Erfgoedorganisatie Boei krijgt geen tweede kans om de voormalige schuilbunker van Arthur Seyss-Inquart in Wassenaar te kopen. Volgens de rechter heeft het Rijksvastgoedbedrijf de organisatie terecht uit de koopprocedure gezet. Daarmee gaat de ‘nazibunker’ vrijwel zeker naar vastgoedondernemer Jeroen de Wilde.
Jeroen Visser is verslaggever van de Volkskrant.
Het Rijksvastgoedbedrijf schrapte Boei eerder dit jaar als potentiële koper vanwege het overtreden van de biedingsregels. Boei-directeur Arno Boon probeerde vier dagen voor de deadline in contact te komen met de enige andere gegadigde, ondernemer De Wilde, om een vorm van samenwerking te bespreken. Daarnaast had Boon een deel van zijn plannen openbaar gemaakt in een presentatie aan wijkbewoners.
Het Rijksvastgoedbedrijf nam de beslissing tot uitsluiting na onderzoek van een onafhankelijk auditbureau. Boei stapte vervolgens naar de rechter. Sindsdien ligt de verkoop stil.
De strijd draait om de kolossale schuilbunker van de Oostenrijkse rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan het hoofd stond van het bestuur in Nederland. De ‘nazibunker’ is een van de meest prominente voorbeelden van dadererfgoed, oorlogserfgoed dat symbool staat voor het naziregime of collaborateurs.
In de rechtbank draaide het vorige maand vooral om de vraag waarom Boon contact zocht met De Wilde. Aan de onderzoekers van het auditbureau verklaarde Boon dat hij wilde zien of Boei en de ondernemer konden samenwerken. De Wilde zou de bunker kunnen kopen en de stichting de inhoudelijke, cultuurhistorische kant verzorgen. Ook zou hij gezegd hebben dat hij het vervelend vond als een van de partijen moest ‘overbieden’. Tot een concreet voorstel kwam het niet, omdat Boon de ondernemer nooit direct te spreken kreeg. Hij liet een verzoek tot een gesprek achter bij De Wildes architect.
Volgens de rechter kan de poging om in contact te komen ‘redelijkerwijs worden aangemerkt als een poging tot prijsafstemming’. De samenwerking zou hebben betekend dat Boei zich zou terugtrekken en dat zou hebben geleid ‘tot een bieding van de andere bieder die niet in concurrentie tot stand zou zijn gekomen’.
Pijnlijk voor Boei is dat tijdens de zitting bleek dat de erfgoedorganisatie het hoogste bod had uitgebracht én de meest aanvaardbare partij was. Nu gaat de bunker toch vrijwel zeker naar De Wilde, al is er nog geen formele beslissing genomen.
Het gebouw ‘Commandopost Clingendael’ was na de oorlog eigendom van Defensie. In 2018 besloot het Rijk de bunker, sinds 2015 nationaal erfgoed, te verkopen. Dat leidde tot veel discussie. Erfgoedorganisaties pleitten voor een cultuurhistorische bestemming zoals een museum, omwonenden verzetten zich tegen een museale bestemming vanwege de drukte die dat met zich mee zou brengen.
Na een lange aanloop presenteerde het Rijksvastgoedbedrijf begin 2025 de voorwaarden voor verkoop. De koper moest de cultuurhistorische waarde respecteren en mocht er geen grootschalige horeca, biljartcentrum, kantorenkolos of winkelcentrum van maken. Na een voorselectie bleven erfgoedorganisatie Boei en De Wilde over. De vastgoedondernemer is onder meer eigenaar van een monumentaal pand naast paleis Noordeinde.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant