Kunstmatige intelligentie Een opvallende groep raakt kwetsbaar door kunstmatige intelligentie: jonge, hoogopgeleide kenniswerkers. Misschien speelt óók thuiswerken een rol: daardoor is het lastiger jonge medewerkers op te leiden. „Wat we thuis in ons eentje achter het scherm kunnen doen, kan AI vaak ook.”
Het zijn van die bliepjes in de Nederlandse arbeidsmarktcijfers. Telkens enkele procentjes verschuiving: in banen, uitkeringen, vacatures. Steeds klinken zinnen als „mogelijk AI-effect” of „opschaling van AI”, direct gevolgd door allerlei voorbehouden. Dat het nog te vroeg is voor harde conclusies over wat artificial intelligence nu precies veroorzaakt, en dat ook hogere rentes, conjunctuurgolven en energieprijzen een rol spelen.
Maar beginnen al die kleine beweginkjes samen toch op te tellen tot een wezenlijke AI-beweging op de arbeidsmarkt? Ook deze week was het raak. Het UWV meldde dinsdag dat het aandeel theoretisch opgeleiden met een WW-uitkering is gestegen van 30 procent in 2022 naar 38 procent nu. Voor de oorzaken wees het deels naar kunstmatige intelligentie.
Mensen met een theoretische opleiding op WO-niveau hadden lang een stevige positie op de arbeidsmarkt. Maar volgens het UWV is juist díé groep opvallend kwetsbaar aan het worden. De Nederlandsche Bank stelde maandag in een rapport: „Voor veel mensen kan de inhoud van hun werk veranderen. Soms zullen zij kunnen aanpassen binnen hun functie, in andere gevallen kan een overstap naar een andere baan of sector nodig zijn.”
Het lijken de eerste tekenen dat generatieve AI, agents en chatbots de arbeidsmarkt beginnen te veranderen. Vier vragen.
De jongste UWV-cijfers over meer theoretisch opgeleiden in een uitkering passen in een patroon dat steeds helderder wordt. Vooral onder theoretisch geschoolde junioren tonen diverse datasets sinds de lancering van ChatGPT, in 2022, eerst een afvlakking van het aantal banen, en recentelijk zelfs een daling. RaboResearch berekende begin 2026 dat de werkgelegenheid onder 15- tot 24-jarigen sinds eind 2022 met 13 procent is gedaald in beroepsgroepen die veel aan generatieve AI blootstaan. Arbeidseconomen stelden destijds dat nog niet hard te maken was dat dit echt de ‘kanarie in de kolenmijn’ is. De daling van juniorbanen zou ook door economische afkoeling of hoge rentes kunnen komen. Bovendien verschilt het effect per beroep sterk.
De laatste maanden komen er „wel veel bliepjes bij”, stelt arbeidseconoom Emilie Rademakers, verbonden aan de Universiteit Utrecht. „Al blijft het lastig direct een causaal verband vast te stellen. Er is veel rook, maar het is nog steeds lastig met zekerheid te zeggen dat er echt vuur is.” Andere factoren die kunnen bijdragen aan de afname van junior- en kennisbanen zijn bijvoorbeeld hogere rentes, waardoor bedrijven minder nieuwe mensen aannemen, en de groeiende onzekerheid in de wereld.
Femke Cnossen doet onderzoek aan de universiteit van Groningen naar hoe goed net afgestudeerden in Nederland aan een baan komen. Ook zij ziet een opvallende trendbreuk. Die ontstond toen ChatGPT werd gelanceerd, vertelt ze telefonisch: „De werkzaamheidspercentages vlakken af, maar vooral voor wo-masters, niet echt voor mbo’ers en hbo-bachelors. Van 2016 tot 2020 was er een stijgende lijn, tot ongeveer 85 procent van de afgestudeerden die snel aan een baan kwamen. Sinds 2021 werd dat een vlakke lijn, en nu begint het zelfs te dalen.” Ook zij hoedt zich voor te grote stelligheid over de oorzaak: „We zien signalen dat het AI kan zijn. Maar het kan ook iets anders zijn.”
Het bredere macro-economische effect van AI op banen is ook nog onzeker. Netto komen er de laatste jaren nog steeds banen bij. Functies verdwijnen niet massaal, maar de samenstelling van taken verschuift snel, vooral in bedrijfstakken die veel AI inzetten. Wel is zo’n beetje vanaf de lancering van ChatGPT in veel landen een opvallend macro-effect zichtbaar: de productiviteit stijgt, terwijl het aantal gewerkte uren afneemt. Statistiekbureau CBS meldde vorige maand dat de Nederlandse arbeidsproductiviteit in de commerciële sector afgelopen jaar met 2,5 procent steeg, waarbij het aantal gewerkte uren met 0,8 procent afnam.
Die groeiende ‘ontkoppeling’ van arbeid en productiviteit kán andere oorzaken hebben, bijvoorbeeld ‘ouderwetse’ automatisering zonder AI: andere machines, betere datastromen, zegt Emilie Rademakers. Maar AI brengt ook dát waarschijnlijk in een hogere versnelling, en het is wel heel toevallig dat deze trend in 2022 begint, vindt ze.
Van AI-ontwrichting zijn zeker de eerste Nederlandse signalen te zien. Die uiten zich niet in brede werkloosheid, maar zijn wel merkbaar doordat specifieke jonge werknemers moeilijker aan een baan komen in beroepen waar al veel met AI wordt gewerkt. Kenniswerk, bijvoorbeeld. Creatieve beroepen. Vertalers, tekstschrijvers, ontwerpers, programmeurs, juristen. Beroepen met veel gestandaardiseerde tekst-, analyse- of codeertaken, en beroepen waarin je vaak alleen achter een scherm zit te werken. Praktische beroepen, zoals verpleegkundigen of loodgieters, worden veel minder beïnvloed.
Een aantal studierichtingen springt er in het onderzoek van Femke Cnossen in Groningen duidelijk uit. Ze ziet vooral een daling van baankansen bij afgestudeerden in de opleidingsrichtingen marketing en verkoop, management, administratie, finance en accounting. Het telt allemaal op tot een opvallende nieuwe kwetsbaarheid van theoretisch en hogeropgeleide mensen in kennisberoepen: groepen die voorheen juist behoorlijk weerbaar waren bij arbeidsmarktverschuivingen – en beroepen die juist in de Nederlandse economie sterk zijn vertegenwoordigd.
En wie profiteren er vooral van AI? Paradoxaal genoeg blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse Stanford University dat dit vooral jonge mensen zijn die AI gebruiken. Zij kunnen enorme productiviteitswinsten halen. Een internationale studie van Stanford University onder klantenservicemedewerkers toonde aan dat AI hun productiviteit gemiddeld met 14 procent verhoogt – maar dat ervaren krachten nauwelijks productiever worden. Onervaren junioren noteerden echter productiviteitssprongen tot wel 34 procent, omdat AI hen razendsnel naar het niveau van een senior kan tillen. Áls ze eenmaal een baan hebben, kunnen junioren dus flink hun voordeel doen door AI slim te gebruiken. Maar ze krijgen die baan steeds minder vaak.
Dat klinkt niet heel logisch: als juist jonge medewerkers een sterke boost krijgen door AI, worden ze interessanter om nu aan te nemen, zou je denken. En dat gebeurt juist niet. Het is niet helemaal duidelijk waardoor dat komt. Sommige onderzoekers wijzen naar de cultuur van thuiswerken: daardoor is het moeilijker jonge medewerkers op te leiden, en laten werkgevers mogelijk vaker juniortaken aan AI over, is hun hypothese. Minder gedoe.
Femke Cnossen doet hier ook onderzoek naar, maar heeft nog geen harde resultaten. „Het zou goed kunnen dat thuiswerken het moeilijker maakt om nieuwe medewerkers in te werken, op te leiden en te monitoren.” Het kan óók een gecombineerd effect zijn, van thuiswerken én AI. Maar omdat AI-gebruik en thuiswerken moeilijk los te koppelen zijn in onderzoeken, is ook dat nog niet hard te maken. „Wat we thuis in ons eentje achter het scherm kunnen doen, kan AI vaak ook.” Vooralsnog gaat overigens de meeste winst van AI naar de eigenaren en aandeelhouders van bedrijven. Inmiddels ziet 82 procent van de bestuurders en topmanagers dat AI leidt tot omzetgroei, hogere productiviteit, kostenbesparing of betere besluitvorming, bleek uit onderzoek van KPMG onder ruim 2.100 bestuurders en topmanagers in twintig landen, waaronder Nederland. Daarmee loopt Nederland voor op het wereldwijde gemiddelde van 76 procent. Ook wat betreft het percentage bedrijven dat AI zegt te gebruiken, scoren Nederlandse bedrijven consequent hoog vergeleken met andere landen. Dat geeft Nederland een bijzondere positie: het loopt voorop in Europa, maar heeft tegelijkertijd een economie met bovengemiddeld veel beroepen die kwetsbaar zijn voor vervanging door AI.
Om nadelige gevolgen van AI op te vangen is vooral bijscholing nodig, constante bijscholing, benadrukt het UWV. „Wendbaarheid” heet dat dan in alle studies en rapporten. Daar hamert ook De Nederlandsche Bank op in haar jongste analyse De economische impact van AI in Nederland: „Werkgevers, sociale partners en brancheorganisaties moeten werkenden daarom in staat stellen om AI productief te gebruiken en zich tijdig aan veranderend werk aan te passen.”
Mensen die door AI worden weggeconcurreerd, zullen niet alleen meer moeten gaan leren, maar waarschijnlijk ook meer moeten solliciteren. Rademakers: „Tot nu toe werden theoretisch opgeleide mensen minder snel werkloos, maar áls ze werkloos raken, blijven ze het langer.” Ze zijn namelijk kieskeuriger, en vaak meer gespecialiseerd. De eerste effecten van AI wijzen erop dat theoretischer opgeleide mensen flexibeler moeten worden in welk werk ze accepteren.
Daarbovenop stelde DNB in een interview met Het Financieele Dagblad dat ook versoepeling van het ontslagrecht goed zou zijn als antwoord op AI. Daardoor krijg je meer doorstroming en dynamiek op de arbeidsmarkt, zodat de AI-klappen beter opgevangen kunnen worden. Dat zou voor werknemers een prikkel zijn om scherper te blijven op vernieuwingen. Daarbij is maar de vraag of de vanzelfsprekendheid kan blijven bestaan dat werknemers de prijs van AI betalen. Emilie Rademakers: „Dat is een keuze.”
Dat benadrukt ook Femke Cnossen. „Het zijn veel bredere maatschappelijke vraagstukken: wat gebeurt er als bedrijven nu niet zelf de mensen aannemen die ze over 15 jaar zelf nodig hebben? Hoe wenselijk is het dat de negatieve gevolgen daarvan op de samenleving of de toekomst worden afgewenteld?” En, volgens haar ook belangrijk: de kwaliteit van het werk – wanneer is het wenselijk dat AI taken overneemt, en wanneer niet.
Ze wijst erop dat dit soort technologische ontwikkelingen vaak tot een ‘skill-reflex’ leiden: een oproep vanuit instanties als DNB en UWV om vooral mensen andere vaardigheden aan te leren. „Maar dat gaat dus heel erg uit van een bepaald technologisch determinisme: dat we niet in de hand hebben hoe technologie taken gaat veranderen, en dat wij ons als werknemers daarom maar moeten aanpassen door vooral nieuwe vaardigheden te leren.”
Volgens haar is dat eigenlijk de omgekeerde wereld: „Waarom niet de technologieadoptie aanpassen aan de vaardigheden en behoeften van werknemers, of de kwaliteit van werk?”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie