Treinstation Lichtinval, looplijnen, uitstraling: architecten moeten bij het ontwerp van een nieuw treinstation aan alles denken. Maar; reizigers konden schijnbaar moeiteloos hun weg vinden op het vernieuwde Amsterdam Zuid. En het enige waar de architect niet over had nagedacht, pakte ook nog goed uit.
De nieuwe Brittenpassage op Amsterdam Zuid.
Op het kruispunt van twee onophoudelijke reizigersstromen is Frank Bouwman de enige die stilstaat. „Moet je kijken”, zegt de architect wijzend naar de mensenmassa die haar weg vindt in de gloednieuwe passage van station Amsterdam Zuid. „Iedereen gaat z’n gang. Iedereen weet waar-ie naartoe moet, niemand kijkt zoekend rond.”
Bij de opening van een landmark als het Centre Pompidou hoop je misschien op verwondering, bewondering; mensen die vol verbazing alle hoekjes van het nieuwe meesterwerk opzoeken. Maar voor een OVT (openbaar vervoer terminal) als Amsterdam Zuid, gelegen tussen ringweg A10 en de kantoortorens van de Zuidas, is dit precies de reactie die Bouwman voor ogen heeft. „Iedereen vindt het nu al volkomen normaal dat het eruitziet zoals het eruitziet. Het moet vanzelfsprekend voelen.”
Al was er zondag na de opening ook geknipper met de ogen. Vanwege de ruime lichtinval die van de nieuwe onderdoorgang, de zogeheten Brittenpassage, een aangename plek moet maken. En ook omdat de ingang van het station van de ene op de andere dag tweehonderd meter naar het westen is verplaatst. Daar was zes jaar lang vanachter bouwschotten aan gewerkt, maar reizigers hadden het amper door. Bouwman: „Ik hoorde over twee toeristen die zaterdagavond nog in de oude Minervapassage waren uitgestapt om wat te drinken in de stad en bij terugkomst ’s ochtends dachten: hè?”
De ingang is 200 meter verplaatst, reizigers lopen langs nieuwe winkels en nemen de roltrap naar de metro.
De opening was feestelijk, met dans en acrobatiek, want voor het eerst is nu publiekelijk een tipje van de sluier opgelicht van het ‘Zuidasdok’, een van de grootste infrastructurele projecten van Nederland die vanwege de complexiteit ervan en de kostenoverschrijdingen zó’n lange adem kent, dat in het verleden regelmatig de term „hoofdpijndossier” viel.
Zelf is Frank Bouwman als partner van architectenbureau Team V sinds 2016 bij het project betrokken, maar de plannen gaan veel verder terug. „Tot de jaren negentig”, vertelde de architect eerder op de middag in het informatiecentrum, gebogen over de maquettetafel van het hele Zuidasgebied. „Toen wilden we van de Zuidas nog vooral een zakencentrum maken. Met alle infrastructuur – snelweg, trein, metro – ondergronds, zodat je beide kanten van de stad aan elkaar kunt hechten. Je wilt de barrière slechten die zo’n enorme infrabundel uiteindelijk is. Dat is het ultieme.”
Maar zoals vaker met projecten van de lange adem worden ze enigszins ingehaald door de werkelijkheid. De kredietcrisis noopte tot kostenbesparingen en dus gaat wél de ondertunneling van de snelweg door, volgens plan gereed in 2036, maar niet die van de treinsporen. En een zakencentrum alléén is niet meer van deze tijd; niemand wil een publieke ruimte waar het buiten kantoortijden uitgestorven is. Daarom telt de Zuidas behalve kantoren inmiddels ook appartementen en woontorens. En ook is het maatschappelijk belang van klimaatadaptatie en duurzaamheid in al die jaren gegroeid.
Het resultaat is een maquette met veel groen. Station Amsterdam Zuid en omgeving moeten een parkachtige plek worden met veel licht, groene stationsdaken en pleinen en terrassen waar ook bewoners graag willen zijn. Een infrabundel, schetst Bouwman, die de barrière tussen de twee delen van de stad weliswaar niet kan slechten, vanwege de noodzaak tot bovengrondse sporen, maar wel kan „verzachten”. En het moet „allure” hebben, want ook dat is Amsterdam Zuid. „Allure is belangrijk voor het vestigingsklimaat, want je wilt als regio ook internationale bedrijven trekken.”
Amsterdam Zuid moet een omgeving worden waar mensen kunnen reizen, graag wonen of gewoon iets drinken, vertelt architect Frank Bouwman.
Een plek ook, is het idee, met razendsnelle overstaptijden. Waar je vanaf de kantoortuin of de fietsenstalling zo via incheckpalen de metro in rolt. Of de trein, richting Schiphol of Zwolle of Amsterdam of, als de aanleg van het spoor voor internationale treinen doorgaat, andere Europese steden. Want Amsterdam Zuid groeit als OVT nu al snel en naar verwachting in de toekomst nog sneller. En hoe korter en aangenamer de overstap, denkt Bouwman, hoe groter de verleiding voor mensen om de auto te laten staan. „En dat is voor ons als ontwerpbureau het uiteindelijke doel. Hoe minder auto’s, hoe meer ruimte voor woningen, vergroenen, bereikbaarheid.”
Loop nu met die blik rond in de nieuwe Brittenpassage en je begrijpt wat je ziet. De grijze natuursteen op de vloeren, gedolven uit een groeve in Portugal, werd verkozen boven vele alternatieven vanwege zijn speelse patronen en ketchup-, kauwgom- en voetenbestendigheid. „Je wilt een verblijfsruimte die prettig en schoon aanvoelt, zodat mensen het openbaar vervoer écht als een alternatief van de auto gaan zien.” En met tevredenheid knikt Bouwman naar de fietsenstalling die vanuit de passage direct achter de glazen wand zichtbaar is. „Nu al goed vol. En kijk: je bent als fietser gelijk binnen.”
Bouwman wijst op het felle daglicht dat naar binnen valt vanuit de glazen plafonds, bedoeld om de reizigers de weg te wijzen – „wayfinding” – naar de roltrappen richting perrons. Maar eenmaal boven, bij trein en metro, is het licht juist weer zachter, om het wachten te veraangenamen. „En kijk eens naar die perronkappen. Zo hoog, met scherpe randen, ranke poten. Dat geeft een ruimtelijk gevoel. En allure.”
Natuurlijk heeft Bouwman na al die jaren elk detail tot in de puntjes uitgedacht. Maar het enige wat hij niet had voorzien – wijzend op de onderkant van de spiegelende perronkappen – is dat je als reiziger ook de reflectie van het snelwegverkeer goed ziet. Een tevreden knik. „Dat speelse effect, leuk hoor. Dat is als architect een cadeautje.”
Op de spiegelende perronkappen wordt het voortrazende autoverkeer op de A10 gereflecteerd.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie