bespreekt in de opvoedrubriek sinds 2018 wekelijks een opvoedkundige kwestie.
Generatieve AI hoort niet thuis op de basisschool. Een verbod zou daarom passend zijn, vindt een meerderheid van de Tweede Kamer. In het voortgezet onderwijs gebruiken leerlingen al veelvuldig ChatGPT, Gemini of Claude. Hoe erg is dat? En wat is de rol van ouders als ze ontdekken dat hun kind het maken van huiswerk uitbesteedt?
Zo’n 35 procent van de 15-jarigen in Nederland gebruikt wekelijks kunstmatige intelligentie als hulpmiddel bij het leren. Dat blijkt uit het grootschalige Pisa-onderzoek. Een peiling van Scholieren.com onder 650 jongeren liet zien dat 90 procent generatieve AI gebruikt voor school, ruim een derde dagelijks.
‘Scholieren hebben een apparaat in hun broekzak dat op alles direct het antwoord weet. Dat heeft een grote impact’, zegt Tom Naberink, AI-expert en docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zowel leerkrachten als ouders hebben een belangrijke rol in de begeleiding van AI-gebruik. ‘Je moet waarschuwen voor de risico’s, maar ook de kansen bespreken. Ik zou het jammer vinden als het alleen over de gevaren gaat.’
Ouders vrezen misschien dat hun kind niets meer leert door AI. Hoe groot is die kans? In het onderwijs wordt het leerproduct, bijvoorbeeld een boekverslag of tentamen, gebruikt om een beeld te krijgen van het leerproces van de leerling, zegt Marga Sikkema-de Jong, hoogleraar onderwijs en opvoeding in een digitale wereld aan het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. ‘In een werkstuk kijkt de docent hoe iemand redeneert. Bij een wiskunderepetitie zie je de berekeningen die leiden tot het antwoord.’
Gebruikt een leerling AI, dan ziet het eindproduct er vaak beter uit. Denk aan foutloze volzinnen in een boekverslag. ‘Maar over het leerproces zegt dit weinig. Dat is een gevaar.’ Leren is volgens haar een cumulatief proces. ‘Wat je gisteren leerde, vormt de basis voor vandaag en waar je volgende week op voortborduurt.’ Als stenen in een muur. ‘Besteed je huiswerk uit, dan mis je bouwstenen. En het is de vraag of je dat later kunt inhalen.’
Jongeren staan daar niet constant bij stil. Ze hebben andere interesses en het is verleidelijk om voor het gemak te gaan. Toch kan het nuttig zijn om het belang van zelfstandig leren te benadrukken. Van ploeteren en oefenen. Zo’n suffe samenvatting? ‘Dat is een waardevolle manier om gedachten te ordenen en hierop te reflecteren. Schrijven is gereedschap van het denken.’
Het probleem is dat veel scholieren AI op een ‘domme manier’ gebruiken, aldus Naberink. Hoe het níét moet? ‘Een foto maken van je huiswerk en AI de oefeningen laten maken.’ Dan krijg je het antwoord op een presenteerblaadje en daar leer je niets van. ‘Hetzelfde geldt voor het maken van een compleet verslag.’
Maar AI kan ook fungeren als een gepersonaliseerde privéleraar, meent de docent. Bijvoorbeeld bij uitleg van de lesstof in een aangepast tempo, met voorbeelden die de leerling in kwestie aanspreken. ‘Dan vul je in: licht dit toe in de context van mijn interesse in Taylor Swift.’ Of laat AI oefenvragen maken voor een toets, met feedback op de antwoorden.
Er zijn studies gedaan naar de effecten van AI als persoonlijke tutor. Sikkema-de Jong heeft nog geen studies gezien die overtuigend aantonen dat AI het diepgaande leren betekenisvol verbetert. ‘Overhoren met AI kan helpen. Maar het kan soms nóg leerzamer zijn om zelf vragen te bedenken.’
Wat als je kind een onvoldoende krijgt, omdat het AI onrechtmatig heeft gebruikt? ‘Dat is niet leuk, maar ook een belangrijk leermoment’, zegt Sikkema-de Jong.
Het huiswerk controleren met detectiesoftware lijkt haar geen goed idee. ‘We moeten leerlingen niet standaard met wantrouwen tegemoet treden. Stel in plaats daarvan vragen: ‘Ik heb je geen boek zien lezen, maar je hebt wel een goed verslag gemaakt. Hoe heb je dat gedaan?’’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant