Impulsief, manipulatief, onhebbelijk: Henrik Ibsens personage Hedda Gabler is de vrouwelijke Hamlet. Ook in een modern jasje – queer en van kleur – is ze nog altijd een spiegel voor de maatschappij.
schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.
Impulsief, manipulatief, onhebbelijk: Henrik Ibsens personage Hedda Gabler is de vrouwelijke Hamlet. Ook in een modern jasje – queer en van kleur – is ze nog altijd een spiegel voor de maatschappij.
schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.
Manipulatief is ze, gevaarlijk. Misschien wel het meest onhebbelijke personage uit de hele theatergeschiedenis: Hedda Gabler. Door de Noorse toneelauteur Henrik Ibsen in het leven geroepen in 1891 en sindsdien talloze keren opnieuw op het podium verschenen.
De aristocratisch gezinde Hedda trouwt met de oerdegelijke Jørgen Tesman, die haar snedige opmerkingen niet doorziet – haar sarcasme verraadt haar onmin met het burgerlijke bestaan. Als haar oude vlam Løvborg opduikt in haar leven, begint een spel van manipulatie en bedrog, waarin Hedda de mensen om haar heen richting de afgrond dirigeert. Een afgrond waar ze zelf uiteindelijk ook in verdwijnt.
Bij de eerste opvoering schokte Hedda Gabler het publiek. Hedda was impulsief en monsterlijk, en voldeed totaal niet aan het ideaalbeeld van een vrouw uit die tijd. Maar er waren ook mensen die haar tragisch vonden: Hedda is een vrouw die zich intens verveelt omdat ze weinig bewegingsvrijheid heeft. Ze moet, net als andere vrouwen in die tijd, aan bepaalde verwachtingen voldoen, zoals een goede echtgenote zijn en kinderen baren. Haar laatste daad is (spoiler) haar zelfmoord, de enige handeling waarmee ze eindelijk zeggenschap over haar leven heeft.
Ibsens werk kun je daarmee interpreteren als kritiek op het toenmalige patriarchaat; Hedda verzet zich tegen het beklemmende keurslijf waarin vrouwen genoodzaakt waren zich te wringen. Dit perspectief pleit Hedda en haar destructieve gedrag niet vrij – ze hoeft geen manuscripten te verbranden of pistolen uit te lenen om een zelfmoord in gang te zetten. Maar als kijker kun je wel begrip opbrengen voor hoe verstikt zij zich voelt.
Al die complexiteit maakt Hedda al decennialang een interessant personage. Veel actrices hebben hun kwaliteiten bewezen in deze rol – niet voor niets is ze regelmatig de vrouwelijke Hamlet genoemd.
Maar wie is Hedda nu nog, in een tijd waarin je als vrouw wél je ambities kunt volgen, waarin trouwen of het gezinsleven niet meer als het hoogst haalbare wordt gezien?
Ze is in ieder geval nog geliefd; afgelopen jaar verscheen ze hier in Nederland op het toneel en in een Amerikaanse film, beide getiteld Hedda. Filmregisseur Nia DaCosta veranderde de setting naar die van de jaren vijftig, theaterregisseur Abdel Daoudi plaatste het personage in de huidige tijd. In beide versies is Hedda een vrouw van kleur in een door witte mannen gedomineerde maatschappij.
In de toneeltekst van Sarah Sluimer heeft Hedda uitgesproken, grote ambities. Ze wil schrijven, haar geest uitdagen. Daarmee staat ze, in tegenstelling tot Ibsens oertekst, qua dromen op gelijke voet met haar man en haar ex-geliefde. En toch voelt ze zich beknot. Haar baas bij de krant vindt haar ideeën niet goed genoeg en wijst haar plan voor een essay over schoonheid en oprukkend conservatisme af omdat het niet origineel zou zijn. Maar haar man mag zich wel zijn hele leven op zijn saaie niche storten, merkt Hedda cynisch op.
In Nia DaCosta’s film is Hedda ook nog eens queer: haar ex-geliefde Løvborg is in deze versie een vrouw. De reden dat ze uit elkaar zijn gegaan is volgens Løvborg omdat Hedda te laf was om hun relatie openbaar te maken en koos voor een huwelijk met een man. Dat kun je laf noemen, maar die keuze is ook begrijpelijk: wie in de jaren vijftig openlijk queer was, riskeerde vergaande uitsluiting.
In beide versies blijkt hoezeer een (queer) vrouw van kleur beperkt is in haar bewegingsruimte. Hoewel DaCosta’s film gaat over de jaren vijftig, zijn sommige mechanismen een-op-een te kopiëren naar onze tijd; ook nu nog krijg je als vrouw van kleur niet dezelfde kansen als een witte man. Bij Hedda leidt die beklemming tot cynisme en manipulatief gedrag – alles om maar wél een beetje controle te krijgen over haar omgeving en leven.
Theatermaker Daniëlle Deddens (2000) richt haar gen Z-blik op Hedda in de voorstelling Hedda Gabber, die op 16 oktober bij Werkplaats Walhalla in première gaat. Deddens is opgegroeid in het internettijdperk, waarin er een overvloed aan prikkels en informatie is. Verveling is een gevoel dat zij niet kent. Bovendien kan zij als jonge vrouw alles doen en laten wat Hedda had gewild: studeren, carrière maken, kiezen voor een leven zonder kinderen.
In Hedda Gabber laat Deddens, onder begeleiding van onverbiddelijke hardstylemuziek, een gen Z’er in gesprek met de Hedda uit Ibsens werk. Hedda vermeent dat ze in 2026 inmiddels haar ambities kan vervolmaken, maar de jonge vrouw uit het nu heeft een pijnlijke boodschap voor haar: ‘Wist je dat die mannen uit jouw verhaal nog leven?’ De Tesmannen en Løvborgs zijn nu CEO’s of presidenten geworden die de touwtjes in handen hebben. Natuurlijk is er sinds 1891 meer emancipatie tussen mannen en vrouwen, maar helaas zetten we afgelopen jaren ook weer wat conservatieve stappen terug.
Zo blijkt elke keer dat Hedda weer op het podium verschijnt hoe patriarchaal de samenleving nog is. Hedda is daarmee een spiegel: ze confronteert ons telkens opnieuw met de ongelijkheid in onze maatschappij – niet alleen als het aankomt op gender, maar ook wat betreft kleur en seksualiteit.
Hedda is onhebbelijk, ja. Maar dat komt alleen maar doordat de vrouwonvriendelijke maatschappij dat is. Ze is destructief, zeker. Maar die afgrond waarin ze zichzelf en anderen in elke versie weer manoeuvreert, die blijken wij als samenleving toch echt zelf te hebben gecreëerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant