DEN HAAG - Het is een jongensdroom die na 69 jaar eindelijk uitkomt: ras-Hagenees Fred Zuiderwijk staat volgend jaar in de grote zaal van de Koninklijke Schouwburg. Eerder maakte hij al tien jaar lang theater. In 2015 was zijn laatste voorstelling. Zijn nieuwe show, Leâh mé Dûh Hág kennûh, gaat in maart volgend jaar in première. Niet slecht voor een man die ooit van school werd getrapt. Wie is hij?
Deze man heeft een groot netwerk, dat is wel duidelijk. Als we met Fred koffie drinken in een lunchroom op Scheveningen, is er om de paar minuten wel iemand die hem gedag zegt. 'Dat was de plaatselijke vastgoedmaffia en die vent van daarnet is een oud-gemeenteraadslid', klinkt het in onvervalst Haags.
Zuiderwijk kent niet alleen veel mensen, maar ook de stad op zijn duimpje. Tot op de dag van vandaag verzorgt hij rondleidingen door Den Haag. 'Ik ben ooit samen met Rob Andeweg begonnen met ludieke rondleidingen door Den Haag, met acteurs. Daar hebben we allerlei prijzen mee gewonnen', vertelt hij.
'Frits Huffnagel wilde als wethouder citymarketing bereiken dat Hagenaars en Hagenezen trotser zouden worden op hun stad. Daarom ben ik met de gemeente en TV West aan de slag gegaan. Zo hebben we Haagse Iconen gemaakt. Ik ging met bekende Hagenezen langs plekken waar ze een verhaal bij hadden. Zo ben ik bij TV West beland.'
Wie is Fred Zuiderwijk?
Geboren: 10 augustus 1957
Woonplaats: Den Haag
Mooiste plek in Den Haag: 'Het Lange Voorhout. Dat blijft zo indrukwekkend en mooi. Wat een prachtig decor. Dat straalt toch álles uit?'
Lelijkste plek in Den Haag: 'Dat nieuwe hotel op de kop van Scheveningen Haven. Vreselijk. Echt een gruwelijk monster daar. Dat was vroeger mijn favoriete strandje, maar dat hebben ze echt verpest. Daar wil ik niet meer heen. Wat een rotte kies is dat, zeg.'
Favoriete kroeg: 'Ach, dat zijn er zoveel. Vroeger was ik wel een kroegtijger, hoor. Nu niet meer. Als ik moet kiezen? Doe dan maar De Happy End in de Prinsestraat. Lekker ouderwets.'
Voor zijn tijd bij de publieke regionale omroep was het leven van Fred best wel 'rock-'n-roll'. Of eigenlijk meer: jazz. Het begon allemaal op een markante plek. 'Ik ben thuis geboren, in de Schilderswijk. Op de hoek van het Jacob van Campenplein en de Ravesteinstraat. Dat bestaat nu allemaal niet meer.'
'Mijn opa had daar een café en mijn ouders woonden erboven. Toen ik twee was, zijn we naar het Laakkwartier verhuisd. Mijn vader was stukadoor en mijn moeder huisvrouw. Die zat lekker thuis te fröbelen. Maar van origine was ze kamermeisje bij Des Indes.'
'Ik kom uit een warm nest en heb een geweldige jeugd gehad. Ik was een nakomertje, scheel zeventien jaar met mijn zus en vijftien jaar met mijn broer. Ik mocht mijn ouders tutoyeren, zij mochten dat niet. Een heel andere generatie.'
Toen Fred zes jaar oud was, kreeg hij zijn eerste drumstel. 'Sindsdien ben ik helemaal verslaafd. Ik zat op slagwerkles bij de oude John Engels. Mijn vader wilde dat ik naar het conservatorium ging, maar ik had geen vooropleiding, dus ik dacht dat het niet kon. Toen heb ik op aanraden van John het toelatingsexamen gedaan.'
Met de ontbrekende vooropleiding doelt hij op de Thorbecke Scholengemeenschap aan de Theresiastraat. Daar zakte hij af van het atheneum naar de havo, waarna hij 'vriendelijk doch dringend werd gevraagd de school te verlaten'. Dat diploma miste hij niet.
Voor het toelatingsexamen slaagde hij glorieus. Maar helaas, het Haagse conservatorium beviel de destijds langharige schelm niet bepaald. 'Nee joh, veel te theoretisch en te conservatief. En er was ook geen jazzopleiding. Dat wilde ik doen. Maar ik mocht wel meespelen met de bigband van het conservatorium.'
Bij een optreden gebeurde iets wat grote gevolgen zou hebben. 'Daar kwam een pianist naar me toe. Hij vroeg of ik mee wilde als drummer op een cruise van Madeira naar de Azoren, vanuit Amsterdam. Mijn vader zei: neem hem alsjeblieft mee', vertelt Zuiderwijk.
En zo geschiedde. 'Ik ging aan boord. Twee keer per dag spelen, tijdens het thé dansant en het diner dansant. We mochten geen contact hebben met gasten, tenzij ze je iets te drinken aanboden. Nou, toen zat daar een mevrouw van begin vijftig. Die leek op die knappe blonde actrice uit Dynasty.'
De vrouw bood hem een drankje aan. 'Ze was wel veel te oud voor mij, maar ze heeft mij toch ontmaagd. Dat waren een paar spannende weken. Ja, ik kwam best wel door de wol geverfd van boord', vertelt hij met een gulle lach.
'Toen ik terugkwam, ben ik nog een tijdje doorgegaan met dezelfde band. Ik heb met allerlei muzikanten gespeeld, in binnen- en buitenland. Ook bij het circus, eigenlijk overal. Het echte muzikantenleven. Ik heb ook Lee Towers nog begeleid, net als Imca Marina en Saskia en Serge. Alles wat nu hoogbejaard is.'
Getrouwd met de vrouw van het cruiseschip is hij overigens niet. Fred sloeg iemand anders aan de haak, maar was vooral – letterlijk – met de muziek mee.
'Het was een veel te druk bestaan. Daardoor is mijn eerste huwelijk naar de klote gegaan. Ik heb met haar wel mijn eerste kinderen gekregen: een zoon die nu 45 is en een dochter van 43.'
Later stond hij nogmaals voor het altaar. Uit dat huwelijk heeft hij twee zoons. 'Die zijn nu 26 en 29. Met hun moeder had ik samen een strandtent. Die heb ik vijf jaar gehad. Daarna ben ik allerlei andere horecazaken gaan doen.'
'In Delft had ik een klassiek Frans restaurant en een theaterrestaurant. Maar ineens kwam daar allemaal gedoe met parkeervergunningen en ging alles naar de klote. Ik ben nu al elf jaar samen met mijn huidige vriendin. Ik heb met haar twee thuiswonende bonuskinderen van 16 en 21.'
Had hij zijn eerste spannende ervaringen met een fors oudere dame, zijn huidige wederhelft is juist een stuk jonger dan Fred. '26 jaar om precies te zijn. Ja, ik heb best een brede bandbreedte als het om vrouwen gaat, dat klopt.'
Na de mislukte horecajaren kwamen de rondleidingen op zijn pad en vervolgens de televisie. 'Ik heb voor Omroep West heel veel programma's gemaakt. Inmiddels maak ik alweer het vierde seizoen van Hoe Gaat Het?, over patiënten, bezoekers en medewerkers van het HagaZiekenhuis.'
'Maar ik presenteer ook bijeenkomsten van bedrijven en overheden, zit in het schnabbelcircuit en geef nog steeds rondleidingen. Drummen? Nee, dat doe ik bijna nooit meer. Een enkele keer nog met Cesar, mijn neef (drummer van Golden Earring, red.).'
'Ik heb het superdruk, ik kan geen nee zeggen. Maar gelukkig vind ik mijn werk hartstikke leuk. En nu komt dus mijn grote droom uit: optreden in de Koninklijke Schouwburg.'
'Als je als Hagenees in de entertainmentbusiness zit, móét je gewoon een keer daar hebben gestaan. Man, dat is het mooiste theater van Nederland. Carré is er een goedkope hooischuur bij.'
En wat gaat hij eigenlijk doen in die schouwburg? Dat blijkt in meerdere opzichten dicht bij hem te liggen. 'Een virtueel rondje Den Haag. Ik neem mensen mee door onze prachtige stad en laat op een groot scherm allerlei foto's zien, met boeiende teksten erbij. En een hoop grappen, uiteraard.'
Een van die anekdotes wil hij alvast met ons delen. 'Die gaat over het kleine Haagse jongetje dat met een blaaspijpje wietzaadjes op het eilandje in de Hofvijver blies. Daar kwam toen een enorme wietplantage. Daar kwamen ze pas na een half jaar achter. Premier Balkenende had toen altijd de ramen van het Torentje openstaan, want die hield van frisse lucht.'
'Maar hij snoof dus ook die wietlucht op. Mogelijk heeft dat zijn beleid wel beïnvloed. Dat soort verhalen vertel ik', glundert hij. De inspiratie voor zijn programma komt overigens van Rob Kemps. 'Die neemt in het theater mensen mee langs begraafplaatsen in Parijs en dat loopt als een trein. Toen dacht ik: dat kunnen wij in Den Haag toch veel beter?'
Over begraafplaatsen gesproken: als de inmiddels 69-jarige Fred Zuiderwijk ooit de pijp uitgaat, waar in Den Haag wil hij dan graag 'legge te legge'? 'Nou, nergens. Steek mij maar gewoon in de fik en stop me in een urn. Zet maar op de schoorsteen. Het mot natuurlijk wel een groen-gele urn wezen.'
Source: Omroep West Den Haag