dit was een soort rouw: je hebt iets belangrijks verloren en moet al die stadia door.”
Die stadia lopen van „wegstoppen” en lusteloosheid tot de situatie onder ogen komen en hem bespreken. „Zoiets accepteren is voor topsporters heel moeilijk, maar je móet wel. Je kunt het toch niet terugdraaien.” Stapje voor stapje kwam er ruimte voor grapjes, voor relativering. Ook omdat Peer Koopmeiners, zo bleek eerder al uit testen, een persoonlijkheid heeft die goed gedijt bij humor.
De ultieme verlossing volgde een jaar later: weer speelde AZ om de beker, nu tegen NEC. Een kwartier voor tijd schoot Koopmeiners zijn ploeg naar een 3-0 voorsprong. Zijn teamgenoten, ook de reserves, buitelden over hem heen. „Dat was echt een emotioneel moment”, zegt Heuvingh. Na afloop stond Koopmeiners met schorre stem, in de traditionele winnaarsbadjas, de camera’s te woord. „Trauma weg!”
Als de ploeg twee dagen later wordt gehuldigd, is broer Teun vanuit Turijn, waar hij dan inmiddels speelt, naar Nederland gekomen. In het verleden had hun relatie nog iets van grote en kleine broer: Teun was ouder en speelde hoger, Peer klopte vaak bij hem aan voor advies. Maar nu ze ouder zijn, is daarvan minder te merken, ziet Heuvingh. Peer is inmiddels een dragende kracht bij zijn ploeg, was dit seizoen al tien keer aanvoerder.
De topsportbegeleider herinnert zich hoe ze die middag op een platte kar door de binnenstad van Alkmaar trokken. En ergens halverwege, „tussen het gewone volk”, stond Teun langs de kant te zwaaien. „Dan is het helemaal niet van: daar staat grote broer”, zegt Heuvingh. „Hij was vooral heel erg trots.” Peer had iets had bereikt wat Teun bij AZ nooit was gelukt: een prijs winnen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie