Dat een burn-out disproportioneel vaker voorkomt bij vrouwen is geen persoonlijke kwestie. Het is tijd dat uitputting getransformeerd wordt van persoonlijk lijden naar het centrale vertrekpunt van een politieke analyse: de politiek van de vermoeidheid.
Tijdens de Maand van de Geschiedenis, die zaterdag eindigde, legden kennisinstituut Atria en schrijver Suzanna Jansen met Project RUST een vergeten archief bloot: de massale vermoeidheid van vrouwen in het naoorlogse Nederland. Maar wie denkt dat de ‘overspannen huisvrouw’ die in de jaren vijftig en zestig naar een rusthuis werd gestuurd een relict uit het verleden is, kijkt weg van de realiteit van vandaag. De geschiedenis van vrouwelijke uitputting – die altijd al werd medebepaald door sociale verschillen als klasse en etniciteit – duurt voort.
Vermoeidheid is niet persoonlijk. Het is geen psychologische gemoedstoestand of persoonlijk falen dat snel ‘geheeld’ moet worden om weer productief mee te kunnen draaien. Het is een direct gevolg van de posities die vrouwen innemen in ons huidige samenlevingsmodel. Daarmee is vermoeidheid politiek: een gedeelde ervaring en bijgevolg een nieuw startpunt voor een politieke analyse.
Over de auteur
Sarah De Mul is hoogleraar cultuur, literatuur en diversiteit aan de Open Universiteit.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wanneer we in het historisch archief van de Lage Landen duiken, brokkelt de mythe van ‘de’ universeel vermoeide vrouw echter snel af. Aan het eind van de 19de eeuw schreef Louis Couperus in zijn bekende roman Eline Vere over de ‘zenuwzwakte’ van zijn hoofdpersonage. Door de vermoeidheid van Eline te medicaliseren, bleef de verstikkende moraal voor vrouwen van de toenmalige gegoede, witte burgerij intact. Haar vermoeidheid werd verheven tot iets van ‘fijnbesnaarde’ mensen en behandeld met dure kuren en rustoorden, terwijl de uitputting van de arbeidersvrouwen in de Gentse textielfabrieken of op het Zeeuwse platteland onzichtbaar bleef.
Toen de Dolle Mina’s begin jaren zeventig van Amsterdam tot Antwerpen in opstand kwamen tegen de burgerlijke rolpatronen en vrouwen massaal de werkvloer betraden, veranderde de dynamiek opnieuw. De witte, buitenshuis werkende vrouw – wier ‘belasting van de bevrijding’ haarfijn werd geanalyseerd door sociologe Christien Brinkgreve – kon de spagaat tussen werk en gezin nauwelijks overleven. Zij moest haar zorgarbeid noodgedwongen uitbesteden. De uitputting werd daarmee gedeeltelijk overgeheveld naar de schouders van vrouwen uit migrantengemeenschappen, die onder precaire omstandigheden de huizen van witte vrouwen poetsten.
In onze huidige, hypernerveuze prestatiemaatschappij van overconsumptie en overprestatie zijn we inmiddels allemaal moe. In zijn boek The Exhausted of the Earth uit 2024 stelt politicoloog Ajay Singh Chaudhary zelfs dat een gedeelde uitputting de gemeenschappelijke emotionele matrix is die ons allemaal verbindt. De uitgeputte massa’s vormen in zijn ogen de nieuwe, potentiële revolutionaire klasse.
Maar nog altijd is niet iedereen op dezelfde manier moe en heeft niet iedereen evenveel toegang tot en recht op rust. Terwijl de afbraak en privatisering van het zorgsysteem de druk volledig bij het individu legt, vullen vrouwen en gemarginaliseerde groepen de gaten op met onbetaalde mantelzorg, emotionele arbeid en onderbetaalde, precaire banen in de zorg, de schoonmaak en het onderwijs.
Burn-out en onverklaarde gezondheidsklachten komen nog altijd disproportioneel vaker voor bij vrouwen. Minderheden en vrouwen uit de arbeidersklasse dragen de zwaarste last, omdat zij de onderkant van de zorgketen draaiende houden ten koste van hun eigen mentale en fysieke gezondheid.
Om dit probleem aan te kaarten, pleitten recent Anja Meulenbelt in haar boek Alle moeders werken al en de Deense feministische econoom Emma Holten in Tekort voor de herwaardering van zorg. Tot nu toe hebben verschillende feministische denkers oplossingen gezocht in méér erkenning voor zorg en zorgarbeid, of voor de oprichting van zorgzame gemeenschappen.
Maar recenter wordt steeds vaker gesteld dat er tot nu toe te weinig werd erkend hoe uitputtend (zorg)arbeid is en dat het feminisme zorg dreigt te romantiseren. In hun spraakmakende artikel On Exhaustion: Toward a Post-Care Feminism stellen de Amerikaanse theoretici Jennifer C. Nash en Samantha Pinto dat we uitputting niet langer moeten zien als een symptoom dat het feminisme moet ‘genezen’ en dat we de focus moeten verschuiven naar de emotionele en fysieke grenzen van het zorgen zelf.
Vanuit deze optiek is vermoeidheid geen tijdelijk op te lossen probleem, maar een politieke positie, een structurele realiteit van waaruit we kunnen handelen. In plaats van te wachten tot vermoeidheid door betere wetgeving of herwaardering van de zorg is weggewerkt, kunnen we als vermoeide vrouwen juist vanuit die stilstand instandhouding, verzet en solidariteit opbouwen.
Is het tijd voor een feminisme dat durft te erkennen: ‘Wij zijn moe’? Terwijl analyses zoals die van Meulenbelt geloven in strijd voor een betere toekomst aan de hand van collectieve, publieke acties zoals stakingen, is een dergelijke ‘politiek van de vermoeidheid’ passiever en kleinschaliger en weigert zij meer energie te consumeren of te produceren.
Denk aan de Chinese Lying Flat-beweging of Rest is Resistance van activist Tricia Hersey. Waar Meulenbelt streeft naar systeemhervorming op de lange termijn, richt deze politiek zich op direct zelfbehoud binnen een verstikkend systeem – vergelijkbaar met de ‘survival pending revolution’-programma’s van de Black Panther-beweging. Het zijn dagelijkse, kleinere daden van verzet in afwachting van de grote sociale verandering. Beide posities zijn complementair aan elkaar.
Met Project RUST wordt een belangrijk begin gemaakt met het opdiepen van de verborgen geschiedenis van vrouwelijke vermoeidheid. Destijds werden overspannen vrouwen naar een rusthuis gestuurd; vandaag de dag sturen we ze naar een mindfulnesstraining, een burn-outcoach of schrijven we antidepressiva voor. Het onderliggende idee blijft onveranderd: de vrouw is ‘defect’ en moet individueel worden opgelapt om weer mee te kunnen draaien.
Het wordt tijd dat we de implicaties van een ‘post-carefeminisme’ omarmen en uitputting transformeren van persoonlijk lijden naar het centrale vertrekpunt van onze politieke analyse. Een politiek van de vermoeidheid maakt het mogelijk om hier en nu verzetsstrategieën te ontwikkelen, bijvoorbeeld door onze tijd te heroveren en onze basisbehoeften te de-commercialiseren.
Pas wanneer we de gedeelde geschiedenis en het gelaagde heden van onze uitputting als politiek alarmsignaal durven te erkennen, kunnen we bouwen aan een maatschappij waarin ‘me-time’ en ‘wellness’ geen tijdelijk afgekochte privileges zijn, maar welzijn een radicaal bestaansrecht is voor iedereen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant