Home

De echte helden in het vernieuwde Design Museum Gent zijn de simpelste stukken

Het vernieuwde museum kiest bewust voor een thematische indeling, waarbij tupperwarebakjes boven designklassiekers gaan. Alles om te reflecteren op design van nu.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, design en grafische vormgeving.

De nieuwe vleugel van het Design Museum Gent steekt met zijn opvallende, blokkige silhouet een fors stuk uit boven de historische gevels in het centrum van de stad. De museumtoren, opgetrokken uit 82 duizend witte bakstenen, is een niet te missen moderniteit in de skyline van Gent. Het heeft dertig jaar geduurd, maar het grootste designmuseum van België heeft nu de ruimte om zijn omvangrijke historische collectie design te koppelen aan het design van vandaag.

België heeft in de toegepaste kunsten een andere verzameltraditie dan Nederland. Hier zit het design verspreid over collecties van grote kunstmusea en kreeg het Designmuseum in Den Bosch pas in 2018 zijn naam. Gent verzamelt al sinds 1903 en de huidige collectie omvat 24 duizend objecten.

Het begon ooit als een modellenmuseum om de kunst van ambacht en toepassing van techniek vast te leggen en vakmensen te inspireren. Die historische en educatieve erfenis is voelbaar wanneer je door de vaste collectieopstelling loopt en zit ook verstopt in de expositietitel Models from the Past for the Future.

Voor de vaste opstelling heeft het Gentse museum vijfhonderd objecten gekozen, waarvan bijna de helft niet eerder voor het publiek was te zien. Die selectie gaat van groot naar klein, van oud (vroeg-17de-eeuws) tot piepjong. Op zaal zijn de collectiestukken geclusterd in thema’s met namen als Kopie, Comfort, Migratie en Verbindingen.

Het is even zoeken naar de betekenis daarvan en het voelt wat opvoedkundig aan, maar voor curator Evelien Bracke helpt de thematische schikking om de functies en betekenis van de gebruiksvoorwerpen anders te lezen. ‘Een ontwerpattitude van vroeger kan inspiratie geven voor de toekomst’, zegt Bracke. En als je er zo naar kijkt, ‘wordt elk object een spiegel voor de wereld van morgen: wat behouden we, en wat durven we radicaal anders te ontwerpen?’.

Zo is de mahoniehouten stoel in art-nouveaustijl uit 1895 van de Belgische architect Victor Horta een krachtig bewijs van zijn ontwerperschap. Maar tegelijk is het meubel met een goede reden ingedeeld bij het thema Migratie. De Belgische import van Congolees hardhout – ‘migratie’ van grondstoffen – kwam voort uit koloniale roofhandel, uitbuiting en mishandeling van de lokale bevolking. ‘Het is pijnlijk, maar moet juist daarom worden getoond’, zegt Bracke. ‘Ook vandaag nog worden grondstoffen op onverantwoorde wijze ontgonnen en verhandeld.’

Het gevolg van deze aanpak is dat in Gent niet de bekende designiconen op een voetstuk worden geplaatst. Het museum bezit wel de Knotted Chair van Marcel Wanders, de S-stoel van Verner Panton, werk van Ludwig Mies van der Rohe, Alvar Aalto en Ettore Sottsass. Maar dat zijn eerder figuranten die opgaan in een thematische expositie waar historische verwijzingen en maatschappelijke betekenis belangrijker zijn dan naamsbekendheid.

De echte helden in Gent zijn een simpele stapelstoel van Maarten Van Severen, een 19de-eeuws kamerscherm van goudleer, een set tupperwarebakjes en een postmoderne kast van Pieter De Bruyne. Steeds omdat er een verhaal over is te vertellen over design van vandaag.

De vaste tentoonstelling bevindt zich in de oudbouw van het museum. Dat bestaat uit het 18de-eeuwse stadspaleis Hotel de Coninck en een uitbreiding die begin jaren negentig een deel van de oudbouw verving. In de nieuwe vleugel zijn andere publieksfuncties ondergebracht: horeca, de museumwinkel, werkplekken en een uitkijkpunt in de topetage.

Dit deel van het vernieuwde museumcomplex is toegankelijk zonder ticket, om de drempel zo laag mogelijk te houden. Scheidend museumdirecteur Katrien Laporte, die lang voor de uitbreiding heeft geijverd, ziet dit als een huiskamer voor de stad, waar iedereen kan binnenlopen: ‘Een third place, een plek voor uitwisseling van ideeën’, zei ze bij de heropening van het museum eerder deze maand.

De vleugel is ontworpen door het Londense bureau Carmody Groarke, samen met de Belgische bureaus Atama en Rest. Ze renoveerden bovendien de oudbouw en maakten een overgang tussen oud en nieuw. Op die manier ontstond een nieuw museumparcours langs 3.700 vierkante meter expositieruimte. Het volume is dankzij de nieuwbouw met 30 procent toegenomen. De bouwkosten zijn op een bescheiden 20 miljoen euro blijven steken.

Het opvallendste designstuk bevindt zich in de entree, een 3D-geprint golvend gordijn van aluminium dat opendraait voor de bezoeker, een ontwerp van Studio Unfold. En passant leidt het nieuwe parcours je ook langs tien speelse toiletten, waarvan geen een hetzelfde is, met in elk toilet sculpturen van restmaterialen en handgemaakte spiegels van verzilverd glas.

Ook bij een sanitaire stop is er geen ontsnappen aan de duurzaamheidsagenda. In elke wc zijn andere tegeltjes en biobased materialen gebruikt, van zeewier tot vulkanische as. Zelfs in afzondering op het toilet is het mogelijk een QR-code te scannen voor meer informatie over de gebruikte materialen.

Architect Neil Michels van Carmody Groarke is blij met de circulaire baksteen waaruit de nieuwbouw is opgetrokken en die speciaal voor dit project is ontwikkeld. De stenen zijn niet van klei, maar van 140 ton Gents bouwafval. ‘Dat levert grote milieuwinst op’, zegt Michels.

Een normale baksteen moet je tot 1.000 graden verhitten om de juiste hardheid te krijgen. ‘Dit bouwafval gemengd met natte kalk is eerst onder een hydraulische pers in zijn vorm gedrukt en had veel minder hitte nodig om zijn stevigheid te krijgen.’ Het levert twee derde minder CO2-uitstoot op dan bij klassieke baksteenproductie.

Dat CO2-vriendelijke steen past in de nieuwe missie van het Design Museum Gent om bewustwording te kweken over materialen en maakprocessen. ‘Een designmuseum moet ambacht laten zien, creativiteit, maar ook inzicht geven in de herkomst van ideeën, materialen en de systemen die eraan ten grondslag liggen’, zegt curator Bracke.

‘Als het gaat om de stoel van Victor Horta kunnen we hem moeilijk persoonlijk verwijten maken, want de koloniale materialen werden hem kosteloos ter beschikking gesteld als promotie voor de houthandel. Maar zijn ontwerp droeg wel bij aan de instandhouding van misstanden.’

Comfort
Goudleren kamerscherm, vroeg-19de-eeuws

Dit kamerscherm van goudleer was in de 19de eeuw een graag gezien onderdeel van de weelderige salon, vol zware meubels, tapijten en spiegels. Het was zeker niet alleen de decoratieve waarde die het populair maakte bij de gegoede Belgische burgerij. Gent bracht dit object onder bij het thema Comfort vanwege de gelaagde functionaliteit.

Het is een scheidingswand, maar houdt tocht tegen en goudleer verdraagt veel vocht, licht en lucht. Daarom is het uitstekend isolatiemateriaal. Zo zijn ook tapijten en spiegels niet alleen decoratief, maar houdt tapijt warmte vast en verspreiden spiegels het schaarse kaarslicht in het woonvertrek. Die vergeten functies van oude decoratieve objecten lenen zich voor lessen over energiebesparing anno nu.

Migratie
Stoel, Victor Horta, 1895

‘De stoel van Victor Horta is een prachtig voorbeeld van de mogelijkheden van mahonie, maar tegenwoordig kunnen we het niet tonen zonder kritische context’, zegt curator Bracke. Horta was een sleutelfiguur in de art-nouveaubeweging. Zijn woonhuis – nu museum – in Brussel geldt als een architectonisch hoogtepunt van deze stroming. De stoel was bestemd voor dit huis en is bekleed met mohair en gemaakt van mahonie, een houtsoort die zeer geschikt bleek voor de gewelfde lijnen van de art nouveau.

Het hout is vrijwel zeker afkomstig uit het door België gekoloniseerde Congo, waar de winning van mahonie en ivoor gepaard ging met grote wreedheden jegens de lokale bevolking. Koning Leopold II gaf eind 19de eeuw de opdracht voor een promotiecampagne om grondstoffen uit Congo aan de man te brengen. Vooraanstaande architecten en kunstenaars kregen daarvoorhet kostbare materiaal ter beschikking. Hun toepassingen, zoals de stoel van mahonie van Horta, hielpen om de commerciële potentie ervan te ontwikkelen. ‘Dat maakt de stoel ook tot een symbool van een rampzalig ontginningsverhaal uit de koloniale periode’, zegt Bracke.

Kopie
Chantilly, Pieter De Bruyne, 1975

De Bruyne was een vroege en eigenzinnige Belgische postmoderne ontwerper. Hij bestudeerde nauwgezet historische meubelen en ontwikkelde daarbij een theorie van ideale maatverhoudingen die hij vertaalde in zijn ontwerpen, de reden dat de kast in het thema Kopie is geplaatst. De Chantilly-kast – genoemd naar de Franse herkomstplaats – is een van zijn beroemdste designs, gemaakt in 1975.

Het postmodernisme staat voor het teruggrijpen op oude stijlvormen en die verwerken in modern design. Soms gebeurt dat subtiel of in de details, maar in het geval van deze kast voegde De Bruyne letterlijk een fragment van een Frans 18de-eeuws bureaumodel toe. De diagonalen in het ontwerp verwijzen naar de hulplijnen van de opmeting van het Franse meubel.

Verbindingen
OpenStructures, Thomas Lommée, Christiane Högner, 2009

In 2009 kocht Design Museum Gent zijn eerste digitale ontwerp. Het is de oorspronkelijke webpagina van de website OpenStructures. Met dit project geven twee Belgische designers op een opensourceplatform de mogelijkheid aan ontwerpers om nieuwe bouwelementen en onderdelen te uploaden en uit te wisselen. Elk ontwerpdeel past in een centraal raster, waardoor een modulair systeem groeit waarmee ontwerpers en andere bezoekers eindeloos kunnen verbinden, bouwen en combineren.

Migratie
Stoel .03, Maarten Van Severen, 1998

Van Severen is een van de grootheden van het moderne Belgische design: een ontwerper met een breed internationaal netwerk, die samenwerkte met Rem Koolhaas en wiens meubels door grote fabrikanten in productie zijn genomen. De .03 is zijn signature design.

De stoel oogt eenvoudig. Van Severen was goed in het terugbrengen van een ontwerp tot de essentie. Wat overbleef was goed zitcomfort en een goed stapelbare stoel die zich in vrijwel elke omgeving thuis voelt: kerk, kantoor, school, woning. De stoel van Van Severen is door de fabrikant Vitra in hoge oplage over de hele wereld op de markt gebracht.

Public Matter(s): Design en democratie is de eerste wisseltentoonstelling in Gent over de maatschappelijke impact van design in het politieke debat. Er zijn veel historische affiches en fotografie, verkiezingsposters, en aandacht voor de strijd van minderheidsgroepen wier stem in de democratie lang niet altijd wordt gehoord.

Zoals een verrassende serie infographics uit 1900, gemaakt door de eerste zwarte hoogleraar in de Verenigde Staten: W.E.B. Du Bois. Het zijn origineel vormgegeven datavisualisaties die aantonen hoe de Afro-Amerikaanse bevolking bijdraagt aan de economie.

Als het gaat om politieke posters, zijn de communisten meestal het effectiefst in hun vormentaal, getuige de poster Contre les puissances d’ argent (‘Tegen de macht van het geld’). Een aanklacht uit eind jaren veertig tegen de monopolies van grote trusts lijkt verrassend actueel. De boodschap van de tentoonstelling: democratie komt niet vanzelf, het is hard werken en vergt dagelijks onderhoud.

Voor dat onderhoud is verderop langs het museumparcours The Democracy Workout aangelegd, waar de bezoeker in de sportschool kan werken aan meer democratie in de wereld. Met onder meer een felrood geschilderde wip, waar ‘ja’ op de ene kant is geschilderd en ‘nee’ op de andere. Ga zitten, luidt de handleiding, ‘vraag een voorbijganger op de wip. Zoek een oncomfortabele positie. Onderhandel net zolang met elkaar over de juiste balans totdat beiden een comfortabele zitstand hebben bereikt. Onthoud dat de volgende keer wanneer je een meningsverschil hebt.’

Design en democratie, Design Museum Gent, t/m 11/4.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next