De succesvolle dorpswinkel in het Friese Aldeboarn heeft grootse uitbreidingsplannen. Maar nu doemt opeens een Haags spook op: de onzekerheid over box 3. ‘Het valt allemaal de verkeerde kant op.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Een witbrood, een doosje earlgreythee en een pak yoghurt heeft Harry Oenema al op de toonbank gelegd. Alleen een slaatje zoekt de 81-jarige nog. Daarvoor moet hij in de eerste koeling zijn, wijst Henny Meinsma, deze ochtend caissière van dienst. Oenema vist er een rundervariant uit. ‘Ze hebben echt alles!’
Dat is misschien wat overdreven. Maar met een bescheiden vloeroppervlak van circa 55 vierkante meter stelt het assortiment van dorpswinkel By de Toer (‘Bij de toren’) in Aldeboarn zeker niet teleur: van wasmiddel tot diepvriespizza’s, van verse groenten tot de eerste chocoladeletters. En natuurlijk Friese specialiteiten, zoals dúmkes van de bakker.
Toen vier jaar geleden de laatste supermarkt in Aldeboarn de deuren sloot, ontstond het experiment: een door vrijwilligers gedragen coöperatieve dorpswinkel. Een inwoonster stelde een schuur ter beschikking, die met vereende krachten werd verbouwd. ‘Sindsdien spelen we winkeltje, net als vroeger’, zegt Jannie Jager, vrijwilliger van het ‘winkelmanagement’.
Toch doet ‘winkeltje spelen’ geen recht aan de vele uren die de tientallen vrijwilligers in de winkel steken. Ook niet aan het haast professionele voorraadmanagement (‘scherp zijn op aanbiedingen’) en de zorg voor voedselveiligheid. En niet aan de grote plannen die er zijn – en de hoofdbrekens daarbij.
Want opeens doemt een Haags spook op in Aldeboarn: het gedoe rond het belasten van vermogen in box 3. ‘Tot drie maanden geleden wist ik ook niet wat ‘forfaitair rendement’ was’, zegt Jacqueline Brauwers, in het winkelmanagement behept met de toekomstplannen.
Die zijn nodig: over twee jaar moet de winkel een ander onderkomen zien te hebben. Daarvoor heeft de coöperatie twee vervallen panden aan het net opgeknapte dorpsplein op het oog, die sowieso wel een opknapbeurt kunnen gebruiken. Het dorp zit bovendien verlegen om meer woonruimte voor jongeren.
Die kwesties wil de coöperatie proberen te combineren: met het dorp de panden opkopen, om er een nieuwe plek voor de dorpswinkel en startersappartementen te creëren.
Daarvoor is 1,5 miljoen euro nodig. Uit een enquête bleek dat er onder dorpsbewoners genoeg animo is om te investeren. ‘Maar de nieuwe plannen voor box 3 zouden voor ons echt heel ongunstig uitpakken’, zegt Brauwers tussen de kratten pepernoten in het ‘DC’ (een kleine garage die dienst doet als distributiecentrum).
Het aanslaan van de investering in de dorpswinkel als vastgoedbelegging, het rekenen met een hoog fictief rendement, de voorgenomen verlaging van de heffingskorting en het belasten van waardestijging: ‘Het valt allemaal de verkeerde kant op.’
Als de coöperatie de vervallen panden met een boekwaarde van nul met vrijwilligers opknapt, krijgt zij van de fiscus een flinke rekening gepresenteerd. ‘Dan word je dus gestraft voor een mooi initiatief.’
Terwijl ze het ‘winkeltje spelen’ net lekker in de vingers beginnen te krijgen. ‘Breed maar niet diep’, duidt Ronald Rodenburg van het winkelmanagement het aanbod. ‘We hebben twee soorten koffie, maar als iemand iets anders dan Douwe Egberts of het huismerk zoekt, bestellen we dat.’ Voor verse producten van de bakker en de slager uit de buurt geldt hetzelfde.
Dat leidt tot veel en tevreden klanten, en niet alleen van dorpsgenoten op leeftijd. Senior Oenema buigt zich voorover in een kinderwagen met daarin een nieuwe aanwinst voor het dorp van drie maanden oud. Mama moet even een pakketje ophalen.
De grote boodschappen doet Oenema zoals velen in Heerenveen. ‘Maar je vergeet altijd wel iets.’ Bovendien, zegt hij: ‘Het is hier gezellig.’ Bij Jannie Jager (eveneens winkelmanagement) informeert hij terloops naar de laatste perikelen rond de bridgeclub.
Oenema weet nog dat het Friese dorp (nu 1.500 inwoners) ooit vier bakkers, twee groenteboeren, twee slagers en een herenmodezaak had. Met de tijd verdween langzaam die middenstand. In 2022 sloot de laatste supermarkt. Toen moest het dorp het een jaar zonder winkel stellen, ‘Dat was geen doen. Deze winkel is belangrijk voor ons.’
In de discussie over box 3, zegt Brauwers, gaat het vaak over ‘vastgoedcowboys en cryptomiljonairs’. ‘Maar de mensen die willen investeren in de dorpswinkel doen dat echt niet om er zelf financieel rijk van te worden. Ze willen bijdragen aan de sociale rijkdom in het dorp.’
Uit haar berekeningen blijkt dat de investeerders nog nét geen geld zouden moeten toeleggen. ‘Maar als je inflatie meerekent, wel. Daar krijg ik toch wel buikpijn van. Als de plannen doorgaan, wordt het een lastig verhaal.’
De Belastingdienst maakt geen onderscheid tussen de aard van investeringen. Brauwers ziet ook wel in dat niet overal een aparte regeling of uitzondering voor kan worden gemaakt door de dienst, die zijn taak nu al amper aankan door de complexiteit van het belastingstelsel. ‘Maar eigenlijk zou dat wel moeten. Een overheid die mensen oproept voor elkaar te zorgen, maar die dat tegelijkertijd zwaarder belast, vind ik onbetrouwbaar.’
Op de korte termijn speelt voor de onzekerheid de plannen parten. Zolang niet duidelijk is hoe de regeling voor box 3 eruit komt te zien, kan de coöperatie geen concreet voorstel voorleggen aan potentiële investeerders. ‘Die weten ook niet waar ze aan toe zijn.’
Voorlopig moet de dorpswinkel het daarom hebben van de trouwe klanten. Hilde Westerhoven-Greijdanus rekent een zak krentenbollen en een volkorenbrood af (‘bakkerskwaliteit’). Ze heeft net haar kinderen opgehaald van school, aan de overkant. Al doen Djurre en Isa-Marij liever boodschappen op dinsdag of donderdag. Dan staat opa Dick namelijk achter de kassa. Hun moeder knikt naar de klassieke Haribo-snoepautomaat. ‘Dan mogen ze iets uitkiezen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant