Home

‘Waarom moest ik mijn snowboardende zoon zo nodig filmen?’

Met zijn volwassen zoons besloot Onno nog één keer op wintersport te gaan. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.

Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.

Onno Glastra van Loon (67)

‘Ik heb er verschrikkelijke spijt van dat ik vier jaar geleden bedacht dat het leuk zou zijn om een keertje met mijn volwassen zoons van 25 en 30 jaar op wintersport te gaan. Toen ze jong waren, zijn we vaak op wintersport geweest, misschien wel vijftien keer. De jongens zijn er echt mee opgegroeid. Maar twaalf jaar geleden zijn hun moeder en ik gescheiden, en sindsdien was het er niet meer van gekomen. Goed voor de onderlinge band, dacht ik, om nog een keer met z’n drieën op skivakantie te gaan.

Meestal gingen we met een groep vrienden naar Zwitserland of Frankrijk, maar dit keer besloot ik met z’n drieën naar Oostenrijk te gaan. Mijn oudste zoon Zeno en ik zijn skiërs, mijn jongste zoon Tycho is een uitmuntende snowboarder. Op een gegeven moment stonden mijn oudste zoon en ik ergens te wachten en kwam Tycho naar beneden gesnowboard. Ik hoorde een groep Nederlanders zeggen: ‘Moet je zien hoe mooi die jongen snowboardt, die is goed!’

De derde dag begon zoals iedere dag; we namen een busje naar de skiliften. We gingen naar een ander gebied omdat we een grote tour zouden maken. De piste was erg steil. Tycho vond dat geen probleem, maar je kon ook via een makkelijker pad om de piste heen. Mijn oudste zoon en ik besloten die route te nemen.

Terwijl Tycho zijn snowboard aan het aandoen was, skieden wij vast die kant op. Maar na een meter of 25 bedacht ik me, en keerde om. ‘Wat kom jij doen?’, vroeg Tycho. Ik zei dat het me leuk leek om een filmpje van hem te maken terwijl hij naar beneden snowboardde. ‘Oké!’, zei hij en hij roetsjte naar beneden.

Andere route

Als je een helling afdaalt, zijn er op zo’n piste vaak kleine plateautjes, stukjes die wat vlakker zijn. Wanneer je met een groep bent, wacht je meestal op zo’n plateautje op elkaar. Tycho kwam ook bij zo’n vlak stukje, maar hij hoefde niet te wachten want wij namen een andere route. Toen hij over dat richeltje ging, verdween hij uit beeld. Ik hoorde een kreet, die klonk als: ‘Wow!’ Vermoedelijk vond hij het spannend, of mooi.

Op dat moment ben ik via het makkelijkere pad naar zijn broer geskied, die al beneden was. Toen ik de hoek omkwam, stond daar iemand in de verte te turen naar iets wat daar lag. De man zei: ‘Daar ligt iemand.’ Waarop ik me realiseerde dat dat waarschijnlijk mijn zoon was. Ik ben meteen dat steile stuk afgedaald.

De sneeuw was slecht en het skiën ging moeizaam, waardoor het lang duurde voordat ik bij hem was. Er waren inmiddels al twee andere mensen bij hem die de hulpdiensten hadden ingelicht. Tycho was 15 meter diep in een ravijn op de rotsen gestort, en daarna is hij ook nog 20 meter verder naar beneden gegleden.

Dit is voor mij het moeilijkste moment om over te vertellen, omdat ik weer voor me zie hoe hij erbij lag. Hij lag op zijn rug met zijn benen en zijn snowboard onder zijn rug, helemaal dubbel geklapt. Het was verschrikkelijk naar om te zien. Hij was aan het kreunen van de pijn. Maar ik wist dat ik hem niet moest proberen recht te leggen, dat ik van hem af moest blijven. Nooit eerder heb ik me zo machteloos gevoeld.

Even later kwam er een helikopter aangevlogen, maar die kon daar niet landen want het was daar veel te steil. Hij landde even op de punten van zijn lange poten zodat de arts eruit kon springen. Die legde onmiddellijk een infuus aan bij mijn zoon en begon met stabiliseren. Op een gegeven moment zei hij dat we moesten proberen zijn benen recht te krijgen. Ik ben onder hem in de sneeuw gaan graven om zijn benen en het snowboard vrij te maken.

Stabiliseren

De arts nam toen contact op met de helikopter, die inmiddels elders geland was, en zei: ‘Hij is ernstig gewond, we hebben een brancard nodig.’ De helikopter kwam terug en er sprong iemand uit met een brancard. Ik weet niet precies wat ze allemaal gedaan hebben, maar in totaal zijn ze een uur bezig geweest om hem te stabiliseren.

Daarna werd Tycho op de brancard gelegd die met een haak onder de helikopter werd vastgemaakt. De twee artsen hingen ieder aan een kant van de brancard toen ze opstegen. Mijn zoon hing zo’n vijftien meter onder de helikopter toen hij opsteeg en uit beeld vloog. Ik ben met het snowboard onder mijn arm teruggeskied naar mijn oudste zoon die al die tijd beneden in spanning stond te wachten.

Toen we in het ziekenhuis aankwamen, vroeg de arts mij: ‘Waar ben je bang voor?’ Waarop ik antwoordde: ‘Ik ben bang voor zijn rug.’ Dat klopt, zei hij, en hij vertelde dat Tycho zijn rug had gebroken. Onder meer. Ook had hij beide schouderbladen en meerdere ribben gebroken. Een klaplong, een hersenschudding. Hij droeg gelukkig een rugbeschermer en een helm. De helm was gebarsten, als hij die niet had gedragen, zou hij het niet hebben overleefd.

Na ruim een week is hij per ambulance naar het ziekenhuis in Utrecht vervoerd. Hij moest herstellen van zijn breuken, maar aan zijn rug konden ze niets meer doen. Na tien dagen kon hij al naar het revalidatiecentrum. Daar werd duidelijk dat hij nooit meer zou kunnen lopen. Hij had een hoge dwarslaesie waardoor hij vanaf zijn tepels verlamd was.

Ik kamp met meerdere gevoelens van spijt. Rationeel gezien kan ik heus wel bedenken dat het nergens op slaat en dat dit een ongeluk was. Maar ik kan de gedachte ‘Was ik maar nooit met dit wintersportplan gekomen’ niet loslaten. Een goede vriend ging precies in die periode met zijn gezin op wintersport. Ik heb zelfs nog overwogen om hem te vragen of wij mee konden.

Had ik dat maar gedaan, dan hadden we in Frankrijk gezeten, en was dit nooit gebeurd. Ik begrijp wel dat het, als ik er rationeel over nadenk, niet mijn schuld of mijn fout is, maar zo voelt het wel.

Waarom ben ik teruggegaan om een filmpje te maken? Misschien is hij iets onvoorzichtiger geweest zodat het een mooie video zou worden. Waarom moest ik het zo nodig filmen? Het is niet eens gelukt want achteraf bleek ik de opnameknop niet te hebben ingedrukt.

Vrolijk en optimistisch

Op dit moment, vier jaar later, gaat het fantastisch met Tycho. Hij heeft zijn studie afgemaakt en werkt als wiskundeleraar. Eén dag per week is hij ervaringsdeskundige in het revalidatiecentrum om mensen die iets soortgelijks is overkomen te begeleiden. Hij is nog steeds samen met zijn vriendin, met wie hij destijds ook al een relatie had.

Ze hebben een half jaar geleden een huis gekocht, en ze hebben twee maanden geleden een kind gekregen. Hij zit in een rolstoel maar leidt een volkomen onafhankelijk en autonoom bestaan. Hij is nooit somber of boos geweest, altijd bewonderenswaardig vrolijk en optimistisch.

Mensen denken dat het voor mijn spijt makkelijker is, dat mijn zoon het zo geweldig doet. Hoewel ik natuurlijk erg dankbaar en trots ben, werkt dat toch niet zo. Diep binnen mij heerst een heel groot schuldgevoel. Niemand verwijt mij iets; mijn zoons niet, mijn ex-vrouw niet, maar ik verwijt het mezelf. Dit ongeluk heeft iets in mij kapot gemaakt. Ik ben een heel emotionele man geworden, die om het minste of geringste huilt. Daar valt op zich best mee te leven, maar ik denk niet dat ik ooit van mijn spijtgevoel afkom.’

Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next