Home

Miljardairs laten zich moeilijk plukken. Gaat een vermogenstaks in Californië een revolutie ontketenen?

Californië stemt dinsdag over een voorstel voor een eenmalige belasting op miljardenvermogens. Die zou een bredere beweging in gang kunnen zetten, maar de tegenstanders geven zich niet zomaar gewonnen. Wat staat hier precies op het spel?

is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.

Niets is zeker behalve de dood en belastingen, schreef een van de grondleggers van de Verenigde Staten, maar de miljardairs van Californië wagen dat te betwijfelen. Niet alleen steken ze kapitalen in een zoektocht naar onsterfelijkheid, ze doen ook hun uiterste best om zo min mogelijk van hun rijkdom via de fiscus met hun medeburgers te delen. De dood, belastingen: dat zijn zaken voor de anderen.

Komende week bereikt hun verzet tegen belasting een voorlopige climax. Dinsdag staat in Californië Proposition 40 op het stembiljet, een door meer dan een miljoen kiezers afgedwongen referendum over een nog nooit op die schaal vertoond belastingplan.

Door de bezuinigingen van president Donald Trump dreigt het zorgstelsel namelijk onbetaalbaar te worden voor honderdduizenden arme inwoners van de staat, een van de welvarendste plekken ter wereld. Om dat gat te dichten, wil de vakbond voor zorgwerkers iets doen waarvan linkse denkers al jaren dromen: tax the rich.

Alle Californiërs met meer dan 1 miljard dollar vermogen moeten daarvan eenmalig 5 procent aan de staat afdragen. Het zou de staat, die 250 miljardairs telt (de stand op 1 juli 2026), volgens de initiatiefnemers 100 miljard dollar moeten opleveren.

Strijd tegen ongelijkheid

Het zou een revolutie zijn. Hier, op de plek waar de techbro’s met hun apparaten, apps en algoritmen geld uit de hele wereld hebben geconcentreerd, zou iets van dat opgehoopte schuim worden afgeroomd en herverdeeld. Het zou een kentering zijn in de ontwikkeling van de ongelijkheid die, van Frankrijk tot India, tot steeds grotere protesten leidt. In het Verenigd Koninkrijk kwam het verzoek om een belasting nota bene vanuit miljonairs zelf.

Als het plutocratische bastion Californië kan worden geslecht met een rijkenbelasting, waarom dan niet de rest van de wereld?

‘Dit is niet alleen beslissend voor inwoners van Californië’, schreven zes Nobelprijswinnaars in september in een open brief. ‘Een ja-stem zal een beweging in gang zetten in andere staten en in andere landen. De stem van de Californiërs kan een keerpunt worden in de strijd tussen democratie en oligarchie.’

Het Californische plukvoorstel komt van een vakbond, maar de details zijn bedacht door twee mannen die al veel langer nadenken over een manier om meer geld binnen te halen bij de vermogende klasse. Emmanuel Saez en Gabriel Zucman, twee Franse economen, hebben er tientallen wetenschappelijke artikelen over geschreven die uitmondden in een activistisch, maar stevig gefundeerd boek. The Triumph of Injustice – How the Rich Dodge Taxes and How to Make Them Pay, uitgebracht in 2019, is een bijbel geworden voor progressieve politici.

Geen inkomen, geen belasting

Onder hen de Amerikaanse senatoren Bernie Sanders en Elizabeth Warren. Als zij in 2020 een gooi doen naar het presidentschap, is een belasting voor de rijken een van hun belangrijkste programmapunten. Rise up and take the power back, it’s time the fat cats had a heart attack, klinkt het van de band Muse op Sanders’ verkiezingsbijeenkomsten, waarin hij eindeloos statistieken opsomt over de onmetelijke vermogens van de 0,1 procent. De dikke katten zijn aan de beurt.

Saez en Zucman zien dat de rijken vroeger dankzij een progressieve inkomstenbelasting veel meer bijdroegen aan de schatkist – ook in de VS. Maar de belasting die de allerrijksten tegenwoordig betalen, staat in geen verhouding tot hun groeiende rijkdom. Zij hebben nauwelijks inkomen, maar vooral aandelen die steeds meer waard worden. Over die waardestijging hoeven ze geen belasting te betalen zolang ze de aandelen niet verkopen en zo in cash omzetten.

Zo betalen Larry Page en Sergey Brin, de oprichters van Google, in 2019 en 2020 precies 0 dollar inkomstenbelasting. Een belasting op rijkdom, op vermogen, is de enige manier om hen weer te laten bijdragen.

Vicieuze cirkel

Het is niet alleen een economische, maar ook een democratische noodzaak, vinden de twee Fransen. Zonder zo’n ingreep dreigt een vicieuze cirkel waarin geld meer geld creëert. Zeker in de VS, waar de opgestapelde rijkdom ook nog eens belastingvrij aan de kinderen kan worden nagelaten, waarna de teller van de waardestijging op 0 wordt gezet. Thomas Piketty, die andere beroemde Franse ongelijkheidseconoom, waarschuwde voor het ontstaan van een oligarchie van ultrarijken.

Zucman, begonnen als leerling van Piketty, wordt in de jaren daarna een onvermoeibaar pleitbezorger van een vermogensbelasting. Hij realiseert zich dat die het best zou werken als er geen paradijzen zijn waar de beoogde betalers naartoe kunnen vluchten. De belasting zou dus wereldwijd moeten worden ingevoerd.

In 2024 publiceert hij op verzoek van G20-voorzitter Brazilië een ‘blauwdruk’ voor zo’n wereldwijde belasting op de ultrarijken. Zijn voorstel: een minimale belasting van 2 procent op de vermogens van alle drieduizend dollarmiljardairs op aarde. Die zou 200- tot 250 miljard per jaar moeten opleveren. Leg je de grens bij 100 miljoen, dan levert dat zo’n 100 miljard extra op.

Het gaat de Zucmantaks heten. Zijn naam wordt gescandeerd, onder meer bij Franse protesten. De Franse Tweede Kamer stemt voor invoering, waarna de Senaat de belasting tegenhoudt. Maar het is aan het gisten.

Beter te handhaven

Vermogensbelasting is geen nieuw idee. Zo’n twintig Europese en Zuid-Amerikaanse landen hebben eind 19de, begin 20ste eeuw een variant ingevoerd. De meeste daarvan hebben die eind jaren negentig, begin jaren nul afgeschaft. De inschatting van de vermogens was lastig, de handhaving was lastig, en nogal wat rijken namen de benen naar landen met een gunstiger fiscaal klimaat. Zelfs Zweden, in Sanders’ ogen een democratisch-socialistische heilstaat, is er in 2007 mee gestopt.

Spanje, Noorwegen, Zwitserland en Colombia hebben nog wel een vermogensbelasting, met verschillende percentages en verschillende drempelwaarden. In Spanje, met het hoogste toptarief van 2,5 procent, levert de belasting het minst op.

De Europese rijkenbelastingen hadden als zwakke plek dat ze niet alleen voor de extreem rijken waren bedoeld. Ook de hogere middenklasse werd erdoor geraakt, waardoor het draagvlak niet bijster groot was. Ook werden er voor de middenklasse uitzonderingen bedacht, waarvan de superrijken vervolgens het meest profiteerden. Om die reden leverde de belasting veel minder op dan een alleen op de superrijken gerichte belasting van 1 procent zou opleveren, berekenden Saez en Zucman. Bovendien: hoe minder mensen door een belasting worden geraakt, hoe beter die te handhaven is.

De kapitaalvlucht, een belangrijke reden voor Zweden om met de belasting te stoppen, kan volgens Zucman in de toekomst worden voorkomen door inwoners nog voor vijf of tien jaar belastingplichtig te houden, ook al wonen ze dan in een ander land.

Belasting in Nederland

Nederland heeft jarenlang een tussenvorm gehad, niet alleen voor de superrijken, maar voor iedereen met meer dan een halve ton aan spaargeld en beleggingen. Geen belasting op vermogens, maar op de opbrengst van dat vermogen. Om het eenvoudig te houden, werd een theoretisch rendement van 4 procent toebedeeld, dat vervolgens met 30 procent werd belast. Per saldo kwam dat neer op een heffing van 1,2 procent.

De Hoge Raad schoot die fictieve winst in 2021 af, omdat spaarders die 4 procent al jaren niet meer haalden. Het generaliseren van spaarders en beleggers kwam neer op discriminatie. Daarom is een nieuwe, op de werkelijke vermogensopbrengst gerichte belasting bedacht.

Aanvankelijk was het idee om daarbij zowel de uitkeringen (dividend, rente) als de waardestijging van beleggingen (aandelen, obligaties) te belasten, ook al was die zogeheten vermogensaanwas niet verzilverd. De Tweede Kamer had dit voorstel al aangenomen. Maar na klachten van vermogende Nederlanders als prins Constantijn besloot minister van Financiën Eelco Heinen het voorstel fundamenteel aan te passen. Nu wordt niet de vermogensaanwas belast, maar de vermogenswinst: dat wat daadwerkelijk in geld is omgezet.

Dat is precies de regeling die in de VS tot zo’n ongebreidelde vermogensgroei heeft geleid.

Quote 500 geniet aanzien

Zou een alleen op de superrijken gerichte belasting hier kans maken? Tweede Kamerlid Luc Stultiens van (toen nog) GroenLinks-PvdA, dat een ‘miljonairsbelasting’ in het verkiezingsprogramma had opgenomen, vroeg de staatssecretaris van Financiën begin dit jaar om serieus naar de Zucmantaks te kijken.

In zijn uitgebreide antwoord schreef Eelco Eerenberg in maart dat er nogal wat juridische en uitvoeringstechnische haken en ogen aan zitten, en dat het kabinet op dit vlak al heel veel heeft gedaan en ‘voorlopig geen voornemens heeft verdere stappen te ondernemen’.

‘Het belasten van werkelijk rendement van box 3-vermogen is een belangrijke volgende stap in het evenwichtiger belasten van arbeid en vermogen’, schreef hij. Maar juist die belangrijke stap is vervolgens door Heinen weer deels teruggezet.

De houding tegenover superrijken is in Nederland dubbel. Op links leeft het idee dat het echt wat minder kan, maar ze genieten ook veel aanzien en ontzag. Zoals deze week bleek bij de presentatie van de Quote 500, de lijst van rijkste Nederlanders, heeft de Amerikaanse misvatting dat je als gewone man/vrouw ook bij zo’n select gezelschap kunt horen ook hier postgevat.

‘Als de nieuwe Quote 500 één ding duidelijk maakt, is het wel dat je nu héél snel rijk kunt worden. En daar is niet eens zo heel veel voor nodig’, schreef het AD over de nieuwe ranglijst, doelend op AI- en cryptomiljardairs. Dankzij de illusie dat je zelf in een handomdraai tot die elite kunt behoren, beschouwen modale mensen de ultrarijken niet als elite.

En dus is het belasten daarvan niet per se populair. Presentator Jort Kelder schamperde er vorige week over in zijn radio-uitzending, toen Jimmy Dijk (SP) aanstipte dat zijn partij de allerrijksten meer wil laten betalen. ‘Dat zijn maar heel weinig mensen.’

Hoe creëer je draagvlak voor zo’n plan?

Negatiever daglicht

Saez en Zucman hadden al ervaring met Californië. Toen de staat in 2020 door corona in financiële problemen kwam, werkten ze een eerste plan uit om de rijken meer te belasten. Toen legden ze de drempel voor ‘extreem rijk’ bij een vermogen van 30 miljoen dollar, wat breed verzet opleverde. Nu mikken ze op een selecter gezelschap. Door de enorm gestegen waarde van de aandelenpakketten van de allerrijksten denken ze genoeg te kunnen halen bij alleen de inwoners met meer dan 1 miljard.

Dat lijkt politiek ook haalbaarder. Hoe minder mensen door de belasting worden geraakt, hoe groter de mogelijke steun. Miljardairs zijn bovendien in een steeds negatiever daglicht komen te staan, zeker na de onthulling van hun belastingaangiften door ProPublica in 2024, toen bleek dat sommigen in bepaalde jaren nul inkomstenbelasting hadden betaald.

Het aanschurken tegen president Donald Trump heeft de miljardairs er ook niet geliefder op gemaakt, net zomin als de groeiende impopulariteit van hun inkomstenbronnen: AI en sociale media.

Verzet door minderbedeelden

Maar lang niet iedereen is enthousiast. Allereerst de rijken zelf, die vinden dat elke cent die ze hebben een eigen verdienste is. Belastingheffing wordt als iets extreemlinks voorgesteld. ‘Ik ben in 1979 met mijn familie het socialisme ontvlucht en ken de verwoestende, drukkende samenleving die daarvan het gevolg was in de Sovjet-Unie’, zei Sergey Brin in april tegen The New York Times. ‘Ik wil niet dat Californië ook zo eindigt.’

Een andere miljardair, investeerder Michael Moritz, zei in die krant dat ‘succes helaas niet meer wordt gewaardeerd in Californië’. Volgens hem zijn miljardairs piñatas geworden, waarop politici op mogen inbeuken tot de snoepjes eruit vallen.

Het verzet komt echter niet alleen van de allerrijksten, maar ook van Californiërs die door Trumps bezuinigingen worden geraakt. Waarom gaan de belastingopbrengsten straks vooral naar gezondheidszorg en niet naar het onderwijs, waar ook grote gaten vallen? Bij gebrek aan alles zijn de minderbedeelden jaloers op elkaar, niet op degenen die alles hebben.

Ook de Democratische gouverneur Gavin Newsom keert zich tegen het voorstel. ‘Ik begrijp de zorg waaruit dit plan voortkomt’, schrijft hij. Maar, zegt hij, dat moeten we landelijk oplossen. ‘Miljardairs kunnen gewoon verhuizen naar Texas of Florida. Rijkdom is mobiel en gaat naar de staat met de laagste belastingen.’

Vraagtekens bij het experiment

Die vrees is in Californië al deels terecht gebleken, net als eerder in Europa. Hoewel de peildatum 1 januari 2026 wordt, en dus iedere miljardair zal worden belast die op die dag in Californië woonde, hadden sommigen daar al op geanticipeerd. Larry Page en Sergey Brin van Google, Palantir-oprichter en Trump-fan Peter Thiel, Uber-oprichter Travis Kalanick, investeerder en JD Vance-mentor David Sacks: zij waren al vertrokken en zitten nu in Texas of Florida. Alleen Mark Zuckerberg heeft gezegd te blijven, al speelt daar mogelijk mee dat Meta zijn belastingen zal betalen. Hoeveel miljardairs blijven er straks, als ze vrezen dat het niet bij deze eenmalige heffing zal blijven?

Dit, en andere vormen van belastingontwijking, zijn de grote vraagtekens bij het Californische experiment. Nog los van andere vragen. Hoe waardeer je bezittingen die niet op de beurs worden verhandeld, en die dus geen duidelijke waarde hebben? Hoe ga je om met het probleem dat iemand met 1 miljard na belastingheffing minder heeft dan iemand met 999.999.999 dollar?

Zucman denkt dat de belastingvlucht en -ontwijking zal meevallen, maar critici verwijten hem dat hij veel te optimistisch is. Dat is de paradox van vermogensbelasting: de progressieve bedenkers gaan uit van brave miljardairs, terwijl de conservatieve lobbyisten van die miljardairs hun belangen proberen te behartigen door te wijzen op hun nihilistische belastingmoraal.

Aan theorieën geen gebrek; tijd voor een echt experiment. Ze houden toch zo van disruptie, daar in Silicon Valley, en van dingen die de wereld veranderen? Californië zou een geweldige proeftuin zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next