DEN HAAG - De aanslag op de bruidsmodezaak aan de Tarwekamp in Den Haag moest op 7 december 2024 gebeuren, omdat de eigenaresse de maandag erna camera's zou laten ophangen. Dat zei hoofdverdachte Mostag B. woensdagmiddag tegen de Haagse rechtbank. Dat er elders in de straat al camera's hingen, wist hij niet. Op 1 december was de eerste aanslagpoging mislukt.
Moshtag B. hoorde over de explosie van zijn ex. Ze waren allebei in Londen, waar B. heen was gegaan voor zijn alibi nadat hij hoorde dat zij daar ook zou zijn. 'Ze stuurde berichten op mijn telefoon. In eerste instantie kon ik het niet geloven. Ik was net wakker, en ik vroeg me af: is dit het pand? Ik twijfelde of het wel de Tarwekamp was.'
'Pas toen mijn ex haar Range Rover herkende en we een luchtfoto zagen, wist ik dat het de Tarwekamp was.' De rechtbank vraagt aan B.: 'Uw actie?' Hij antwoordt met een simpel: 'Ja.'
Het idee voor de brandstichting was door Moshtag B. bedacht. De drie medeverdachten zijn er helder over. Maar hoofdverdachte B. wijst naar Adil A. als het brein, die zou ervaring hebben gehad met dat soort dingen.
Op zijn beurt noemt A. dat onzin. Hij heeft naar eigen zeggen alleen aangegeven dat honderd liter benzine te veel zou zijn. 'Dat is gewoon logisch nadenken.'
'U kijkt ook Opsporing Verzocht', zegt A. op een zeker moment tegen de rechtbankvoorzitter. 'U weet wat er gebeurt als je één flesje laat ontploffen.'
A. is de enige van de vier verdachten die niet wordt vervolgd voor moord op de zes dodelijke slachtoffers van de aanslag op de bruidsmodewinkel aan de Tarwekamp in Den Haag, op 7 december 2024. Hij wordt wel vervolgd voor het veroorzaken van de explosie, omdat hij bij de voorbereidingen is geweest.
Hoofdverdachte Moshtag B. liet de aanslag plegen om wraak te nemen op zijn ex, de eigenaresse van de bruidsmodezaak. Hij zei woensdag dat A. was ingehuurd omdat die verstand zou hebben van brandstichtingen.
Maar diezelfde A. zegt dat hij pas op het laatste moment hoorde dat het daarom ging. Hij dacht dat aan het originele plan zou worden vastgehouden: schade toebrengen aan de winkel en bruidsjurken stelen om die te verkopen.
'Toen duidelijk werd dat ik geen jurken zou kunnen verkopen, was het voor mij niet meer financieel aantrekkelijk', aldus A. woensdagmiddag. Hij zegt eerlijk dat hij meedeed voor het geld.
A. was de enige die zich nog een beetje druk maakte over de gevolgen van een brandstichting voor omwonenden. Althans, zo leek het woensdag bij de rechtbank.
'Ik dacht eerst dat het om een pand op een industrieterrein ging. Toen ik zag dat het in een woonwijk was, heb ik gezegd dat honderd of 150 liter veel te veel was. Je weet dat het vlam vat, dat kan alleen naar boven, daar wonen mensen.'
Hij vervolgt: 'De anderen gingen er niet op in. Je hebt ook niet veel te zeggen als een opdrachtgever iets wil. Ik zeg alleen wat ik denk. Ben T. vond dat ook wel, maar al is het drie tegen één, de opdrachtgever bepaalt.'
A. herhaalde dat een paar keer. Bovendien was hem en de anderen door Moshtag B. verteld dat hij weer werd aangestuurd door 'een organisatie'. De medeverdachten vertelden dat ze daar bang voor waren, omdat ze niet wisten wat dat voor mensen waren.
De rechtbank vroeg aan A. waarom hij in de nacht van 1 december niet kwam opdagen. Die nacht werden verdachten Ilias B. en Mourad Ben T. in hun woonplaats Oosterhout opgepakt met hun busje vol jerrycans met benzine. Daarom ging de aanslag die nacht niet door.
A. zegt dat hij niet direct tegen de andere twee wilde zeggen dat hij niet meer meedeed, daarom zette hij zijn telefoon uit en bleef weg. De politie bellen was ook geen optie. 'Ik ben geen snitch (rat, red.).' De andere twee werden aangehouden, omdat het de politie opviel dat ze midden in de nacht urenlang op een parkeerplek stonden.
Ilias B. heeft aan veel gebeurtenissen van destijds 'geen actieve herinnering meer'. Of meer dan honderd liter benzine wel of niet te veel was, daar had hij nooit over nagedacht. Ook niet nadat de mannen hadden getest wat beter werkte.
Ze probeerden petroleum op kleding van Moshtag B. uit, en benzine op bruidsjurken en tegels. Benzine bleek veel beter te branden.
De rechtbank wilde ook van Ben T. weten of hij had nagedacht wat er met 175 liter zou kunnen gebeuren. 'Weet ik niet. Dat het te veel vlam zou vatten? Dat was wel één van mijn gedachtengangen. Ik wist niet wat precies genoeg zou zijn. Ik heb nooit eerder brand gesticht.'
Ilias B. zei tegen Ben T. dat hij 1000 euro te weinig vond voor de klus. Hij wilde er 1500 voor hebben. 'Ik had geld nodig', luidt zijn simpele verklaring. 'Dat het illegaal was, vond u minder belangrijk?', vraagt de rechtbank. 'Ja, al moet ik wel zeggen dat ik nooit had kunnen indenken wat er uiteindelijk is gebeurd.'
Moshtag B. wil helemaal aan het eind van de dag, als de rechtbank hem vraagt naar de gevolgen voor de bewoners, wel toegeven dat hij het niet had moeten doen. 'Zeker. Ik had alles moeten annuleren. Ik had mezelf niet moeten laten meeslepen.'
Hij beweert dat hij het niet durfde af te blazen, omdat hij de drie anderen geld had beloofd. Dat ze zich vanzelf zouden terugtrekken als hij zou zeggen dat hij niet ging betalen, was niet in hem opgekomen. 'U betaalde ze, u had heel veel touwtjes in handen', aldus de rechtbank. 'Zo heb ik het niet gezien', antwoordt B.
De slachtoffers en de nabestaanden hadden een beetje gehoopt dat één van de verdachten uit zichzelf zou zeggen dat het ze spijt en dat het niet had mogen gebeuren. Op dinsdag 10 en woensdag 11 november zijn twee hele dagen ingeruimd voor het spreekrecht van de slachtoffers.
Donderdagochtend gaat de zaak eerst verder met de feitenbehandeling.
Lees hier het X-verslag van deze eerste dag terug.
Source: Omroep West Den Haag