Home

De neiging om geweld jegens Palestijnen omfloerst te beschrijven, blijft iets om scherp op te zijn

is de ombudsvrouw van de Volkskrant.

Misschien is het een beetje flauw om met een voorbeeld te beginnen uit het liveblog, de plek waar redacteuren onder hoge tijdsdruk journalistieke beslissingen moeten nemen. Het gaat bovendien niet om een blogbericht, maar om een fotobijschrift. En dan niet eens het hele fotobijschrift, alleen het laatste deel ervan. Een bijzinnetje, meer niet.

‘Israëlische militairen in Abu Falah naast een gewonde Palestijnse man, die door kogels werd geraakt’, aldus het fotobijschrift bij een bericht over een aanval van kolonisten op een dorp op de bezette Westelijke Jordaanoever tijdens de olijfoogst, half oktober.

Op de foto ligt een man op het asfalt, met een bloedvlek op zijn spijkerbroek. Israëlische militairen staan om hem heen.

‘Toch wel een erg eufemistische verwoording voor iemand die neergeschoten is’, schreef een lezer terecht. ‘In de tekst lezen wij dat zowel de kolonisten als de Israëlische militairen schoten op de Palestijnen die olijven aan het oogsten waren. Waarom deze verhullende manier van beeldbeschrijving?’

De kritiek sluit aan bij een interessant rapport dat onlangs uitkwam. Mediawetenschapper Nel Ruigrok, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, deed samen met oud-studenten van de master media en journalistiek onderzoek naar de berichtgeving over Gaza door Nederlandse media.

Ze onderzochten artikelen uit de tweeën­half jaar na 7 oktober 2023 op bron- en woordgebruik om erachter te komen of er sprake is van ‘bias’, onbewuste bevoordeling door redactionele routines, voorzichtigheid of de toegankelijkheid van bronnen.

Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.

Een van de conclusies: nieuwsmedia beschreven geweld jegens Palestijnen vaker in verzachtende of passieve termen dan geweld jegens Israëliërs. ‘Er zijn doden gevallen’ of ‘ze zijn gewond geraakt’. Alsof ze door de bliksem werden getroffen. Zo verdwijnt de verantwoordelijke voor het geweld uit beeld.

In het liveblog ging het niet over Gaza, maar over de aanvallen van Israëlische kolonisten op Palestijnen. De liveblogger koos voor de vage formulering in het fotobijschrift omdat voor hem op dat moment niet duidelijk was of de kogel van kolonisten of het leger afkomstig was.

Livebloggen is een aparte tak van sport. Snelheid is belangrijk en redacteuren moeten op afstand verslag doen van soms heel concrete gebeurtenissen, zoals deze. Dat doen ze door de informatie van persbureaus en media tegen elkaar af te wegen, informatie die ook weer gekleurd kan zijn. Het is goed om voorzichtig te zijn.

Toch lag hier de duidelijkheid voor het oprapen: de Associated Press-fotograaf die de beelden maakte, meldde in het oorspronkelijke bijschrift al dat Israëlische militairen de man hadden neergeschoten.

Dat was de liveblogger niet opgevallen. Anders had hij het zeker gemeld, benadrukt hij. De vraag of het haast was of toch onbewuste bias, is dan ook lastig te beantwoorden.

De neiging om geweld jegens Palestijnen omfloerst te beschrijven, blijft iets om scherp op te zijn. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek van Ruigrok ook dat er in de overgrote meerderheid van de onderzochte passages géén verschil zit in de weergave van Palestijnse en Israëlische bronnen op dit gebied. De Volkskrant week daarin niet af van andere titels, laat Ruigrok weten.

Het gewraakte fotobijschrift is dan ook eerder de uitzondering dan de regel. De afgelopen drie jaar is de redactie er veel scherper op geworden – en dat mocht ook wel. Eind oktober 2023 kon u nog de volgende zin in de krant lezen: ‘Maandag werd de markt in het kamp getroffen door een luchtaanval, ruim 50 inwoners kwamen daarbij om.’

Afgelopen week zag ik koppen als ‘Israël doodt meisje van 7 bij raketaanval op vluchtelingenkamp in Gaza’ en ‘Israëlisch leger ontheemt 2.200 Palestijnen bij strafexpeditie op bezette Westelijke Jordaanoever’. Daarbij is volstrekt helder wie verantwoordelijk is voor het geweld.

Uit het onderzoek bleek wel een groot verschil in de stelligheid waarmee media Israëlische en Palestijnse bronnen citeren. Bij die laatsten bouwden journalisten vaak meer onzekerheid in, met woorden als ‘zou’, ‘lijkt’ of ‘beweert’. Uitlatingen van Israël werden vaker als feit of met grote zekerheid weergegeven.

Die asymmetrie wordt herkend op de redactie. Deels is deze te verklaren door de asymmetrie tussen de twee groepen: Israël heeft in tegenstelling tot de Palestijnen een geolied woordvoeringsapparaat.

Wat onbewust ook zal hebben meegespeeld: de gevoelsmatige vertrouwdheid met een land als Israël, met instituties die op de onze lijken. Waardoor informatie ook minder gewantrouwd werd.

Dat laatste is de afgelopen jaren veranderd. De redacteuren die ik deze week sprak, treden de communicatie van de regering-Netanyahu en het leger na drie jaar met meer scepsis tegemoet.

In de krant is dat ook terug te zien. Zo belooft het leger veelal een onderzoek na aanvallen waarbij burgerslachtoffers vallen. ‘Van die onderzoeken komt in de praktijk weinig terecht’, vermelden auteurs daar nu vaak expliciet bij. De BBC toonde dat onlangs ook weer aan.

‘Noodzakelijke context’, zegt de chef nieuws. In de eerste periode na de terreuraanval van Hamas ontbrak die vaak nog. ‘Dit was een groot nieuwsonderwerp waarvan ook niet-specialisten verslag deden. Als redactie hadden we ons eerder bewust moeten zijn van de valkuilen. Bijvoorbeeld door een deskundige uit te nodigen, iemand die zegt: let hier op.’

Israëlische bronnen kwamen volgens Ruigrok en de oud-studenten niet alleen stelliger aan het woord dan Palestijnse bronnen, maar ook vaker. Ook in de Volkskrant: respectievelijk 24 procent tegenover 14 procent van alle bronnen in onderzochte stukken, een groot contrast. Dit bevestigde een lezer in zijn vermoeden dat de krant ‘meer pro-Israël-artikelen’ plaatst.

Daarin kan ik niet meegaan. De onderzoekers keken voor hun conclusie over brongebruik alleen naar koppen en eerste alinea’s. Een lang achtergrondverhaal waarin meerdere Palestijnen vertellen over hun dagelijks leven in een vernietigd Gaza, biedt veel ruimte aan het Palestijns perspectief. Toch weegt het verhaal in het onderzoek even zwaar als een kort nieuwsbericht over een uitspraak van Netanyahu.

Een belangrijke verklaring voor het verschil is dat Israël sinds 7 oktober 2023 journalisten de toegang tot Gaza ontzegt. Daarom heeft de redactie zich ingespannen om alsnog Gazaanse stemmen in de krant te krijgen, zoals het hoort.

Een eindredacteur die jaren correspondent is geweest in het Midden-Oosten keerde haar telefoonboek binnenstebuiten en leidde op afstand zelfs Gazanen op tot verslaggever. Dat levert nog altijd belangrijke verhalen op, zoals de recente interviews met Gazaanse kinderen die hun toekomstdromen zagen vervliegen.

Mijn collega van NRC noemde de conclusie dat Israël meer ruimte kreeg op basis van dit onderzoek ‘een brug te ver’. Daarmee ben ik het eens: om daadwerkelijk iets over die ruimte te kunnen zeggen, moet je die ook meten. Vaak is de bias subtieler, zoals uit de hierboven beschreven verschillen in woordgebruik blijkt. Dat vereist constante aandacht.

Er zijn weinig onderwerpen die de samenleving – en mijn inbox – zo beroeren als deze kwestie. De eerste twee jaar van de oorlog had de Volkskrant geen ombudspersoon, dus er is wat in te halen. Ik besef dat deze aflevering over woord- en brongebruik dan ook verre van voldoende is. Wordt vervolgd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next