Op de VN-top over biodiversiteit in Armenië, die zaterdag eindigde, hebben de 195 betrokken landen afgesproken dat ze ‘meer ambitie zullen tonen’ bij de bescherming van de natuur. Daarvoor wordt echter vooralsnog minder geld uitgetrokken.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie, klimaat en natuur.
Hoewel de onderhandelaars het relatief gemakkelijk eens werden over deze eindtekst, gingen de besprekingen in de Armeense hoofdstad Jerevan nog de hele nacht van vrijdag op zaterdag door. Uiteindelijk was er pas op zaterdagochtend rond 10 uur overeenstemming over de laatste paragrafen.
Vooral de EU en Rusland botsten regelmatig hard met elkaar. Een van de grootste twistpunten is het dieper ingrijpen in de economie, iets wat volgens de wetenschappelijke consensus noodzakelijk is om natuurvernietiging te stoppen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afbouwen van ‘financiële prikkels’, zoals subsidies, die schadelijk uitpakken voor de biodiversiteit. Rusland weigerde in die context pertinent elke verwijzing naar de landbouw.
Daarmee lijken de VN-onderhandelingen over biodiversiteit soms op het Nederlandse stikstofdebat: landbouw versus natuur, maar dan op mondiaal niveau. Uiteindelijk spraken de onderhandelende partijen af zich te houden aan de doelstelling om 500 miljard dollar aan schadelijke geldstromen te verleggen, maar wel ‘in lijn met de nationale omstandigheden, prioriteiten en mogelijkheden’.
De zeventiende Conferentie van de Partijen (COP17) in Jerevan begon met de vaststelling dat landen niet genoeg doen om de afgesproken wereldwijde natuurdoelen voor 2030 te halen. De bekendste daarvan is misschien de afspraak om in dat jaar 30 procent van het land, de wateren en de oceanen tot beschermd gebied te verklaren. Toch ging naar die doelstelling in Jerevan niet de meeste aandacht uit.
Wel was er veel discussie over het geld dat de betrokken landen uittrekken voor biodiversiteit – ook om ontwikkelingslanden te helpen hun natuur te beschermen. Net als veel van zijn EU-collega’s hamerde de Nederlandse minister Jaimi van Essen (D66, Natuur) erop dat ook landen die vroeger minder kapitaalkrachtig waren, maar die de afgelopen decennia een sterke economische groei hebben doorgemaakt, meer moeten bijdragen. Een voorbeeld is Saoedi-Arabië.
Tijdens de top in Jerevan maakten sommige geldschieters bekend dat ze hun betalingen aan het wereldwijde biodiversiteitsfonds GEF zouden opschroeven. Dat gold voor Duitsland, IJsland, Monaco, de stad Berlijn en de regio Québec. Samen legden ze 60 miljoen dollar extra in. Andere landen, uit Europa maar ook Brazilië, China, India en Zuid-Afrika, hadden eerder al gezamenlijk 4,4 miljard dollar aan het fonds toegezegd.
Het totale bedrag ligt echter 17 procent lager dan tijdens de vorige financieringsronde. De top eindigde daarom met een ‘dringende oproep’ aan ontwikkelde landen om meer bij te dragen. Voor andere landen blijft het bij een ‘uitnodiging’.
Patrick Child, de Britse delegatieleider van de EU, sprak na afloop van de top van ‘schuchtere, maar belangrijke stappen voorwaarts’ om meer geld bijeen te brengen. Tegelijkertijd had Child zorgen over ‘het ondermijnen van de rol van de wetenschap’. Uit de laatste wetenschappelijke rapporten over biodiversiteit blijkt dat er een grote, fundamentele maatschappijverandering nodig is om de natuur te kunnen beschermen.
Volgens An Lambrechts, expert biodiversiteitsbeleid bij Greenpeace International, heeft de top in Jerevan ‘gestage voortgang in plaats van baanbrekend nieuws’ opgeleverd. ‘De actie blijft in tempo en omvang achter bij wat de huidige biodiversiteitscrisis nodig heeft’, zegt zij.
Toch overheerste in Jerevan op zaterdagochtend de opluchting. ‘We zitten in een uiterst complexe geopolitieke context, waarin Rusland en de EU bijvoorbeeld niet direct met elkaar praten’, zei een lid van de EU-delegatie. ‘Tegelijkertijd zie je hier een effectief, multilateraal proces. Wat we hebben afgesproken is niet transformatief, het is geen kantelmoment. Maar we maken vooruitgang.’
Ook WWF International probeerde in zijn reactie op de uitkomst van de top de moed erin te houden. ‘Hoezeer regeringen momenteel ook onder druk staan in eigen land, ze zijn hiernaartoe gekomen om de actie voor natuur te versterken’, aldus Guido Broekhoven. ‘Dat is iets om trots op te zijn.’
De volgende biodiversiteittop vindt in 2028 plaats in Quito, de hoofdstad van Ecuador.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant