Oorlog tegen Iran De Amerikaanse president Trump en de Israëlische premier Netanyahu zouden na de verkiezingen in de VS Iran opnieuw willen aanvallen, met onder meer een nucleaire locatie als doel. Omringende landen maken zich ernstige zorgen.
Met een anti-Amerikaanse muurschildering op de achtergrond wachten Iraniërs in de buurt van de voormalige Amerikaanse ambassade in Teheran op de bus.
Hoe geloofwaardig is het bericht dat Donald Trump een voorkeur heeft voor een diplomatieke oplossing met Iran, terwijl het al weken gaat over een ophanden zijnde nieuwe Amerikaans-Israëlische aanval?
Amerikaanse media meldden dit weekend dat Trump zaterdag in een telefoongesprek met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft laten weten dat hij onderhandelingen met Iran een kans zou willen geven. Netanyahu zou juist aandringen op een aanval direct na de Congresverkiezingen van deze dinsdag.
Amerikaanse kiezers dreigen Trumps Republikeinse partij dinsdag bij de stembus af te straffen voor de hoge inflatie en brandstofprijzen waaronder zij sinds het begin van de Iran-oorlog gebukt gaan. Berichten over nieuwe bombardementen zouden de olieprijs meteen kunnen laten stijgen. Mocht er inderdaad een aanval gepland zijn, dan is het voor Trump slimmer om tot de verkiezingen te doen alsof dat niet zo is.
Tegelijkertijd is het moeilijk voorstelbaar dat Trump en Netanyahu geloven dat een nieuwe aanval wél het succes kan opleveren dat bij hun eerdere bombardementen uitbleef. De duizenden bommen die zij dit voorjaar afwierpen hebben het Iraanse regime immers niet op de knieën gedwongen.
Zelfs het meest expliciete doel van de oorlog – ervoor zorgen dat Iran nooit een nucleair wapen kan bouwen – is niet bereikt. Het nettoresultaat van de oorlog is voor de Amerikanen tot nu toe negatief, door de Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz en de gevolgen voor de energieprijzen.
Ondanks claims van Trump dat eerdere bombardementen in juni 2025 het Iraanse atoomprogramma hadden „weggevaagd”, en daaropvolgende luchtaanvallen op de belangrijkste nucleaire installaties in maart, sprak hij dit weekend over een ander nucleair complex als mogelijk nieuw doelwit.
Deze bunker ligt naar schatting van een Amerikaanse denktank zo’n honderd meter onder de grond, onder de Pikhouweelberg (Kuh-e Kolang Gaz La). „We hebben dat op de planning staan”, zei Trump zaterdag. „Dat kunnen we binnen tien minuten gedaan hebben.”
De Pikhouweelberg ligt op slechts anderhalve kilometer van Natanz, de belangrijkste locatie voor uraniumverrijking in Iran. De bouw ervan begon in 2020, na een sabotageactie in Natanz die Iran aan Israël toeschreef, maar het complex zou nog niet operationeel zijn. Na zware Amerikaanse bombardementen op Natanz vorig jaar zou Iran begonnen zijn met het versterken van het complex in de Pikhouweelberg.
Netanyahu staat al decennialang bekend als iemand die de eventuele nucleaire ambities van Iran met geweld wil bestrijden. Voor een deel zou dit politiek ingegeven kunnen zijn: de premier profileert zich graag als een hardliner die Israël veilig kan houden door de vijand proactief aan te vallen. Mensen die hem van nabij kennen, zeggen dat het hem wel degelijk om de inhoud te doen is.
Het afwenden van het Iraanse gevaar, zei zijn voormalig communicatiedirecteur Yoaz Hendel in 2015 tegen NRC, is „deel van zijn carrière, zijn doelen, zijn leven”. Volgens Hendel, coauteur van het boek Israel vs. Iran – War of Shadows, acht Netanyahu een harde opstelling tegen Iran cruciaal voor het voortbestaan van Israël.
Toch valt een eventuele aanval op Iran niet los te zien van de timing, zo vlak na de Israëlische verkiezingen vorige week dinsdag. Volgens enkele media zou Netanyahu het liefst al vóór die stembusstrijd toegeslagen hebben, om als oorlogspremier de verkiezingsdag in te gaan. Dat zou Trump hebben geblokkeerd, terwijl het Israëlische leger en de inlichtingendiensten hun twijfels hadden over het motief van de premier. Was een aanval strategisch noodzakelijk, of waren de redenen voor een aanval vooral electoraal van aard?
Diezelfde twijfel geldt voor een aanval ná de verkiezingen. Als Israël in oorlog is, zou dat Netanyahu een argument geven om een regering van nationale eenheid te forceren – met hemzelf aan het hoofd. In tijden van oorlog hebben Israëliërs de neiging om massaal achter vlag en vaderland te staan. Waarom zou je die situatie niet actief uitlokken?
Iran heeft al verkondigd op allerlei manieren terug te slaan als het wordt aangevallen. Mohsen Rezaei, hoofd veiligheid van het regime, dreigde op X met de inzet van „nieuwe wapens” en eerder met het openen van „nieuwe fronten”. Tegelijk zegt Teheran te blijven streven naar een diplomatieke oplossing, en voerde het daartoe de afgelopen dagen gesprekken met Qatar, dat probeert te bemiddelen.
Een aanval door de VS en Israël kan ook op niet-nucleaire doelen gericht zijn, zoals Iraanse olie-installaties of de raketinstallaties en radars langs de Straat van Hormuz. Netanyahu en Trump kunnen ook kiezen voor een brede aanval, net als ze eind februari deden.
Regionale leiders vrezen dat een nieuwe aanval nog schadelijker zal zijn dan de eerdere gevechtsronden. Zo zei de Egyptische minister Badr Abdellaty (Buitenlandse Zaken) op een veiligheidsconferentie in Bahrein dat een nieuwe ronde „gevaarlijker en destructiever” zal zijn dan de vorige, en „nergens” toe zal leiden. Golfstaten vrezen dat toeristen en zakenlui nog minder hun landen zullen willen bezoeken.
Het blijft de vraag wat Trump denkt te bereiken door steeds opnieuw voor militaire actie te kiezen. Door te dreigen met geweld kan hij de druk op Iran verhogen om concessies te doen aan de onderhandelingstafel. Tot nu toe heeft dat niet het gewenste resultaat opgeleverd. Eén ding is in elk geval in zijn voordeel: na de verkiezingen gaat hij de tweede helft van zijn laatste presidentstermijn in. Electoraal gezien heeft hij dan niets meer te verliezen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie