Ook bij begrafenissen en crematies gaat het leven soms zijn rommelige gangetje, alsof er niets aan de hand is. Een kistdrager kan plotseling onwel worden, de geluidsinstallatie in de rouwende kerk begeeft het of een toespraak wordt definitief gesmoord in tranen.
De schrijfster Frida Vogels, dit jaar zelf op 96-jarige leeftijd overleden, beschreef in haar dagboeken enkele eigenaardige ervaringen op dit gebied in Italië, het land waar ze het grootste deel van haar leven doorbracht. Deze teksten zijn niet eerder gepubliceerd en nu opgenomen in een sierlijk, bibliofiel boekje met de titel In elkaars aanwezigheid – De dood van Ennio, samengesteld door Thomas van Grafhorst, een vriend en een van haar executeurs, en uitgebracht door het drukkerscollectief Hof van Jan.
Vogels beschrijft in haar dagboekaantekening van 4 maart 2017 hoe ze, tegen de wil van de ziekenfondsdokter, weigerde om haar doodzieke man Ennio naar het ziekenhuis te brengen ,,omdat het mij zinloos leek een stervende nog zo af te matten’’.
,,De begrafenisondernemer bleek een beest’’, schrijft ze. ,,Ik zat toen Ennio stierf bij hem en bleef bij hem zitten tot hij dood was. (…) Op een gegeven moment moest ik naar de wc. Toen ik uit de wc kwam, hoorde ik de lift. Ik dacht ‘nu komen ze hem halen’. Ik ging naar de lift en wachtte. Nee, het waren anderen. Ik ging terug naar Ennio. Hij was er niet meer. Ze hadden hem al opgehaald en weggebracht. Zonder afscheid.’’
Ze weigerde een herdenkingsdienst en botste met de pastoor van de naburige kerk in Bologna, die Ennio wilde komen zegenen. Ze zocht hem op en zei dat ze daar niet van gediend was omdat ze niet gelovig was. ,,Daarop begon de schoft met allerlei slimme trucjes. Of ik tot de parochie behoorde. (…) Hij zag dat hij geen steek verder kwam en vroeg toen hoe lang Ennio en ik elkaar al kenden.’’ ,,Dat gaat u niets aan’’, antwoordde ze. ,,Daarop probeerde hij me waarachtig nog bestraffend toe te spreken omdat ik zo opstandig was en wat ik toen antwoordde weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat ik op dit punt ongeveer opstond en wegging.’’
Het eindigt met een crematie in een industriële wijk in het noordwesten van Bologna ,,en daar is niemand bij’’.
Een beest van een begrafenisondernemer en een schoft van een pastoor – je vraag je onwillekeurig af of het vaker vreemd toegaat bij begrafenissen en crematies in Italië. Het antwoord is: ja, want Van Grafhorst schrijft in zijn nawoord dat er in 2026 bij de crematie van Vogels zelf zoveel ,,bureaucratische verwarring en haast ontroerende klungeligheid’’ ontstond dat haar stoffelijk overschot pas vijf weken na haar overlijden werd vrijgegeven voor crematie.
Haar as werd gevoegd bij die van haar man aan de voet van de heuvels van Sasso. Ik eindig daarom met dit gedicht over vergankelijkheid van Frida Vogels uit De harde kern: Ik wou met je praten/ tegenover je zitten en met je praten/ de kamer, de stoelen, het ronde tafeltje,/ nooit, nooit meer is het er en toch is het er nog./ Zo vaak ik het noem, is het er nog/ en verlies ik het weer.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie