Home

Kunstenaar Adam Pendleton liet de witte muren in het Stedelijk Museum volledig zwart schilderen – dit zijn z’n inspiratiebronnen

Adam Pendleton is een van de invloedrijkste kunstenaars van zijn generatie én onze Weekendgids. Hij brandt los over de kleur zwart, de stem van Adrianne Lenker, modeontwerper Issey Miyake en andere inspirators die van experimenteren houden.

schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.

‘O mijn god, moeten we nou nog meer praten?’ Kunstenaar Adam Pendleton (42) zegt het met een guitige lach, maar er schemert ernst doorheen. We zijn een half uur bezig met het interview, eigenlijk vindt hij dat hij wel genoeg heeft gezegd.

Misschien heeft het ermee te maken dat hij nog maar net is aangekomen vanuit New York, met jetlag, natuurlijk. Of met het feit dat hem nog een lange dag wacht met, tja, nog veel meer praten. Meer interviews, meer pers rondleiden. We spreken de internationaal geroemde kunstenaar namelijk net voor de perspreview van zijn eerste Nederlandse museale solotentoonstelling Some Wild Kind of Language, in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

De kleur zwart

Helaas voor hem, we moeten nog meer praten. Want deze tentoonstelling roept de nodige vragen op. Allereerst: waarom liet hij de muren in het statige oude trappenhuis van het museum volledig zwart schilderen? De tentoonstelling bestaat uit twee zalen: in eentje hangen tien abstracte schilderijen. In de andere zaal, boven aan de monumentale 19de-eeuwse trap, hangen acht grote tekeningen met gouden inkt op zwart papier. Ook de muren waaraan ze hangen zijn zwart.

Helemaal verrassend is die keuze niet, de kleur zwart speelt namelijk een belangrijke rol in de kunstwerken van de Amerikaanse kunstenaar. Hij is vooral bekend van zijn metersgrote abstracte schilderijen. Hij begint elk schilderij door het doek helemaal zwart te verven. Daarna voegt hij met verf, spuitbus en inkt verschillende lagen toe: graffiti-achtige markeringen, tekstfragmenten en geometrische vormen. Soms steken wit of felle kleuren af tegen het zwart, een andere keer bestaat een schilderij uit meerdere lagen zwart over elkaar.

Hij oogst behoorlijk veel succes met deze werkwijze: Pendleton wordt gezien als een van de invloedrijkste kunstenaars van zijn generatie. Zijn schilderijen zitten in de collecties van belangrijke musea zoals het MoMA, Tate en het Whitney Museum, en waren te zien op grote internationale podia als de Biënnale van Venetië. Ook werd hij twee keer opgenomen in de prestigieuze lijst 30 Under 30 van het Amerikaanse tijdschrift Forbes, dat jaarlijks talenten in verschillende disciplines uitlicht.

De ruimte transformeren

Terug naar dat zwarte trappenhuis. ‘Ik wilde de ruimte transformeren’, zegt Pendleton daarover. ‘We zijn zo gewend geraakt aan witte muren in een museum. Ik wil dat mensen binnenkomen en gelijk denken: hé, dit is niet zoals het altijd is.’

Het historische trappenhuis van het Stedelijk Museum was een van de eerste ‘white cubes’ ter wereld: in 1938 liet de toenmalige conservator Willem Sandberg de donkere bakstenen muren wit verven. Toen hij in 1945 directeur werd, deed hij hetzelfde met de andere zalen van het museum. Deze aanpak en het idee erachter, dat kunstwerken het beste tot hun recht komen op ‘neutrale’, witte wanden, kreeg wereldwijd navolging. Al gauw werd het de standaard in de kunstwereld.

Een conventie als de white cube lapt Pendleton graag aan zijn laars. Hij werkt volgens een zelfbedacht principe dat hij ‘Black Dada’ noemt, een term die hij leende uit een gedicht van de Amerikaanse schrijver Amiri Baraka uit 1964: Black Dada Nihilismus. ‘Ik zag die woorden in dat gedicht bij elkaar staan en dacht: wat is dit? Ze hoorden helemaal niet bij elkaar. En juist daarin zat vrijheid.’

Regels breken

De term ‘dada’ uit Black Dada verwijst natuurlijk naar de internationale kunststroming die in 1916 in Zwitserland begon als reactie op de Eerste Wereldoorlog. Dada was tegen rede, logica, en de gevestigde kunstwereld. ‘Black’ kan zowel verwijzen naar zwartheid als in ‘zwarte cultuur’, als naar de kleur zwart, die voor Pendleton staat voor nog onbekende mogelijkheden. ‘Ik zie het witte doek of een witte muur als iets waar beelden bovenop liggen. Terwijl een zwarte ondergrond juist ruimte schept: alsof je erin kunt stappen.

‘Heel simpel gezegd geeft een idee als Black Dada me de vrijheid om met regels in de kunstwereld te breken, mijn eigen regels te maken, en die ook weer te breken’, zegt de kunstenaar.

Hoe het Stedelijk reageerde op zijn voorstel om de muren zwart te verven? ‘Heel positief, directeur Rein Wolfs begreep waarom het interessant zou zijn om dat op deze plek te doen.’ Of ze ook nog zo blij met hem zullen zijn als ze de muren met al hun ornamenten weer wit moeten krijgen, weet hij niet. ‘Ik hoop natuurlijk dat ze het zwart laten.’

Album: Live at Revolution Hall van Adrianne Lenker (2025)

‘Adrianne Lenker is vooral bekend als leadzangeres van de Amerikaanse band Big Thief, maar ook haar soloplaten zijn geweldig. Ik kan niet kiezen tussen de twee, ik vind het juist mooi hoe ze moeiteloos tussen de band en haar solocarrière lijkt te bewegen, zonder dat ze elkaar in de weg staan.

‘Al haar muziek heeft een authentieke, rauwe kwaliteit. Ze is ook grillig in de manier waarop ze muziek benadert: het ene moment klinkt ze kwetsbaar en teder, dan weer stevig. Van nummer tot nummer kan de sfeer totaal veranderen, heel spannend.

‘In 2025 bracht Lenker Live at Revolution Hall uit, een registratie van twee concerten in Portland, Oregon. Alles klinkt alsof het per ongeluk met een cassetterecorder is opgenomen. Haar stem is, zoals altijd, weemoedig, vol en onvoorspelbaar: steeds weer anders. Het album is een soort levend geluidsarchief. Alles eraan is prachtig onvolmaakt.’

Modeontwerper: Issey Miyake (1938-2022)

‘De Japanse Issey Miyake was het schoolvoorbeeld van een groot ontwerper. Hij was ambitieus en had een uitzonderlijk verbeeldingsvermogen als het ging om wat kleding kan zijn: hoe het moet aanvoelen, hoe het eruit moet zien en wat een kledingstuk voor de drager moet kunnen doen. Hij heeft oneindig geëxperimenteerd met materialen en technieken die nooit eerder in de textielindustrie werden gebruikt.

‘De ontwerpen van Miyake staan voor een bepaalde levenshouding: uitgesproken en compromisloos. Tegelijkertijd is zijn kleding ook comfortabel en chic. Die combinatie maakt dat ik zijn kleding graag draag. Het pak dat ik vandaag draag is ook van Issey Miyake.’

Muzikant: Jason Moran

‘Al tientallen jaren bevindt jazzpianist Jason Moran zich in de voorhoede van de jazz. Hij is een geweldige kunstenaar en bovendien een vriend, met wie ik ook weleens heb samengewerkt. Net als de schilderkunst heeft jazzmuziek een rijke geschiedenis die soms te star kan worden. Moran is bereid die geschiedenis opnieuw te doordenken, zonder daarbij de historische basis ervan uit het oog te verliezen. Hij eert en onderzoekt de wortels van de jazz, van Duke Ellington tot Muhal Richard Abrams. Tegelijkertijd heeft hij de grenzen van het genre verlegd met zijn futuristische experimenten (zoals het vertalen van spraakpatronen naar muziek, red.).

‘Ik luister graag naar muziek terwijl ik schilder, maar niet naar de muziek van Jason Moran, die eist namelijk mijn volledige aandacht op. Naar zijn muziek luister ik om mezelf eraan te herinneren waartoe kunstenaars in staat zijn.’

Koffie: Sey Coffee

‘In alle aspecten van mijn leven hecht ik veel waarde aan aandacht voor detail. Je kunt die toewijding terugvinden in kunst, in kleding, maar ook in koffie. Daarom houd ik zo van Sey Coffee, een kleinschalige koffiebranderij in New York, waar ik woon.

‘Als ik in New York ben, ga ik er bijna elke dag naartoe voor een cappuccino. Ze branden en serveren de lekkerste koffie van de stad. Elke dag een kop koffie drinken lijkt misschien iets simpels, maar bij Sey gaat achter elke kop een enorme hoeveelheid werk en aandacht schuil, en dat kun je proeven.’

Beeldend kunstenaar: Joan Jonas

‘Ik heb het voorrecht dat ik Joan Jonas al lang persoonlijk ken, we ontmoetten elkaar toen ik begin twintig was en we allebei bij dezelfde galerie exposeerden. Als je erover nadenkt, valt het behoorlijk tegen hoeveel mensen er oprecht geïnteresseerd zijn in de wereld om hen heen. Jonas is dat wel. Ze heeft een openheid en nieuwsgierigheid die ik fascinerend vind. Dat zie je terug in haar kunst: ze brengt allerlei dingen samen, niet omdat ze bij elkaar horen, maar omdat ze benieuwd is naar hoe ze op elkaar gaan reageren.

‘Jonas is bekend om haar performances en haar tekeningen. Die tekeningen maakt ze vaak tijdens de performances, een manier van werken die volgens mij tamelijk uniek is. Met name de multimediale performance The Shape, the Scent, the Feel of Things uit 2007 heeft veel indruk op me gemaakt. Het was een performance van twee uur, waarin ze bewegende schermen met videoprojecties, geluid, tekeningen, livemuziek en liveperformance presenteerde. Wat ik me vooral herinner is het gevoel dat het kunstwerk opriep: alsof de ruimte zelf in beweging was. Moeilijk na te vertellen, maar heel bijzonder.’

Album: Promises van Pharoah Sanders (2021)

‘Waarom zou je ooit ophouden met experimenteren en samenwerken? Jazzsaxofonist Pharoah Sanders was het bewijs dat je daar nooit te oud voor bent. Luister maar naar zijn album Promises, dat uitkwam toen hij al 81 was.

‘Promises is een samenwerking tussen Sanders, producer en dj Floating Points en het London Symphony Orchestra. Het is een prachtig, wonderlijk brouwsel, een ontmoeting tussen jazz, elektronische en klassieke muziek. Je hoort er hun sterke impuls om nieuwe richtingen te verkennen in terug. Wat extra bijzonder is omdat Sanders al behoorlijk op leeftijd was. Een jaar later overleed hij.’

Beeldend kunstenaar: Pope.L

‘De Amerikaanse kunstenaar Pope.L is een van mijn artistieke helden. Hij heeft enorm veel verschillende dingen gedaan, van performances tot schilderkunst, fotografie tot theater. Wat ik mooi aan hem vind, is dat het hem niet kon schelen of zijn werk toegankelijk of direct te begrijpen was. Het ging hem om de rijkdom van complexiteit en experiment. Hij overleed in 2023. Zijn werk zal nog lang blijven voortleven, maar helaas zullen we nooit meer kunnen zien wat hij verder allemaal nog zou hebben bedacht.’

Literatuur: feministische schrijvers

‘Ik zou niet de persoon zijn die ik nu ben als ik niet al vroeg in mijn leven had kennisgemaakt met een hoop uitzonderlijke schrijvers. De meeste van hen vond ik dankzij de fantastische boekenkast van mijn moeder. Zij was basisschoollerares en heeft een enorme liefde voor literatuur, die ze ook in mij heeft aangewakkerd.

‘Een boek kan een leven openen, zo heb ik dat ervaren. Dankzij schrijvers als Toni Morrison, Joan Retallack, Leslie Scalapino, Ron Silliman, Jena Osman, Charles Bernstein, June Jordan, Audre Lorde en Adrienne Rich, maakte ik kennis met werelden die ik nog niet kende, en met mogelijkheden waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Een voorbeeld daarvan is de roman Paradise van Toni Morrison, over een gemeenschap van mensen die buiten de maatschappij stonden en er hun eigen regels en verwachtingen op nahielden.

‘Veel vrouwelijke en feministische schrijvers in dit rijtje, inderdaad. Wat me in hun schrijven aansprak, denk ik, is dat zij zich verzetten tegen heteronormatieve verwachtingen. Ze proberen zich een andere, niet-heteronormatieve en -patriarchale wereld voor te stellen.’

Boek: The Prison-House of Language door Fredric Jameson (1972)

‘The Prison-House of Language, voor het eerst verschenen in 1972, is een tijdloze, kritische tekst. Literatuurwetenschapper Jameson (1934-2024) beargumenteert in dit boek dat de werkelijkheid wordt gevormd door ons denken, en ons denken weer door taal. Breek het af en bouw iets nieuws, is het devies. Maar eigenlijk is deze samenvatting veel te kort door de bocht. Ik vind niet dat je een boek als dit moet terugbrengen tot een paar zinnen.

‘Tegelijkertijd zegt de titel eigenlijk genoeg. We hebben het over The Prison-House of Language: de gevangenis van de taal. Alleen al die gedachte is krachtig, het idee dat ik misschien gevangenzit in mijn eigen denkpatronen. Dat is iets wat ik persoonlijk absoluut niet wil. Ik probeer het te voorkomen door open en nieuwsgierig te blijven. En door te schilderen. Wat op een bepaalde manier ook een vorm van taal is, met andere regels, structuren en patronen.’

1984 Geboren in Richmond, Virginia, Verenigde Staten.
2000–2002 Volgt het Artspace Independent Study Program in Pietrasanta, Italië. Verhuist kort daarna naar New York om zich volledig op zijn kunstenaarschap te richten.
2004 Eerste solotentoonstelling, Being Here, bij Wallspace in New York.
2008 Publiceert zijn invloedrijke Black Dada Manifesto, waarin hij een artistiek en theoretisch kader ontwikkelt rond zwartheid, avant-garde en abstractie.
2015 Neemt deel aan de 56ste Biënnale van Venetië.
2017 Solotentoonstelling Adam Pendleton: Shot Him in the Face in het Kunst-Werke Institute for Contemporary Art (KW) in Berlijn.
2021–2022 Grote solotentoonstelling Who Is Queen? in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. De monumentale installatie onderzoekt thema’s als zwartheid, abstractie en de avant-garde.
2022 Neemt deel aan de Whitney Biennial Quiet as It’s Kept in New York.
2024 Ontvangt de Rosenthal Family Foundation Award for Painting van de American Academy of Arts and Letters.
2026 Solotentoonstelling Some Wild Kind of Language in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Adam Pendleton woont en werkt in Brooklyn, New York.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next