Óscar Puente, de Spaanse minister van Transport, is een week na de dodelijke treinramp bij Urda toch nog opgestapt. Premier Sánchez vroeg hem te blijven, maar na een debat in het parlement trok Puente alsnog zijn conclusies.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Na twee dodelijke treinongelukken op het hogesnelheidsspoor, met in totaal 115 doden, is Puente uiteindelijk toch gedwongen ministeriële verantwoordelijkheid te nemen. ‘Het zou voor mij het makkelijkst zijn om te vertrekken, maar dat ligt niet in mijn aard’, zei hij vrijdag nog op een persconferentie. ‘Verantwoordelijkheid nemen betekent nu achterhalen wat er is gebeurd en de veiligheid op het spoor verbeteren.’
Voordat hij dinsdag in een parlementaire commissie moest verschijnen, nam Puente de vlucht naar voren. Gecoördineerd met premier en partijgenoot Pedro Sánchez presenteerde hij een actieplan om de veiligheid op het spoor te verbeteren. Op het traject Madrid-Sevilla, waar beide ongelukken waren gebeurd, zouden veel minder treinen gaan rijden totdat er een nieuw beveiligingssysteem actief zou worden. Hij trok 30 miljoen euro compensatie uit voor onder anderen de slachtoffers en hun familie.
Het mocht niet baten: partijen in het parlement van links tot rechts hadden al opgeroepen dat Puente niet kon aanblijven. In het debat veranderde hun mening niet. Na vier uur debat trok Puente zijn conclusies.
‘Een minister van Transport in een land als Spanje kan na twee ongelukken in minder dan een jaar tijd niet aanblijven, uit respect voor de slachtoffers en de waardigheid van het ambt’, zei hij tot verrassing van velen in zijn slotbetoog. ‘Mijn besluit is het juiste voor het land en het juiste voor de democratie.’ De minister zei vorige week al besloten te hebben af te treden, maar hij wilde het onderzoek naar de dodelijke botsing nog afwachten. Die tijd krijgt hij van het parlement niet.
Spaanse media meldden dat Puente al een dag na het ongeluk zijn ontslag had aangeboden, maar dat premier Sánchez dat had geweigerd. Het vertrek van de uitgesproken Puente is een aderlating voor de sociaaldemocratische premier, minder dan vier weken voor de verkiezingen.
Door zijn vertrek kunnen rechtse oppositiepartijen de tragische ramp uitleggen als de schuld van de regering. Het uiterst rechtse Vox noemde Puente al ‘minister van Dood’. Bovendien gold Puente als een grote steunpilaar van Sánchez en ging de fervente twitteraar in felle bewoordingen tekeer tegen rechtse politici. Hij zou Sánchez pas enkele minuten voordat hij aankondigde te vertrekken op de hoogte hebben gesteld van zijn besluit.
Puente trekt zich ook terug van de kieslijst van de sociaaldemocratische PSOE voor het parlement. In de regio rond de stad Valladolid, waar hij een populaire burgemeester was, had de 57-jarige Puente veel stemmen kunnen trekken.
De vertrokken minister kreeg een minutenlange staande ovatie van zijn partijgenoten. De uiterst linkse coalitiegenoot Sumar, dat ook zijn vertrek had geëist, noemde Puente een ‘waardig en fatsoenlijk politicus’, en een geschikte minister.
De grootste oppositiepartij, het centrumrechtse PP, toonde zich minder meelevend. ‘Dit vertrek is 115 levens te laat’, zei parlementslid Muñoz, die eraan toevoegde dat eigenlijk premier Sánchez had moeten aftreden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant