Ecopolitiek Álle aardbewoners – mensen en andere dieren – lijden onder oprukkend fascisme, stelt Eva Meijer.
„Diep verdrietig, hoe weinig er gvd gevraagd kan worden,” appt vriendin C. me. C. zet zich net als ik al een tijd in voor de niet-menselijke dieren in Nederland en ik stuurde haar links naar de nieuwe wetsvoorstellen van de Partij voor de Dieren. Eentje gaat over slachten, de andere over een eind aan de bio-industrie. Politici steggelen over hoe een dierwaardige veehouderij eruit moet zien. Maar de woorden ‘dierwaardig’ en ‘veehouderij’ staan natuurlijk al haaks op elkaar (vergelijk ‘menswaardige dwangarbeid tot de dood erop volgt’).
Eva Meijer is schrijver en filosoof. Recent verscheen van diens hand Antropofascisme. Voorbij de echte mens.
Niet alleen de niet-menselijke dieren hebben in onze tijd weinig goeds te verwachten, hetzelfde geldt voor andere aardbewoners. De bosbranden van afgelopen zomer zijn al bijna vergeten. De achteruitgang van de biodiversiteit kreeg eerder deze maand wat aandacht door een rapport van Greenpeace over de oceanen, maar niemand gaat er de straat voor op. In Normandië vielen de vogels deze zomer dood uit de lucht, in Indonesië branden de bossen al maanden, maar in het publieke en politieke debat gaat het vooral over AI en Trump, en soms over Poetin of China.
Wacht even, denkt u nu misschien: het is logisch dat de ecopolitiek weinig aandacht krijgt. Er is een mensenrechtencrisis! In de VS worden immigranten en trans personen hun rechten ontzegd, in Nederland tieren islamofobie, xenofobie, antisemitisme en andere vormen van discriminatie weliger dan in lange tijd. Nieuwe uitingen van fascisme winnen terrein, en wie als Ander wordt gezien loopt risico. De wederopstanding van de Dolle Mina’s staat hier symbool voor: zelfs vrouwen, die zich de afgelopen eeuwen toch redelijk hadden ingevochten (in de terminologie van Mark Rutte) moeten weer aan de bak om hun meest basale rechten te verdedigen.
Er is in westerse samenlevingen inderdaad sprake van nieuw en toenemend geweld tegen mensen en dat moet worden bevochten. Maar de logica van eerst mensenrechten, dan dierenrechten, is niet houdbaar. Onderdrukking van gemarginaliseerde mensen en andere dieren is namelijk verweven, en nieuwe autoritaire uitsluitpolitiek treft allebei. Ik noem de ideologie die het leven in veel westerse samenlevingen momenteel steeds sterker vormt daarom antropofascisme, een samentrekking van antropocentrisme en fascisme.
Eerst even over dat fascisme. Dat ziet er in onze tijd anders uit dan in de vorige eeuw. Er is nog steeds sprake van autoritair leiderschap – denk aan Trump, of Geert Wilders in Nederland – maar veel elementen ervan zijn gevormd door relatief nieuwe sociale fenomenen die het dagelijks leven van mensen bepalen.
Propaganda wordt bijvoorbeeld niet zozeer door regeringsleiders van bovenaf opgedrongen, maar gecreëerd door een amalgaam van actoren in de politiek, media en het bedrijfsleven. Grote techbedrijven bepalen via algoritmes welk nieuws mensen tot zich nemen, wat de vrijheid van meningsvorming bedreigt, en de persvrijheid beïnvloedt. In mei 2026 waarschuwde het Commissariaat voor de Media in een rapport voor de invloed van sociale media op hoe mensen nieuws tot zich nemen. Bedrijven vormen wat mensen wel en niet te zien krijgen, waardoor hun denken wordt gevormd. Dat hangt samen met een kapitalistische levenshouding: mensen zijn meer consument dan burger, gericht op hebben in plaats van zijn.
Twijfel aan de wetenschap maakt ook deel uit van hedendaagse propaganda en verzwakking van democratische instituties. Denk bijvoorbeeld aan de antiwetenschappelijke houding van bepaalde politici tijdens de coronapandemie, of de toenemende scepsis naar geesteswetenschappen, het denken dat op de macht reflecteert.
Politiek, media en kenniscreatie zijn in de afgelopen decennia op een nieuwe manier vermengd geraakt. Economische belangen zijn hierin bepalender dan democratische waarden zoals vrijheid en gelijkheid. Die waarden worden ook ondermijnd door populistische narratieven die gericht zijn op wij-zij-denken en het creëren van angst, zoals bijvoorbeeld voor vluchtelingen die Europa zullen overspoelen, omvolking of wolven.
Want ook de andere dieren hebben te maken met nieuwe vormen van machtsuitoefening. Ze worden bijvoorbeeld steeds geraffineerder uitgebuit. Denk aan livestock precision farming, waarbij dieren constant worden gemonitord om hun financiële waarde te vergroten. Voor niet-menselijke dieren is AI sowieso slecht nieuws. Hetzelfde geldt voor de terugkeer naar patriarchale waarden in de manosfeer en elders, want echte mannen eten dieren. En voor het selectieve geloof in wetenschap. Onderzoek naar hun innerlijke en sociale levens wordt in politieke discussies niet eens afgezwakt, het telt simpelweg niet mee.
Denkers die zich zorgen maken om de teloorgang van democratische waarden, instituties en praktijken richten zich nu op een analyse van mensenpolitiek. Maar begrijpen hoe antropocentrisme werkt en geweld in stand houdt is belangrijker dan het lijkt. Voor de niet-menselijke dieren die nog steeds in almaar groeiende aantallen worden vermoord in de vee-industrie, gebruikt als proefdieren en op andere manieren door mensen aan zich onderworpen, terwijl we weten hoe erg het voor ze is.
Maar ook voor mensen. Want er zijn allerlei dwarsverbanden tussen soortisme, de vorm van discriminatie die voortkomt uit antropocentrisme, en discriminatie van groepen mensen. Sommige mensen worden bijvoorbeeld als dierlijker of dichter bij de natuur beschouwd dan andere, zoals vrouwen of Zwarte mensen. Zij worden als emotioneler, intuïtiever en minder rationeel gezien dan witte mannen. Ecofeminist Carol Adams beschrijft hoe mensenvrouwen en dieren op vergelijkbare manieren worden verdinglijkt. Deze analyses krijgen nieuwe zeggenschap met de opkomst van fenomenen als het vleesdieet (ook wel het ‘carnivoor dieet’ genoemd, een dieet waarbij mensen alleen vlees eten) en de tradbeweging, een subcultuur waarin mensen traditionele genderrollen omarmen.
De taal is hierin ook een wapen, bijvoorbeeld wanneer mensen met ratten, varkens of honden worden vergeleken. Dat is een manier van stigmatiseren die werkt omdat niet-menselijke dieren als minderwaardig worden gezien – denk aan hoe Palestijnen door de Israëlische regering steeds dier of beest worden genoemd. Tegelijkertijd wordt de vermeende minderwaardigheid van niet-menselijke dieren erdoor benadrukt, wat weer beïnvloedt hoe mensen hen zien en behandelen.
Vanwege dit soort verbanden wordt er de laatste tijd in het kritische dierendenken gesproken over ‘hiërarchisch antropocentrisme’. Antropocentrisme is niet een ideologie die mensen superieur acht aan andere dieren, maar een cultureel bepaald hiërarchisch systeem waarin sommige wezens dierlijker en minder waard zijn dan anderen.
Een voorbeeld van zo’n kruispunt van onderdrukking is de tweet waarin Trump de Obama’s in februari 2026 als niet-menselijke primaten (‘apen’) opvoerde. Met dit bericht verwees hij naar een racistisch beeld dat al lang wordt gebruikt om Zwarte mensen als minderwaardig voor te stellen. Aph en Syl Ko schrijven in Aphro-Ism dat de vergelijking tussen Zwarte mensen en niet-menselijke primaten niet alleen de menselijke groep in kwestie maar ook andere primaten verdierlijkt. Ze wijzen erop dat de geschiedenis van racisme in de VS vol zit met dat soort verhalen. Die zijn medeverantwoordelijk voor het onrecht dat Zwarte mensen nog steeds wordt aangedaan, en tegelijk voor het bestendigen van de hiërarchie tussen mensen en andere dieren.
Ook planten en andere natuurlijke entiteiten worden als minderwaardig gezien, en ook hier is geweld tegen mensen en niet-mensen verbonden. Denk aan het omhakken, uitgraven, vergiftigen of verbranden van olijfbomen in Palestina door het Israëlische leger en kolonisten. Sinds 1967 zijn er volgens de VN meer dan 2,5 miljoen olijfbomen vernietigd. Deze bomen kunnen duizenden jaren oud worden. Ze zijn van belang om zichzelf, en veel Palestijnse mensen zijn van ze afhankelijk voor hun voortbestaan. De bomen drukken bovendien de diepe band uit die zij met het land hebben.
Dat antropocentrisme een vertakt systeem van onderdrukking is, heeft consequenties voor het denken over rechtvaardigheid. Om vrijheid en vrede te bewerkstelligen is het niet genoeg om te betogen dat iedereen gelijkwaardig is: we moeten ook de parallellen, verbindingen en verwevingen tussen verschillende soorten discriminatie onderzoeken. Om te begrijpen hoe onderdrukking werkt, en om niet per ongeluk bepaalde vormen ervan te herhalen. Want zolang hiërarchisch antropocentrisme bestaat, zullen er altijd mensen blijven die meer mens zijn dan anderen. Bovendien blijft de minderwaardigheid van andere dieren en de natuurlijke wereld intact.
Verschillende vormen van uitsluiting tegelijk aanpakken lijkt extra moeilijk, maar ze hebben vaak vergelijkbare oorzaken. Het geweld tegen Anderen in onze tijd hangt samen met een westers mensbeeld waarin de ik centraal staat, gevormd door laatkapitalistische ideeën over onafhankelijkheid en het goede leven. Dat atomistische mensbeeld doet geen recht aan de manier waarop mensen verbonden zijn met anderen. Niemand wordt geboren in een vacuüm, we zijn allemaal vanaf onze geboorte in de wereld geworteld door verstandhoudingen met anderen. Mensen en niet-mensen zijn niet van elkaar gescheiden en hebben vaak dezelfde belangen. Dat laat de klimaatcrisis nu goed zien, net als het toegenomen risico op zoönosen.
Er bestaan al andere manieren van denken over mensen. Veel Afrikaanse, Inheemse en Oosterse filosofieën nemen deze verbondenheid als uitgangspunt voor al het denken. Neoliberaal kapitalisme is een van de weinige denksystemen waarin mensen als los van elkaar en de rest van de levende wereld worden gezien.
Ook in westerse samenlevingen zoeken mensen naar alternatieven. Zoals denkers en activisten die zich bezighouden met beperkingsrechtvaardigheid, in Nederland bijvoorbeeld de actiegroep Feminists Against Ableism. Zij pleiten voor nieuwe vormen van zorg en samenleven, niet gebaseerd op het recht van de sterkste maar wederzijdse afhankelijkheid. Of Stichting Kapitaloceen, een groep mensen die nieuwe invulling aan het beroep boer geeft, door het menselijk recht op landeigendom te betwisten en naast andere dieren voedsel te verbouwen.
Ons politieke systeem was altijd gericht op mensendemocratie en mensenrechtvaardigheid, en wie als mens wordt gezien staat niet vast. In plaats van terug naar hoe het was moeten we opnieuw bepalen wat rechtvaardigheid betekent, tegen de achtergrond van een afbrokkelende natuurlijke en sociale wereld, waarin ecosystemen, mensen en andere dieren steeds meer zorg nodig zullen hebben.
In die zoektocht kunnen we leren van de andere dieren, die sinds oudsher te lijden hebben onder menselijk fascisme. Voor en met hen moeten we toe naar een echt dierwaardig leven, voor alle mensen en andere dieren.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie