De MotoGP dreigt in een ernstige crisis terecht te komen. Yamaha heeft zondag in Sepang bekendgemaakt niet deel te nemen aan de Grand Prix van Qatar vanwege de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten. De reactie van MotoGP Sports Entertainment Group (SEG) liet niet lang op zich wachten: teleurstelling, verwijzingen naar contractuele verplichtingen en mogelijke sportieve sancties. Daarmee dreigt een discussie over veiligheid uit te groeien tot een principiële confrontatie tussen de commerciële rechtenhouder en één van de belangrijkste fabrikanten binnen het wereldkampioenschap.
De beslissing van Yamaha kwam niet geheel onverwacht. De Japanse fabrikant liet na een nieuwe beoordeling van de situatie in het Midden-Oosten weten geen aanleiding te zien om de bestaande bedrijfsbrede reisbeperkingen aan te passen. Daardoor zullen zowel het Monster Energy Yamaha MotoGP Team als Prima Pramac Yamaha MotoGP komend weekend niet aan de start verschijnen op het Lusail International Circuit.
Het BLU CRU Pramac Yamaha Moto2-team reist volgens de beschikbare informatie wel af naar Qatar. Deze Italiaanse formatie valt wat betreft haar personele bezetting niet onder dezelfde bedrijfsbrede reisbeperkingen van Yamaha.
Yamaha benadrukte dat het besluit losstaat van de veiligheidsmaatregelen die de MotoGP en de lokale organisatie hebben getroffen. De fabrikant blijft volledig toegewijd aan het wereldkampioenschap en wil tijdens de daaropvolgende Grand Prix van Portugal weer deelnemen.
De MotoGP Sports Entertainment Group reageerde vrijwel onmiddellijk met een officiële verklaring waarin de organisatie haar teleurstelling uitsprak. Volgens de commerciële rechtenhouder zijn er na overleg met de autoriteiten in Qatar, het circuit en onafhankelijke veiligheidsadviseurs geen aanwijzingen dat het evenement niet veilig kan plaatsvinden.
Dat standpunt is op zichzelf begrijpelijk. Een organisatie die besluit een Grand Prix door te laten gaan, moet immers achter haar eigen veiligheidsbeoordeling staan.
Maar vervolgens gaat de verklaring een stap verder. De MotoGP wijst nadrukkelijk op de contractuele verplichtingen van Yamaha tegenover de organisatie en IRTA. Ook worden mogelijke sportieve consequenties genoemd, waarvan de beoordeling bij de internationale motorsportfederatie FIM ligt.
En precies daar begint het te wringen.
Een fabrikant besluit op basis van eigen veiligheidsrichtlijnen zijn personeel niet naar een regio te sturen waar sprake is van internationale spanningen. In plaats van publiekelijk begrip te tonen voor die verantwoordelijkheid, kiest de commerciële rechtenhouder ervoor nadrukkelijk te wijzen op mogelijke sancties. Dat is op zijn minst een bijzonder ongelukkige benadering van een toch al uiterst gevoelige kwestie.
De zorgen beperken zich bovendien niet tot Yamaha. Al wekenlang wordt binnen de MotoGP paddock gesproken over persoonlijke veiligheid, verzekeringsvoorwaarden, evacuatiemogelijkheden en de gevolgen van een eventuele verdere escalatie in het Midden-Oosten.
Tijdens de afgelopen Grand Prix weekenden vonden meerdere gesprekken plaats tussen coureurs, teams en de organisatie. Volgens Jack Miller hebben negentien coureurs zich gezamenlijk uitgesproken tegen deelname aan de Grand Prix van Qatar. De Australiër bevestigde dit aantal zondag in Sepang en maakte duidelijk zelf evenmin te willen afreizen.
Dat is geen klein groepje ontevreden deelnemers, maar een serieus signaal vanuit de mensen die uiteindelijk op de motor moeten stappen.
Dat de MotoGP blijft benadrukken dat het evenement volgens de eigen beoordelingen veilig kan plaatsvinden, is verdedigbaar. Maar een veiligheidsverklaring betekent niet automatisch dat alle betrokkenen zich ook daadwerkelijk veilig voelen.
Juist daar had de afgelopen weken de nadruk op moeten liggen: luisteren, communiceren, overtuigen en waar nodig compromissen sluiten. In plaats daarvan lijkt de organisatie zich steeds verder te hebben vastgelegd op één uitgangspunt: de Grand Prix gaat door en iedereen wordt geacht te verschijnen.
Natuurlijk heeft de MotoGP te maken met commerciële afspraken, televisierechten en aanzienlijke financiële belangen. Het afgelasten van een Grand Prix heeft verstrekkende gevolgen. Maar wanneer contractuele verplichtingen de boventoon gaan voeren in een discussie die in de eerste plaats over de veiligheid van mensen gaat, ontstaat onvermijdelijk de vraag of de juiste prioriteiten worden gesteld.
Ook voor Liberty Media, de nieuwe eigenaar van de MotoGP, is deze kwestie bijzonder pijnlijk. De Amerikaanse onderneming heeft grote ambities met het wereldkampioenschap. De sport moet commercieel groeien, wereldwijd meer aandacht krijgen en organisatorisch naar een hoger niveau worden gebracht.
Maar daarvoor is een gezonde verstandhouding met fabrikanten, teams en coureurs onmisbaar.
Het Italiaanse GPOne spreekt inmiddels van een dreigende crisis en trekt vergelijkingen met eerdere conflicten tussen coureurs en motorsportbestuurders. Van een daadwerkelijke staking is vooralsnog geen sprake, maar dat de onderlinge verhoudingen onder druk staan, valt moeilijk te ontkennen.
Bovendien dreigt een zorgwekkend precedent te ontstaan. Welke vrijheid hebben fabrikanten, teams en coureurs nog om zelfstandig een veiligheidsafweging te maken wanneer zij vervolgens rekening moeten houden met sportieve en financiële consequenties?
Daarbij moet worden benadrukt dat er op dit moment nog geen sancties zijn opgelegd. Of de FIM daadwerkelijk maatregelen zal nemen en welke reglementaire grondslag daarvoor bestaat, moet nog blijken.
Vooralsnog houdt de MotoGP vast aan het doorgaan van de Grand Prix van Qatar. Volgens de organisatie hebben de overige fabrikanten en teams hun deelname bevestigd. Daarmee lijkt het evenement op papier nog altijd doorgang te kunnen vinden, al wordt deze bevestiging door velen inmiddels in twijfel getrokken.
Maar de schade aan de onderlinge verhoudingen dreigt aanzienlijk te worden.
Niemand hoeft het belang van de Grand Prix van Qatar voor MotoGP te onderschatten. Evenmin hoeven de veiligheidsbeoordelingen van de organisatie bij voorbaat in twijfel te worden getrokken. Maar respect tonen voor een fabrikant die op basis van eigen verantwoordelijkheid tot een andere conclusie komt, betekent niet dat daarmee wordt erkend dat een evenement onveilig is.
Dat onderscheid lijkt in de huidige discussie naar de achtergrond te verdwijnen.
Wat Racesport.nl betreft heeft MotoGP Sports Entertainment Group hier een bijzonder slechte beurt gemaakt. Niet omdat de organisatie de Grand Prix wil laten doorgaan, maar vanwege de manier waarop zij omgaat met een fabrikant die een andere veiligheidsafweging maakt. De publieke verwijzing naar mogelijke sancties wekt vooral de indruk dat contractuele verplichtingen zwaarder wegen dan het herstellen van het vertrouwen.
De komende dagen zal moeten blijken of er achter de schermen alsnog ruimte ontstaat voor overleg en wederzijds begrip. Want een organisatie die haar gezag probeert te bevestigen door met sancties te dreigen, loopt het risico precies datgene te verliezen wat zij het hardst nodig heeft: het vertrouwen van haar eigen deelnemers.
En als dat vertrouwen eenmaal verdwenen is, heeft de MotoGP een veel groter probleem dan een Grand Prix met vier motoren minder aan de start.