De laatste bladzijde Antropoloog Lizzy van Leeuwen schuwde controversiële onderwerpen niet. Zoals de seksualisering van Indonesische en Indische vrouwen, waarover nooit gesproken werd.
Lizzy van Leeuwen
Sinds begin oktober staat een podcast online op de website van de Universiteit Leiden met antropoloog Lizzy van Leeuwen over haar recentste boek Indehoy! Geschiedenis van seks in Indië 1602-1942. Ze vertelt daarin over haar motieven om over seks in de kolonie Nederlands-Indië te schrijven. Een ervan was dat ze zich eraan ergerde dat Nederland volgens haar al tientallen jaren in de greep is van een focus op koloniaal geweld. „Terwijl seks belangrijker was. Maar die focus op geweld houdt mensen ervan af om te zien hoe rijk de koloniale geschiedenis eigenlijk is.”
Een persoonlijkere motivering gaf Van Leeuwen in gesprek met Het Parool: toen haar moeder na de oorlog net in Nederland was, zestien jaar oud, stond haar huisbaas ineens in zijn witte onderbroek in haar kamer. Toen haar moeder de man afwees, zei hij: ‘Ik dacht dat jullie altijd zin hadden.’ Van Leeuwen: „Door dit soort verhalen ben ik mijn boek gaan schrijven. Hoe is het idee ontstaan dat Indische vrouwen altijd heet en bereidwillig zijn?”
Enige weken nadat Lizzy van Leeuwen de podcast zelf enthousiast aankondigde, maakte haar dochter Tumi op vrijdag 16 oktober op het X-account van haar moeder bekend dat zij drie dagen eerder na een kort ziekbed was overleden. En daarmee overleed, schreef haar vriendin historica Margreet van Till op LinkedIn, „een van de beste antropologen en Indië-kenners van ons land”.
Zelf maakte ik kennis met Van Leeuwen ergens in 1997 op het ‘platje’ bij mijn huis in Zuid-Jakarta, Indonesië, waar ik correspondent was voor NRC Handelsblad. Ze was daar, vertelde ze, om „veldwerk” te doen voor haar boek Airconditioned lifestyles over de leefstijl van de Indonesische middenklasse in Jakarta. Later, in 2005, zou ze dat uitwerken tot haar proefschrift Lost in mall, an ethnography of middle class Jakarta in the 1990s. Ik herinner me vooral dat ik het verfrissend vond om een antropoloog aan te treffen in de hoofdstad en niet bij een volk in West-Papoea.
Lizzy van Leeuwen met haar redactrice May Meurs bij het verschijnen van haar laatste boek.
Van Leeuwen, die in 1958 geboren werd in Den Haag, groeide op in Noordwijkerhout. Ze ging rechten studeren in Groningen en werkte bij de gemeente Amsterdam. Later richtte ze zich op de antropologie en werkte ze bij het Meertens Instituut dat onderzoek doet naar taal en etnologie in Nederland. In de podcast van Rick Honings en Coen van ’t Veer vertelt ze hoe zij als dochter van een Indische moeder, afkomstig uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië, en een Rotterdamse vader, er pas laat achter kwam dat ze zelf ook gezien werd als ‘Indisch’.
In de jaren negentig werkte Van Leeuwen aan haar dissertatie. „Ik was dik in de dertig. Ik besefte toen pas, heel raar, dat mensen me zo beschouwden, vooral de bazen op mijn werk. […] Ik had niet het idee dat ik op mijn ratio werd beoordeeld, maar meer op mijn uiterlijk.” En dat was niet positief, vertelt ze. „Toen ik voor onderzoek naar Jakarta wilde om de maatschappelijke bovenlaag te onderzoeken, ben ik letterlijk in een hoek gedreven door een leidinggevende: ‘Jij gaat zeker weer je Indo-vriendjes opzoeken, hè? Je moet wel weten dat er in Indonesië nog altijd heel veel armoede is.’”
De ‘ontdekking’ van haar Indische identiteit leidde ertoe dat Van Leeuwen haar volgende boek schreef, Ons Indisch erfgoed, zestig jaar strijd om cultuur en identiteit. Dit boek wordt alom geroemd als haar kernpublicatie. Schrijver Alfred Birney, die goed met haar bevriend was, zegt: „Zij was de allereerste die serieus een non-fictieonderzoek deed naar de zogenaamde Indische gemeenschap in Nederland. Lees dat boek en De waaier van het fortuin over de VOC van J.J.P. de Jong en je bent helemaal op de hoogte.”
Haar boek is een kritisch onderzoek naar de koude ontvangst van de migranten afkomstig uit Indonesië na de Tweede Wereldoorlog. Maar Van Leeuwen schrijft ook kritisch over de verschillende groepen – van totoks (de witte bovenlaag) tot Indo’s of Indische Nederlanders (de meer of minder gekleurde koloniale tussenklasse) – die eigenlijk door de oorlog en de Japanse bezetting tot een ‘fictieve’ Indische gemeenschap zijn gesmeed. „Veel mensen vonden dat ze de vuile was had buitengehangen”, zegt Alfred Birney. „Ze wilde de waarheid bovenhalen, ook al ging dat ten koste van haarzelf. Dat is haar tragiek.”
Filmproducent San Fu Maltha, hoofdredacteur van het Nederlands-Indisch tijdschrift Bersama, vindt dat Lizzy van Leeuwen niet de erkenning heeft gekregen die zij verdiende. „Ze heeft de wetenschap op een goed moment de rug toegekeerd maar zij had eigenlijk een hoogleraarschap verdiend. Ze pakte controversiële onderwerpen aan en schuwde niet die kritisch te analyseren. De seksualisering van Indonesische en Indische vrouwen is niet iets waarover gesproken wordt. Maar mijn moeder werd vroeger ook gevraagd door de glazenwasser of zij niet in natura kon betalen.”
De Amsterdamse galeriehouder Rob Malasch ziet nog een voorbeeld van de compromisloosheid waarmee Van Leeuwen te werk ging. In 2008 schreef ze voor De Groene Amsterdammer een geruchtmakend stuk waarin zij de politieke oriëntatie van PVV-leider Geert Wilders koppelde aan zijn Indische afkomst. „Ze bracht het denken van Wilders onder meer in verband met de grote populariteit van de NSB in de kolonie voor de oorlog.” Dat viel bij veel Indische Nederlanders, ook bij Malasch, in verkeerde aarde.
Van Leeuwens vriendin Peggy Stein, frontvrouw van Indisch Platform 2.0, zegt: „Lizzy staat geheel op zichzelf. Ze zag niet veel verschil tussen Indisch en Nederlands. Maar wij werden als Indisch weggezet. Dat heeft ze scherp verwoord zonder iemand persoonlijk te willen aanvallen.” Maar vervolgens werd Van Leeuwen zelf aangevallen en weggezet, meent Stein. „Ik mis haar. Echt ongelooflijk dat ze er niet meer is. De wereld heeft zulke mensen nodig.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie