Home

Nederlandse shorttrackers beginnen seizoen in stijl, al gaat er ook nog wel eens iets mis

Met dertien podiumplaatsen in twee World Tour-weekends kennen de Nederlandse shorttrackers hun beste seizoensstart in jaren. Maar zijn ze dat als olympische succesploeg ook niet aan hun stand verplicht?

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

In een festival van valpartijen waarin alleen de Canadese ploeg overeind blijft, krabbelen de Nederlandse shorttrackers zondag op maar zien hun medaillekansen vervliegen. De mannen van de aflossingsploeg – met Jens van ’t Wout, Teun Boer, Kay Huisman en Niels Kingma – moeten genoegen nemen met de vierde plaats. Het is een slot dat niet past bij het optreden van de Nederlandse rijders aan het begin van de internationale shorttrackwinter.

Acht maanden na de Winterspelen, waar Nederland zich als waar shorttrackland manifesteerde met vijf titels en een zilveren en bronzen plak als extraatjes, begonnen de Nederlanders het seizoen sterk. Bij de eerste twee World Tour-weekends werden in totaal 13 podiumplaatsen behaald, waaronder negen overwinningen.

Net als in Milaan waren het ook nu Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout die het merendeel van de prijzen binnensleepten en de aflossingsploegen aanvoerden. Het toppunt van oranje glorie werd door Van ’t Wout al in het eerste wedstrijdweekend, in Vancouver, geleverd. Hij won er alle individuele afstanden: de 500, de 1.000 en de 1.500 meter.

Noblesse oblige, zou je zeggen. Voor de grote triomfators van Milaan telt nu niets minder dan nog meer overwinningen. Maar bondscoach Niels Kerstholt ziet dat anders. Hij wil juist niet zo denken. Hij houdt het zijn schaatsers ook telkens voor: dit jaar, deze World Tours, gaan niet om de uitslagen, niet om de prestaties. ‘We richten ons op groei, op het vergroten van de skills’, zegt de coach tussen de twee World Tours in.

Sleutelen

Juist het na-olympisch seizoen is heel geschikt om zaken eens anders aan te pakken, om te sleutelen aan dingen waarvoor in de maanden op weg naar de Spelen geen tijd is. Maar voor sporters is dat niet eenvoudig, weet Kerstholt. ‘Als je een rit ingaat, dan wil iedereen winnen. Maar als je voor de zege gaat, dan ben je geneigd om te doen wat je al goed kan.’

Het gaat erom dat zijn schaatsers nu proberen hun mindere punten aan te scherpen of onvermoede talenten te ontdekken. ‘Om eens van achteruit te beginnen bijvoorbeeld, of andere lijnen te kiezen’, zei Kerstholt.

Hij ziet ook hoe andere shorttrackers in zijn groep, naast de gevestigde namen, zich meer en meer laten zien. Zo reikten Zoë Deltrap en Diede van Oorschot zondag, zij het met wat geluk, tot in de finale van de 1.500 meter. Voor Deltrap was het haar finaledebuut, voor Van Oorschot de tweede. Maar in die eindstrijd schoven de twee, samen met Velzeboer, onderuit.

Bij het uitvogelen van nieuwe tactieken, onverwachte lijnen en verse vaardigheden mag het ook eens misgaan. Al zal Kerstholt zich ook even achter de oren hebben gekrabd toen Van ’t Wout zaterdag zijn ploegmakker Teun Boer onderuit kegelde. In de laatste ronde van de 500 meter leek Boer op weg naar zijn eerste individuele internationale zege, tot Van ’t Wout een ruimte zag die er niet was. Beiden belandden in de kussens, Van ’t Wout werd gediskwalificeerd, Boer eindigde als vierde.

Via een videoverbinding toonde Van ’t Wout zich bij de NOS zeer schuldbewust en noemde hij het een ‘vreselijk domme actie’. Hij begreep maar al te goed dat Boer hem zijn kamikaze-actie niet snel vergeven zou. Van ’t Wout vierde aan het eind van de wedstrijddag zijn overwinning op de 1.500 meter ook nauwelijks. ‘Ik kon nog altijd niet geloven hoe stom ik was geweest. Teun had een medaille om zijn nek moeten hebben en ik kon alleen maar denken dat ik het voor een teamgenoot had verkloot.’

Tegenslagen

Onbezonnen was het zeker, maar onbezonnenheid is een deel van deze sport, waarin de schaatsers altijd balanceren tussen knappe inhaalacties, valpartijen en penalty’s. Net zoals er steevast andere tegenslagen te verwerken zijn, zoals voor Michelle Velzeboer, die in Vancouver een breukje in haar kuitbeen opliep en zes weken uitgeschakeld is. Of voor Selma Poutsma, die met een bronzen 500-metermedaille goed aan het seizoen was begonnen, maar door ziekte in Montréal niet in actie kwam.

Het is plussen en minnen, zoals altijd op de krappe baan van 111 meter. En wie die balans opmaakt, ziet dat de seizoensstart veel beter is dan vorig jaar. Toen, in het jaar dat het wel om de prestaties ging, pakten de Nederlanders in de eerste twee World Tours slechts vijf podiumplaatsen, waaronder twee eerste plaatsen voor Velzeboer.

Nee, de resultaten van de World Tours in Vancouver en Montréal lijken in niets op die van twaalf maanden geleden, al beleefde Nederland toen een bijzonder magere seizoensstart. Maar er werd de afgelopen twee weken ook beter gescoord dan in de vier seizoenen ervoor. De statistieken laten geen ruimte voor twijfel. De prestaties van de afgelopen twee weken zijn in lijn met die gouden dagen in Milaan en bevestigen de status van shorttracknatie Nederland. Laat Kerstholt het niet horen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next