President Isaac Herzog spreekt deze week – met het oog op de formatie – ook met zionistische partijen die uit zijn op een volledig Joodse staat. Hoe erger de ontsporingen van de staat Israël, hoe minder er nog nuances zijn over de oorsprong van het zionisme.
is redacteur van de Volkskrant.
Als er één menselijke behoefte hardnekkig is, dan die om een troebele geschiedenis helder en overzichtelijk te maken. Mensen met aanleg voor ideologisch en activistisch denken, lukt het vaak in de meest giftig verstrengelde kluwens geschiedenis heldere scheidslijnen aan te brengen tussen goed en kwaad.
Historische figuren die bij uitstek producten van hun tijd en hun regio waren, kunnen in zo’n behandeling onherkenbaar veranderen. Neem Theodor Herzl (1860-1904), de journalist-pamflettist die de geschiedenis is ingegaan als de aartsvader van het zionisme. Stefan Zweig (1881-1942) schrijft over Herzl in zijn postuum gepubliceerde herinneringen De wereld van gisteren. Benjamin Moser (1976) schrijft over Herzl in zijn nieuwe boek Antizionisme, maar hij lijkt over heel iemand anders te schrijven dan Zweig.
Over de auteur
Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zweig herinnert zich ontmoetingen met Herzl in Wenen rond 1900. Bij hem is Herzl een Joodse intellectueel in de Donaumonarchie die de hoop heeft verloren dat Joden ooit veilig in Europa zullen kunnen leven. Opkomend nationalisme van volkeren in de Donaumonarchie gaat gepaard met virulent antisemitisme, de keizer in Wenen kan er steeds minder tegen doen. Aan de oostgrens, in Rusland, worden pogroms frequenter en grimmiger. In Parijs verslaat Herzl het proces tegen de Joods-Franse legerkapitein Alfred Dreyfus, die in een klimaat van toenemend antisemitisme onterecht wordt veroordeeld voor verraad.
Herzl denkt dat er geen andere oplossing is dan dat Joden op zoek gaan naar een eigen staat buiten Europa, hij denkt aan Argentinië, aan Oeganda, aan Palestina.
Bij Moser is Herzl een man in de greep van grootheidswaan en koloniale blindheid die de Europese Joden een fatale weg doet inslaan: die van het zionisme. Honderdtwintig jaar na Herzls dood trekt het dagelijks een spoor van bloed door het Midden-Oosten.
Weinig ‘-ismen’ waarover Europeanen sterker van mening zijn veranderd dan zionisme. Dat komt door de ontsporing van de staat Israël. Een halve eeuw terug dacht tweederde van de Nederlanders positief over Israël, tegenwoordig amper 10 procent.
Over het moment waarop Israël definitief ontspoorde – al meteen bij de grootschalige etnische zuiveringen in de late jaren veertig die Palestijnen ‘de catastrofe’ (Nakba) noemen, na de gebiedsannexaties in de Zesdaagse Oorlog van 1967 of pas na de moord op Yitzhak Rabin in 1995 en het wurgen van het vredesproces door Benjamin Netanyahu – verschillen meningen. Maar behalve bij extreemrechts, gereformeerd rechts en de achterban van het Cidi vind je weinig mensen die bestrijden dat Israël een ernstig ontspoorde staat is.
Maar de werdegang van Israël is geen reden om van het zionisme iets te maken wat het niet was, en het in modellen te persen waarin het niet past. In een ideologisch verklaringsmodel dat het laatste decennium een komeetachtige opkomst beleefde, wordt het zionisme gecategoriseerd als een verlate Europese koloniale beweging die in de 21ste eeuw op 19de-eeuwse wijze om zich heen slaat. Overeenkomsten die het zionisme ooit vertoonde met dekolonisatiebewegingen, bestaan daarin niet meer.
Zionisme valt niet te begrijpen zonder de geschiedenis van Midden- en Oost-Europa. Alle premiers uit de eerste vier decennia van Israëls bestaan waren daar geboren, drie in het huidige oorlogsgebied in Oekraïne, Golda Meir, Israëls enige vrouwelijke premier, in Kyiv. Alle latere premiers van Israël hadden ouders uit Midden- of Oost-Europa.
Het was geen toeval dat zionisme het snelst wortel schoot in de stukken van Europa waar de Joodse bevolking het meeste gevaar liep.
In Antizionisme brengt Benjamin Moser eerbetonen aan Joodse denkers die zich tegen zionisme keerden, en laat die antizionisten helder en overzichtelijk contrasteren met degenen die wel in de val trapten. Problematisch aan die tweedeling is dat de werkelijkheid geenszins helder en overzichtelijk was. Veel Europese Joden zagen aanvankelijk niets in zionisme, maar gingen erover nadenken toen hun situatie verslechterde.
Problematisch is óók dat een zeer gevarieerde groep mensen collectief aan de verkeerde kant van de geschiedenis belandt. Het zionisme kende vele stromingen die felle discussies voerden over het ideaal en het einddoel. Zogenaamde ‘cultureel zionisten’ zagen in tegenstelling tot ‘politiek zionisten’ niets in een Joodse natiestaat.
De beroemdste denker die Moser als antizionist opvoert, is Hannah Arendt (1906-1975). Uit de onlangs verschenen bundel Het zionisme bij nader inzien, essays van Arendt uit de jaren veertig, geselecteerd, vertaald en ingeleid door Hella Rottenberg, leren we dat zij in deze periode een cultureel zionist was.
Na haar vlucht uit nazi-Duitsland in 1933 was Arendt in Parijs actief voor de zionistische organisatie Jeugdalija, die Joodse kinderen uit nazi-Duitsland hielp naar Palestina te ontsnappen. Arendt was voor een zionistisch toevluchtsoord, maar tegen een zionistische staat: in een vroeg stadium voorzag zij waar dat op zou uitlopen.
Arendts stroming werd volledig weggevaagd toen in de jaren 1942-1943 berichten over de moord op de Europese Joden in zionistische kringen in Palestina begonnen door te sijpelen.
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden van ’s werelds 17 miljoen Joden bijna 9 miljoen in Midden- en Oost-Europa. Vijf jaar later was minder dan de helft nog in leven. Holocaust-overlevenden die in die regio hun oude bestaan weer wilden oppakken, ontdekten vaak dat hun huizen door anderen werden bewoond of dat ze administratief waren uitgewist.
Vanaf 1946 trokken ongeveer 220 duizend Joden uit Oost-Europa westwaarts, om daar te stuiten op West-Europese vestigingsrestricties. De VS hielden de grenzen voor deze groep gesloten. Het aantal Joodse vluchtelingen in kampen voor ontheemden bleef stijgen tot de stichting van Israël vertrek uit Europa mogelijk maakte. Die stichting ging gepaard met de verdrijving van maar liefst driekwart miljoen Palestijnen.
Ziehier een giftige kluwen geschiedenis.
In een reactie op Antizionisme van Benjamin Moser schreef Hella Rottenberg: ‘Het is belangrijk dat over de oorsprong van het zionisme, de ontwikkeling, de verkeerde afslagen, machtsstrijd, misvattingen en leugens wordt gesproken. Maar wél graag met inachtneming van nuances en aandacht voor de historische feiten, want met grove streken en halve waarheden raken we alleen maar verder van huis.’
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant