Het kabinet maakt 150 miljoen euro vrij om de netkosten te verlagen voor grootverbruikers van elektriciteit. Die kosten liggen in Nederland veel hoger dan in omringende landen.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
In landen als Duitsland en Frankrijk ontvangt de industrie vaak forse subsidies. De industriële sector in Nederland zegt dat 1 tot 1,5 miljard euro nodig is voor een gelijk speelveld. Het kabinet zet nu een eerste stap met een bijdrage van 150 miljoen voor het verlagen van de netkosten.
‘Een typische industriële grootverbruiker betaalt hier voor elektriciteit gemiddeld 94 euro per megawattuur’, zegt econoom Frans de Heij van industriekoepel Energie-Nederland. ‘In Duitsland is dat 71 euro, in België 83 en in Frankrijk 36 euro. Deze verschillen komen vooral door de hogere Nederlandse netkosten.’
Voor de Nederlandse industrie betekent dit een extra aanslag op de concurrentiepositie, die toch al onder druk staat door de hoge energieprijzen. Die zijn in Europa hoger dan elders, en ze stegen dit jaar verder door de oorlog in het Midden-Oosten. De hoge nettarieven tasten de concurrentiepositie verder aan, concludeert een vandaag gepubliceerd rapport in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Een belangrijke oorzaak voor de forse netkosten is het verdwijnen van de zogenoemde Volumecorrectieregeling. Deze regeling voorzag in een fikse korting op de tarieven voor grootverbruikers. Maar toezichthouder ACM heeft de regeling sinds bijna drie jaar verboden, omdat huishoudens en het MKB hierdoor onevenredig opdraaiden voor de stijgende prijzen die de uitbreiding van het stroomnet met zich meebrengt.
‘Deze netkosten nemen toe doordat Nederland fors investeert in uitbreiding van het elektriciteitsnet’, zegt minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei. ‘Dat is nodig om minder afhankelijk te worden van fossiele energie. Die extra kosten moeten we met elkaar betalen via de tarieven.’
De hoge Nederlandse netkosten hebben grote gevolgen voor de bedrijfsvoering, blijkt uit het dinsdag gepubliceerde E-Bridge-rapport. Zo dreigt de Budelse zinksmelterij Nyrstar hierdoor te moeten stoppen in Nederland. Dit bedrijf heeft zijn CO2-uitstoot sterk weten te verminderen door zijn processen verregaand te elektrificeren, maar zegt nu de zure vruchten te plukken van de hoge nettarieven. Er wordt al jaren verlies geleden. Ook andere grootverbruikers klagen steen en been.
Door de hoge nettarieven dreigt een zogenoemde ‘fixed-cost-doom-loop’, waarschuwde accountantskantoor PwC onlangs: als grote stroomverbruikers afhaken, moeten de resterende netkosten door steeds minder bedrijven en burgers worden opgebracht, waardoor de prijsstijging voor de achterblijvers nog groter wordt.
Dit leidt vervolgens weer tot minder investeringen in elektrificatie, waardoor de door Den Haag vurig gewenste groei van de stroomvraag uitblijft. Dit heeft weer effect op de uitbreiding van de productie met wind van de Noordzee en op termijn met mogelijk meerdere kerncentrales.
Dat de industrie hier meer betaalt dan in het buitenland, komt volgens Van Veldhoven doordat enkele omringende landen korting geven op de nettarieven. ‘Dat is slecht voor de Nederlandse concurrentiepositie.’
Daarom maakt het kabinet volgend jaar 150 miljoen euro extra vrij om de kosten voor grootverbruikers te dempen. Aanvankelijk zouden er pas vanaf 2028 en later grote bedragen vrijkomen. De helft van het toegezegde bedrag moet overigens worden geïnvesteerd in vergroening.
Van Veldhoven erkent dat het niet genoeg is om een gelijk speelveld te creëren. ‘Maar dit is wel een belangrijk signaal dat we als kabinet de situatie van de industrie erkennen’, aldus de minister. ‘Het was ook een duidelijke wens van de Kamer. We werken in de jaren na 2027 toe naar ongeveer een miljard compensatie per jaar.’
Dat sommige omringende landen hun industrie meer steunen dan Nederland, komt volgens Van Veldhoven doordat de Europese regels rond staatssteun niet eenduidig zijn. Daarom nemen verschillende toezichthouders verschillende besluiten. De minister pleit in Brussel voor duidelijkere richtlijnen, zodat de onderlinge verschillen verdwijnen.
De Nederlandse energiesector ziet het liefst een beperking van de stijging van de tarieven met maximaal 2 procent per jaar, bovenop de inflatie. ‘Dat zal enigszins behapbaar zijn’, aldus De Heij van Energie-Nederland. Vanaf een miljard euro steun per jaar komen de netkosten hier ongeveer in evenwicht met die van Duitsland, denkt hij.
Of de gewenste industriële elektrificatie daarmee ook echt van de grond komt, kan De Heij niet zeggen. ‘Dat is een ingewikkelde vraag. Maar dit helpt wel. We hebben vooral voorspelbare tarieven nodig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant