Home

‘Nadat ik mijn haar had afgeknipt, zei iedereen: zonde, je had zulk mooi haar. Zelf voelde ik vooral opluchting. Het werkte bevrijdend’

Lang probeerde Riv Rekveldt (25) zichzelf in een hokje te duwen dat niet paste. Toen die in transitie ging, nam de worsteling af: ‘Ik kan haast niet beschrijven hoeveel energie en mentale ruimte ik overhoud.’

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

Waar ben je opgegroeid?

‘In Rotterdam, met mijn ouders en broertje, tot mijn 10de. Toen zijn we verhuisd naar een klein dorpje, Ellecom, ergens tussen Zutphen en Arnhem. Dat vond ik verschrikkelijk.’

Verschrikkelijk?

‘In Rotterdam zat ik op een multiculturele school, iedereen speelde met iedereen. In Ellecom wonen alleen maar witte, rijke kinderen. Daar leerde ik het concept pesten kennen. Een heel nare dynamiek met elke maand een nieuw slachtoffer. Ik vond het oprecht raar: waarom zou je onaardig doen tegen je vrienden, omdat iemand anders zegt dat je dat moet doen?’

25 in 26

In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Werd het na verloop van tijd leuker in het dorp?

‘Niet echt. Mijn ouders hebben serieus overwogen om terug te verhuizen naar Rotterdam, omdat ik het zo miste en niet kon aarden. Ik was altijd een blij kind geweest, heel vrij, vrienden met iedereen, met jongens en meisjes, kon mezelf goed vermaken, had veel fantasie en speelde graag buiten. Dat veranderde in Ellecom en vooral toen ik in de puberteit kwam.’

Wat gebeurde er in de puberteit?

‘Ik had wel vrienden, of vriendinnen, want het was: meisjes met de meisjes, jongens met de jongens. Op de middelbare school werd dat nog erger. Achteraf besef ik dat ik mezelf enorm in hokjes probeerde te duwen waar ik niet in paste.

‘Ik moest dingen leuk vinden die meisjes deden. Zoals bij iemand thuis afspreken en een beetje zitten kletsen. Kunnen we niet naar buiten en iets dóén, dacht ik dan. In het begin probeerde ik me bij de jongens aan te sluiten, maar het was alsof de rollen op de basisschool al verdeeld waren. Iedereen uit het dorp ging naar dezelfde middelbare school, een dorp verderop.

‘In de pauzes stond ik bij mijn groepje en zei gewoon nooit iets. Omdat ik altijd al ‘de stille’ was, viel dat niemand op.

‘In die periode begon ik door te krijgen dat ik anders was. Ik keek series met queer karakters of coming-outvideo’s op YouTube, dat was toen een soort ding. Ik weet nog dat ik dacht: deze mensen lijken al meer op mij.

‘Op een gegeven moment besloot ik mijn haar af te knippen. Om meer op de mensen uit series te lijken. Ik dacht: nu hoor ik eindelijk ergens bij, dan ben ik queer en bi, ergens in het midden van alles.

‘Ik heb echt heel veel en dik haar. Ik had altijd hetzelfde kapsel gehad, een soort wijd uitstaande piramide van blond haar. Mensen herkenden me daar altijd aan. Nadat ik het had afgeknipt, zei iedereen: zonde, je had zulk mooi haar. Zelf voelde ik vooral opluchting. Het werkte bevrijdend. Ik durfde nieuwe vrienden te maken. Toen heb ik me bij de alto’s aangesloten. Daar hing een lieve vibe, ik durfde wat meer over mezelf te vertellen.’

Ging het toen beter met je?

‘Ik voelde me wel wat beter met kort haar, en ik ging shoppen op de jongensafdeling, maar ik zat nog steeds enorm met mezelf in de knoop. Ik wilde mezelf zo graag kunnen plaatsen, maar dat lukte maar niet. Achteraf denk ik dat ik enorme dysforie kreeg van dat lange haar.’

Dysforie?

‘Ik voelde veel onbehagen, een soort afkeer van wat ik in de spiegel zag, van alles wat ‘vrouwelijk’ was. Als puber is iedereen onzeker over zijn lichaam, dus ik besefte niet dat mijn ongemak en afkeer wel wat verder gingen.

‘Ik was altijd bezig me zo te kleden dat je geen vormen zag. Ik droeg een compressievest, maar dat mag bijvoorbeeld niet tijdens het sporten, omdat het je ademhaling kan bemoeilijken, en ik sport graag. Ik dacht: hoe moet dit de rest van mijn leven?’

Hoe ben je daaruit gekomen?

‘Door rond mijn 19de uit de kast te komen als non-binair en me aan te melden voor genderzorg. Tegen die tijd had ik door dat ik wel exceptioneel ongelukkig met mijn lichaam was. Ik kon niet naar mezelf in de spiegel kijken zonder een lichamelijke reactie te krijgen, ik werd vaak misselijk.

‘Ik weet nog dat ik toen Thorn de Vries (non-binaire acteur, red.) op tv zag, die vertelde: ik zit echt tussen man en vrouw in. Ik voelde zo veel herkenning.’

Riv Rekveldt werd 25 op 14 juni

Woonplaats Wageningen

Hoe volwassen vind je jezelf op schaal van 1 tot 10?
‘Een 8? Enerzijds heb ik best een burgerleven: vroeg naar bed en vroeg op. Maar als ik het echt niet meer weet, bel ik wel mijn moeder. En ’s avonds zit ik op de bank te minecraften.’

Voel je je onderdeel van een generatie?
‘Ja, die van na Sims 2, tussen gen Z en millennial in.’

Waar ben je over 7 jaar?
‘Geen idee. Dat geeft een gevoel van vrijheid.’

Je bent non-binair, maar ook in transitie, houdt dat in dat je je meer mannelijk voelt?

‘Dat is een vraag die ik mezelf veel heb gesteld. Maar ik ben geen trans man. De dysforie ging bij mij over het niet herkennen van wat ik in de spiegel zag, de afkeer en het ongemak die ik daarbij voelde.

‘Toen ik twee jaar geleden met testosteron begon werd dat gevoel direct veel minder. Ik kon weer naar mezelf kijken. Dit jaar heb ik een borstoperatie gehad, ik hoef dat vreselijke compressievest niet meer te dragen. Ik kan haast niet beschrijven hoeveel energie en mentale ruimte ik overhoud nu ik niet meer dag in dag uit worstel met hoe ik eruitzie, hoe mijn kleding valt.

‘Het klinkt misschien onlogisch, maar nu ik masculiener oog, kan ik ook weer feminiener zijn. Dat is hoe het voor mij is. Ik vind de indeling mannen en vrouwen ingewikkeld. Het is een spectrum, veel complexer dan die twee hokjes.

‘Dat ik mezelf non-binair noem, komt ook omdat ik mezelf op zo’n manier wilde presenteren dat andere mensen het snappen. Inmiddels, dankzij een geweldige psycholoog, lukt het me steeds meer om vanuit mezelf te denken en niet vanuit hoe anderen naar me kijken.’

Hoe bedoel je dat?

‘Hij zei: er zullen altijd mensen zijn die het niet snappen, maar dat verandert niets aan wie jij bent. Het gaat nu heel goed met me. Ik heb lieve vrienden die me steunen, maar het is een eenzaam proces geweest. Mijn ouders vonden mijn transitie heel lastig. Ik woonde net op mezelf in Wageningen en toen heb ik een tijdje wat meer afstand genomen. Omdat ze zien hoeveel beter het met me gaat, begrijpen ze nu hoe goed het is geweest en is onze band beter dan ooit.

‘Ik gebruik de voornaamwoorden die en diens. Lang had ik er moeite mee als andere mensen het lastig vonden, omdat ik dan moest zeggen ‘maakt niet uit, joh’, terwijl het me wel uitmaakte. Maar dat bleek meer over mijn eigen proces te gaan. Ik moest internaliseren dat ik gewoon ben wie ik ben, ongeacht hoe andere mensen me willen indelen of plaatsen.

‘Ik vind het fijn als mensen ‘die’ en ‘diens’ gebruiken, maar het is minder belangrijk. En ik snap ook dat het onnatuurlijk en grammaticaal gek is.’

Volgde je ondertussen ook een opleiding?

‘Haha, ja. Ik had in mijn hoofd geen ruimte om na te denken over een studiekeuze. Dus toen m’n moeder op een dag zei: je houdt van dieren en in Wageningen heb je een studie dierwetenschappen, heb ik me aangemeld.

‘Ik vond het vreselijk. Veel te bèta voor mij en het ging alleen maar over dieren in de vorm van vee. Over economie, over formules en berekeningen om je een veebedrijf zo efficiënt mogelijk te maken. Terwijl ik al jaren vegetariër ben en niets met de vee-industrie heb.’

Heb je je studie wel afgerond?

‘Met horten en stoten. Nu volg ik een master Development and Rural Innovation, een heel andere studie, meer sociale wetenschappen, meer gericht op mensen, op de maatschappij en op vragen als: wat vinden we ergens van.

‘Ik denk dat ik ook pas recentelijk ruimte in mijn hoofd had om te ontdekken wat me ligt en wat ik zou willen. Mijn vriendin heeft me veel geholpen. Zij staat heel sterk in haar schoenen, weet altijd wat ze wil. Zij daagt me uit, stelt me vragen.

‘Wat ook hielp: ik heb een bestuursjaar gedaan bij mijn studentenvereniging. En bijna mijn hele bestuur bleek queer. Het was de eerste keer dat ik queer vrienden van mijn eigen leeftijd had.’

En na je studie?

‘Ik werk als student-assistent van de Diversity and Inclusion Officer aan de universiteit. Die gaat over beleid, praat met studenten, organiseert activiteiten, veel queerzaken ook, zoals pride of genderneutrale toiletten. Ik zou haar baan wel willen.

‘Met mijn vriendin en een kat, Umami, woon ik op een postzegel driehoog in het centrum van Wageningen. We willen misschien naar Amsterdam verhuizen, daar kan ik meer werk vinden op mijn terrein.’

Hoe kijk je naar de toekomst?

‘Hoopvol, ik ben een enorme optimist. Soms tot ergernis van mijn omgeving. Mijn vriendin noemt het weleens ‘toxische positiviteit’. Ik denk altijd dat alles uiteindelijk goed komt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next