Na haar doorbraak met megahits als Ik wil dansen en uitverkochte zalen nam Froukje een pauze. Nu is ze terug met Kijk je naar mij? en een clubtour. Backstage in de Melkweg vertelt ze over een nieuwe fase in haar carrière.
is popredacteur van de Volkskrant.
In de Melkweg in Amsterdam sloft Froukje Veenstra (25) backstage op haar Uggs. Ze eet wat chips uit haar hand, en loopt achter de fotograaf aan naar een ruimte met mooi licht. ‘Frokkie, heb jij het druk?’, vraagt Tjeerd Bomhof, de helft van het producersduo 22ghosts, die haar snelwandelend inhaalde. Samen met Froukje produceren ze haar muziek en ze verzorgen ook de muzikale leiding van haar optredens. ‘Ik wilde nog even iets overleggen over de cues.’
Vanavond speelt Froukje de releaseshow van haar tweede album in het Amsterdamse poppodium. Het is uitverkocht. De zaal, waar 1.250 bezoekers in passen, is veel te klein voor de alternatieve poplieveling, ook als ze twee avonden achter elkaar speelt.
Met het album Kijk je naar mij? staat Froukje aan het begin van de rest van haar carrière. Na een razendsnelle opkomst tijdens de coronapandemie en megahits als Ik wil dansen hoeft ze haar positie in het poplandschap niet meer te veroveren. Maar ze is ook niet meer ‘de nieuwe stem’.
‘Die eerste fase, die doorbraak, soms voelt het alsof dat je hele carrière is’, zegt Froukje twee weken na de Melkwegconcerten in het kantoor van haar manager Froukje Bouma. In datzelfde pand laat de zangeres een studio bouwen. ‘Maar ik ga natuurlijk nog superlang werken, het is niet alsof het er nu opzit. Dit is gewoon een andere fase: eentje waarin ik minder achter het succes aan hol.’
Leunend tegen een wand van glazen blokken poseert ze geroutineerd, maar natuurlijk voor de fotograaf van de Volkskrant. Ze lijkt op haar gemak voor de lens, of het is simpelweg gewenning.
‘Zullen we nog even kijken naar de cues?’, vraagt Bomhof. In de eerste van drie kleedkamers heeft het management zich geïnstalleerd. Manager Bouma kletst met Froukje over gemeenschappelijke vrienden en over wat er moet gebeuren. ‘Kwart voor zeven komt 3FM in jouw kleedkamer.’ Froukje maakt een instemmend geluid. ‘Daarvoor moet je gegeten hebben.’
Ze pakt een snoepreep uit een kommetje. ‘Sinds wanneer staan die dingen hier? Gister was er toch niks zoets?’ ‘Nee, die heeft de tourmanager gehaald vandaag, omdat we allemaal zo aan het klagen waren’, zegt Bouma, al jarenlang Froukjes manager en vriendin. Froukje hangt inmiddels voorover gebogen over haar telefoonscherm. ‘Wanneer moet ik repeteren? O, zo al. Dan ga ik nog heel even zitten en brak zijn.’
Froukje zit in kleermakerszit op het podium te pielen met haar in-ears, de oordopjes waardoor ze straks zichzelf en de klikjes die de maat aangeven hoort. Aan weerszijden staan bandleden. Plots knalt er een flard stevige hardstyle door de speakers, en flitsen de lampen wit en agressief op de maat. Verward kijkt ze op. De soundcheck begint.
De band zet Geen rem in, een van de beste liedjes van haar nieuwe album. Froukje staat op, loopt bedeesd heen en weer terwijl ze geconcentreerd haar teksten zingt. Pas als bij ‘ik huil altijd om mijn relatie’ de emotionele lading van het liedje toeneemt, gooit ze haar arm in de lucht. Plots is een glimp van podium-Froukje te zien.
Als het nummer is afgelopen, landt het bij gebrek aan publiek in een vreemde stilte. Bomhof, tegen de drummer: ‘Jasper, jij hoeft je echt niet in te houden. Je kan je even boos maken hier.’
Bomhof begint te zoeken tussen de verschillende vooraf opgenomen stukjes zang, naar het stukje dat straks de perfecte harmonie kan vormen met Froukjes live-uitvoering. Ze proberen een andere uit. Froukje zingt met haar blik naar beneden en haar hand in de zak van haar trainingsbroek.
Nu Kijk je naar mij? uit is, begint Froukje langzaamaan aan de volgende. ‘Ik wil niet meer per se dingen schrijven die ook op grote festivalpodia kunnen’, zegt ze. ‘Dat heb ik bij dit album wel gevoeld: ik wilde muziek maken die op een Alpha (het hoofdpodium van Lowlands, red.) of op de mainstage van Pinkpop zou kunnen. Maar dat durf ik nu los te laten.’
‘Dat was een jaar geleden wel anders. Ik denk dat die ontspannenheid van nu het resultaat is van er hard aan werken dat externe erkenning niet meer mijn geluk bepaalt.’ Haar tot voor kort altijd piekerende hoofd temde ze met coaching, meditatie, maar ook door wat tijd te laten verstrijken. Ze nam een pauze van optreden en ging stage lopen op een kantoor.
‘Even dat eerste ongemak uitzitten, van dat ik niet meer het nieuwe speeltje ben. Je ontkomt niet aan ongemak, en er zullen nog veel meer ongemakkelijke dingen komen in mijn carrière. Maar ik voel dat ik het aankan, dat ik daardoorheen kan komen.’
In de grootste backstageruimte staan op een lange tafel witte plastic afhaalbakjes met roti, rijst, tempeh en kip. Ernaast staan vier rijen zuiveltoetjes van de supermarkt. Bij het opscheppen morst Froukje sambal op haar shirt.
Na wat in de vlek te hebben gewreven, ploft ze op de bank, tussen drie vriendinnen en oud-huisgenoten in. Ze schreef over hen en hun samenwonen een liedje dat ze straks gaat zingen: Luzacstraat. ‘Ik kreeg die aanvraag, mijn ouders vonden het echt geweldig’, praat ze hen bij.
Ze heeft het over haar boeking als voorprogramma van Robbie Williams, komende zomer in het Stadspark van Groningen. ‘Ik vind het wel iconic’, zegt een van haar oud-huisgenoten die bij de merchandise staat. Een ander vraagt: ‘Ga je ook een hertaling doen van zijn nummers? Laat meeeee... je entertainen.’
Ondertussen zitten buiten al een stuk of veertig fans in de rij te wachten, en liedjes te zingen. Froukje leunt naar voren. Ze fronst, geconcentreerd luistert ze naar wat de fans zingen. ‘Bruiloft!’ zegt een van haar vriendinnen. Een luid ‘ooohhh’ verspreidt zich door de eetruimte.
Tourdagen zijn fijn, vindt Froukje. ‘Het is duidelijk: meestal doe je iets van vier shows in de week en verder doe ik niet zoveel. Het is een heel gezellige periode, ook omdat het team zo leuk is. Deze baan is natuurlijk ook meer dan bij andere banen een setting waarin je vrienden wordt: je gaat met elkaar naar het café en zo.’ Toen haar laatst bij een spelletje gevraagd werd wie uit haar team haar als eerste zou bedriegen, kon ze niemand bedenken. ‘Ik werk met alleen maar lieve mensen, door wie ik me gezien voel.’
‘Ik twijfel nog of het lit is, Robbie Williams’, zegt Froukje tegen Bouma, die ook haar eten komt opscheppen. ‘Nee, nee, de reacties zijn echt goed, vooral in het oudere segment’, sust zij.
Dat na haar pauze die grote boekingen voor komende zomer weer binnen zouden komen, had Froukje wel verwacht. Ze is een geliefde liveact. Haar concerten, ook in grote zalen als de Afas Live en Ziggo Dome, verkopen altijd uit. ‘Het gebeurt met veel artiesten dat het op een gegeven moment wat minder wordt’, zegt ze. ‘Er is een periode waarin je superrelevant bent, en later verdwijn je een beetje uit beeld. Ik zou daar wel mee kunnen leven, maar ik geniet daarom wel nu erg van deze fase.’
Ze geniet met volle teugen van het leven dat ze leidt. Liedjes schrijven is haar hobby, en op het podium is ze gelukkig. Het enige ingewikkelde is het te moeten verkopen, vertelt ze in het kantoor. ‘Mijn werk ligt dicht bij mezelf. Maar het marketen van mij als persoon, dat vind ik niet leuk. Dat ik met mijn team bezig ben met hoe we mij gaan presenteren op de socials, bijvoorbeeld.’
Froukje heeft iedereen bijeengeroepen. Ze vertelt samen met haar boeker David van Schuylenburch wat komende zomer op de planning staat. ‘En dan nu de wildcard. Het is een grote internationale artiest, voor... hoeveel mensen?’ David: ‘30-, 40 duizend?’ Froukje: ‘En het is... Robbie Williams!’ De kleedkamer barst in lachen uit. ‘Oké, fuck die andere shit allemaal’, zegt drummer Jasper Samsom.
Feitelijk is Froukje de baas, of in elk geval werkgever, van iedereen in deze kleedkamer. Maar dat voelt niet zo, vertelt ze: ‘Nou ja, een beetje. Kijk, iedereen heeft zijn eigen expertise. Ik stuur niet het audiotechnische team aan, want daar heb ik geen verstand van. Maar ik voel wel dat ik de creatief leider ben van het geheel. Het is mijn project.’
Op de bruine suède bank van kleedkamer 3 zit Froukje naast Bomhof, die naar de laptop op zijn schoot tuurt. Tegenover hen zit regisseur Belle van Heerikhuizen.
Ze nemen de praatjes door die Froukje straks tussen de nummers door op het podium gaat houden. ‘In het praatje voor Dit is hoe je van iemand houdt moet je die jongen niet te veel bagatelliseren’, zegt Van Heerikhuizen. ‘Echt meer naar dat moment gaan van toen je op dat bed zat, de spanning en sexyness van dat moment meepakken.’ ‘Ik weet niet of ik dit allemaal ga onthouden’, zegt Froukje. ‘We gaan allemaal key words maken’, zegt Bomhof.
Voor die praatjes heeft ze die hulp nodig, vertelt ze later. ‘Ik vind dat moeilijk, ik ben vaak wollig. Ik heb er ook nooit zin in. Ik vind die praatjes het moeilijkst aan spelen, eigenlijk. Je wil ontspannen en als jezelf praten, maar om het goed te doen moet het van tevoren al een beetje bedacht zijn. Die spanning is ingewikkeld.’
‘Ik heb even wat nieuws gekocht, want ze wilden het wat hotter’, zegt stylist Nikki Vekemans. Ze staat voor een kledingrek in Froukjes kleedkamer. ‘Wie wilde dat? Wie wil mij als slut?’ vraagt Froukje, met een verontwaardiging die deels ironisch is. ‘Management’, zegt Vekemans voorzichtig.
Froukje en haar manager Bouma kennen elkaar door en door, zijn elkaars steun en toeverlaat. De verontwaardiging glijdt van haar gezicht.
Froukje bekijkt een zilveren glitterbroekje en een felgroen shirt met een opdruk van een pad op een motor. ‘Ik vond mijn outfit gister wel hot’, zegt ze. Bij haar eerste concert droeg ze een spijkerbroek en een strak zwart shirt, dat tot net boven de lage broekrand uitkwam. Vekemans: ‘Ik ook, maar ik denk dat wij een andere definitie hebben van hot dan de meeste mensen.’
Froukje trekt het pad-shirt aan, nog over haar trainingsbroek en Uggs. ‘O, dit zou ik toch zo lekker vinden, als ik hierin kon optreden.’
Froukje heeft inmiddels haar outfit aan: het felgroene shirt op het zilveren broekje, met hoge sokken in Dr. Martens-instappers. Ze is tevreden. ‘Ik ga even vragen of dit is wat ze bedoelt’, zegt Froukje. ‘O, maar dit vind ik wel hot’, klinkt het meteen. ‘Dit is hot, toch? Vandaag is ze een horny pad in plaats van een brave kikker’, voegt Vekemans eraan toe.
Froukje zit op de bank haar make-up te doen. ‘Benoem ik eigenlijk tijdens het eerste praatje ook nog even de band?’
Ze nam voor deze tour een nieuwe gitarist en bassist aan. Dat betekende dat ze de gitarist en bassist met wie ze ooit begon, haar vriendinnen van het conservatorium, moest ontslaan.
‘Er veranderde veel, ik heb een beetje om die tijd gerouwd’, zegt ze op het kantoor. ‘Die doorbraak maak je maar één keer mee. Deze fase is ook bijzonder, dat die studio wordt gebouwd en zo. Het is niet hetzelfde, maar het is ook leuk.’
Terwijl Froukje zich terugtrekt in haar kleedkamer, ijsberen de bandleden door die van hen. Drummer Samsom draait zijn armen wat om ze warm te maken, bassist Hilde Luytjes en gitarist Tessa Raadman doen stemoefeningen.
Net voordat Froukje nog even de wc in glipt, pakt Bouma haar bij de schouders vast. ‘Oké Frok, pak ze, geniet ervan, en dat is alles wat ik daarover te zeggen heb.’ Na een knuffel loopt ze naar beneden, de zaal in.
Froukje heeft zich bij de band aangesloten. ‘Hij (Robbie Williams, red.) heeft wel bangers for days hoor’, zegt gitarist Raadman. Froukje: ‘Sowieso. Ik hoop dat we hem mogen ontmoeten.’
‘Ik hou heel erg van dat hangen op een showdag, in de kleedkamers’, zegt Froukje achteraf. ‘Dat vind ik het leukste aan touren: het niksige tussendoor. Dat je gewoon in elkaars buurt bent.’
De band loopt naar beneden. ‘Wauw, ik ben mentaal nog niet daar’, zegt Froukje. ‘Ach joh, dan doen we zo even een yelletje en dan zijn we er weer’, zegt drummer Samsom.
Bij deze tour gaat de hele band, inclusief Froukje, met een bandbusje naar de optredens toe. ‘Bij dat ouderwetse bandgevoel hoort wel echt dat busje’, zegt Froukje.
‘Nog twee minuten’, zegt de tourmanager. ‘Oké jongens, yellen’, zegt Samsom. Hij moet ’m zelf eerst nog even mompelend voordoen, maar dan, met z’n vijven, uit volle borst: ‘Yell, yell, yell, Jacques Brel, ne me quitte pas, oui, oui, oui, oui, oui!’
Froukje staat in haar eentje op het podium, achter haar toetsen. Het is donker. Twee spots flitsen aan. ‘Ik stond schreeuwend voor een zaal, vind je dat normaal’, zingt ze de beginregels van haar album a capella, helder en recht de zaal in. ‘Nu hebben ze me eindelijk helemaal.’ De zaal zingt mee, woord voor woord.
Samen met toetsenist David Hoogerheide zet ze Kleine jongen in. Hij verliest zich in zijn synths. Froukje lacht en zet de muziek stop. ‘Sorry, ik hoor David hier heel erg experimenteren naast me.’ Totaal ontspannen start ze het nummer opnieuw in, met een chic ‘laat je horen voor David op keys!’ tussen haar zangregels door.
De zaal klapt mee met Kwijt, Froukje neemt rondzwierend op het podium een slokje uit haar waterfles. Ze staat daar alsof ze nooit ergens aan getwijfeld heeft, ze draagt haar liedjes als haar favoriete pyjama. Ze passen haar perfect.
De band loopt van het podium. Het applaus klinkt nog, de managers en bandleden knuffelen elkaar. Hoogerheide, lachend: ‘Ik zat bij Kleine jongen helemaal in een tubageluid ineens.’
Bij het kiezen van nieuwe bandleden, koos Froukje expres weer voor twee vrouwen op gitaar en bas. ‘Ik heb altijd twee vrouwen en twee mannen in mijn band gehad. Ik vind het leuk én belangrijk om vrouwen op het podium te hebben. Mijn vorige bassist en gitarist waren echt een voorbeeld voor meiden. We hebben sowieso een best gebalanceerd team qua mannen en vrouwen. Ik vind dat fijn, om niet alleen met mannen te werken.’
De tourmanager probeert iedereen naar de borrel te bewegen. ‘Moeten jullie je nog omkleden?’ ‘Nee’, zegt Froukje. Ze kijkt even naar beneden, naar het groene paddenshirt, en de trainingsbroek en de Uggs die ze er weer onder heeft aangetrokken. ‘Of vind je van wel?’
In zo’n borrel achteraf heeft ze altijd wel zin, vertelt Froukje later in het kantoor. ‘Ik hou van die gezelligheid, ik vind het fijn als er mensen zijn.’
Op de borrel in het Melkwegcafé Milk zijn de lichten fel en is het interieur minimaal. Vrienden, familie en mensen uit de muziekindustrie drinken een biertje, de sfeer meer die van een netwerkborrel dan van een rock-’n-roll-after.
Froukje heeft al een rondje gedaan en met wat mensen gepraat, maar nu zit ze samen met haar bandleden. Een lange jongen met krullen vraagt haar om een foto. Ze staat op en poseert met hem. Ze lijkt gelukkig, en rustig.
Ze staat nu op het punt om te beginnen aan haar clubtour, kleiner dan de Ziggo Dome die ze eerder met S10 vulde. Het geeft haar net zoveel voldoening, misschien zelfs wel meer. Het hijgerige is van haar succes af. Dat heeft ze nu leren waarderen: ‘Het grootste geluk zit helemaal niet in wat ik doe, maar in hoe ik ermee omga en wat ik erbij voel.’
Froukje is op tournee van 4/11 tot 12/12. Ze treedt op door heel Nederland, en in Brussel en Antwerpen. Voor Tilburg zijn er nog kaarten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant