Home

‘Open gewoon Chat’ – maar wat doet het met je denkvermogen als je vaak een chatbot gebruikt?

In een paar jaar tijd heeft het gebruik van generatieve AI een hoge vlucht genomen. Wat doet het met het denkvermogen als je voortdurend een chatbot inschakelt? ‘Leren kost moeite. Chatbots proberen die frictie weg te nemen.’

Hij raadt het zijn zoon van harte aan, als de 16-jarige scholier woordjes moet stampen of een toetsweek heeft. ‘Gebruik ChatGPT’, zegt Stefan van der Stigchel dan. ‘Als je concentratie op is of je weet het even niet meer: open gewoon Chat en laat hem je een paar vragen stellen.’

Eindeloos geduldig en altijd beschikbaar: AI kan een uitstekende leraar zijn, meent de Utrechtse hoogleraar cognitieve psychologie. ‘Voor mensen die geen toegang hebben tot onderwijs kan AI echt een kans zijn, net als voor kinderen die geen geduldige ouders thuis hebben die ze kunnen helpen bij het maken van huiswerk.’

Zelf doet Van der Stigchel onderzoek naar concentratie. Terwijl sociale media scholieren vooral afleiden bij het maken van huiswerk, verwacht hij van AI het tegenovergestelde effect. ‘Met TikTok op je telefoon is het lastiger focussen, maar een chatbot kan je helpen om je ergens langer en dieper op te concentreren. Mits je het op de juiste manier gebruikt.’

Pen en papier

Anco Peeters zal zijn studenten niet zo snel aansporen om ChatGPT te gebruiken, integendeel. Tijdens de werkgroepen van de filosoof en cognitiewetenschapper aan de Radboud Universiteit in Nijmegen moeten studenten hun laptops dichtklappen en hun telefoons wegstoppen.

Geheel op eigen kracht moeten ze in die uren werken aan een essay. Eerst door erover te praten met elkaar, daarna door te schrijven. Met pen en papier. Geen Google, geen ChatGPT, maar zelf nadenken over goede vragen en de opbouw van een betoog. Dáár steken zijn studenten het meest van op, meent Peeters.

Twee wetenschappers die zich bezighouden met denkvermogen en met AI en twee totaal verschillende benaderingen. Het is veelzeggend voor de stand van zaken in wetenschap en onderwijs als het gaat over verstandig gebruik van AI. Want terwijl scholen en universiteiten hun onderwijs halsoverkop proberen aan te passen aan het AI-tijdperk, is de onderliggende fundamentele vraag nog niet beantwoord.

‘Gouden eeuw van stompzinnigheid’

Wat doet AI met ons denkvermogen? Is het de ideale leraar die ons helpt slimmer te worden? Of maakt AI ons juist dommer omdat we ons denkwerk uitbesteden en ons tegelijk onderdompelen in een eindeloze stroom van afstompende video’s? De Britse krant The Guardian muntte alvast de term ‘gouden eeuw van stompzinnigheid’.

Zulke vragen worden steeds urgenter, nu het gebruik van generatieve AI meer en meer vervlochten raakt met het dagelijks leven. Zo’n 65 procent van de volwassen Nederlanders gebruikt generatieve AI, vooral chatbots zoals ChatGPT of Claude. In de groep 18 tot 35 jaar is dat zelfs 89 procent, bleek begin dit jaar uit onderzoek van Universiteit Twente.

Dat wijdverbreide gebruik, dat slechts in een paar jaar tijd is bereikt, is niet zonder gevaar, betogen experts. Als studenten of andere burgers een deel van hun denkwerk overlaten aan chatbots, dan lopen ze het risico kritische vaardigheden te verliezen.

Schrijven is denken

De Brits-Australische cognitiefilosoof Richard Menary stelde het heel simpel: schrijven is denken. Kort door de bocht: als chatbots dit werk overnemen, denken we zelf minder na en is er op de langere termijn sprake van breinrot, de populaire term die bij dit onderwerp al snel valt.

Psycholoog en schrijver Sanne Cornelissen beschreef eerder in een interview met de Volkskrant de vicieuze cirkel waarin mensen terecht kunnen komen: ‘Omdat je minder nadenkt, train je dit vermogen niet meer en word je onzekerder over je eigen vermogens, waardoor je je werk nóg weer vaker uitbesteedt aan AI en het steeds moeilijker wordt om zelf kritisch na te denken en te formuleren.’

De afhankelijkheid van chatbots en dus van de techbedrijven wordt daarmee steeds groter, waarschuwt cognitiewetenschapper Peeters. ‘Bedrijven als OpenAI hebben er een overduidelijk belang bij dat mensen in hun denken afhankelijk van ze worden. Dat is hun verdienmodel. Op een gegeven moment kan niemand meer terug.’

De gevolgen daarvan kunnen verstrekkend zijn. Als burgers niet meer worden opgeleid tot kritische denkers, dan slaat dat ook de bodem weg onder een gezonde democratie. ‘Als geautomatiseerde redeneringen onze eigen mogelijkheden om moreel en politiek na te denken verdringen, leidt dit tot wat ik ‘morele deskilling’ noem – het morele equivalent van een wereld waarin niemand meer de weg kan vinden met een kaart, omdat we volledig afhankelijk zijn van een gps’, schrijft de Schotse hoogleraar ethiek en AI Shannon Vallor in haar boek The AI Mirror.

Socrates

Bij navigatie zijn we wellicht bereid die ruil te accepteren, stelt ze. ‘Maar moeten we dezelfde afspraak accepteren wanneer het gaat om het uitbesteden van ons vermogen tot morele en politieke beraadslaging? Wat blijft er dan nog van ons over?’

Dit soort existentiële vragen is niet nieuw. Het oerargument tegen het gebruik van technologie die ons denkvermogen aantast komt van de Griekse wijsgeer Plato. Of misschien wel van zijn leermeester Socrates, die in Plato’s dialoog Phaedrus (4de eeuw voor Christus) wordt opgevoerd in een gesprek over het schrift. Het schrift, betoogt Socrates, verzwakt het geheugen omdat mensen vertrouwen op externe tekens. Ironie: Socrates zelf liet niets na, zijn leerling Plato wel. Inderdaad: via schrift.

Bij de komst van de boekdrukkunst klonk hetzelfde geluid. Voor monniken was het kopiëren van teksten niet alleen een (inefficiënte) manier van reproduceren, maar ook een vorm van studie, discipline en devotie. De dominicaan Filippo de Strata vergeleek de toen moderne drukpers met een ‘hoer’. De pen was een maagd.

Nog meer ironie: OpenAI-topman Sam Altman liet zich vorig jaar in een interview ontvallen dat hij graag naar de pen grijpt – in plaats van een toetsenbord – als hij echt moet nadenken.

Rekenmachine

Een ander veel aangehaald voorbeeld is de rekenmachine, die ertoe heeft geleid dat mensen minder goed kunnen hoofdrekenen. En toch wil niemand terug naar de tijd van vóór de rekenmachine, benadrukken enthousiaste gebruikers van chatbots dikwijls. Subtekst: waarom dan wel moeilijk doen over ChatGPT en consorten?

Die vergelijking gaat mank, zegt Peeters, omdat generatieve AI het hele denkproces kan overnemen: ‘De rekenmachine heeft een beperkte cognitieve reikwijdte.’ Ook Laura Koenders, onderwijskundig adviseur bij de Universiteit Utrecht, waakt voor het trekken van parallellen met eerdere technologieën als navigatie-apps of rekenmachines. ‘AI gaat ook over taal, en dus over denken. Er zijn niet zo veel scenario’s denkbaar waarbij je dat onderdeel wilt uitbesteden’, aldus Koenders.

Wat zegt onderzoek over de cognitieve achteruitgang als gevolg van het gebruik van chatbots? De bekendste studie is een experiment van het Massachusetts Institute of Technology. Het gaat om een kleinschalige studie, een zogeheten pre-print bovendien: het onderzoek is nog niet beoordeeld door vakgenoten. Maar de resultaten spreken zo tot de verbeelding dat journalisten wereldwijd over hoofdonderzoeker Nataliya Kosmyna heen buitelden toen ze in juni 2025 een eerste versie online zette.

In het experiment lieten Kosmyna en haar collega’s 54 deelnemers – hoofdzakelijk studenten – meermaals een essay schrijven. Eén groep moest dat volledig op eigen kracht doen; een tweede groep mocht wel het internet gebruiken, maar geen AI; en een derde groep kreeg volledige toegang tot ChatGPT.

Breinactiviteit

De onderzoekers hielden tijdens het maken van het essay de breinactiviteit van deelnemers bij, met behulp van EEG. De hersenactiviteit bleek het sterkst en het meest wijdverbreid bij de groep die zonder hulp het essay schreef. Vooral hersengebieden die in verband gebracht worden met creatieve ideevorming, lezen en schrijven waren actief. De hersenactiviteit van de AI-gebruikers scoorde het laagst.

Die verschillen bleven opvallend genoeg bestaan toen de onderzoekers de rollen omdraaiden en de groep die begonnen was met AI vervolgens helemaal zelf een essay moest schrijven. Hun hersenactiviteit bleek relatief laag, alsof hun brein in een soort slaapstand was gesluimerd.

Dat klinkt dramatisch, maar onderzoeker Peeters maakt een kritische kanttekening. Een hersenscan kan makkelijk aangezien worden voor een onomstotelijk biologisch feit. Kijk maar op de scan, we worden dommer! Maar hersenscans zeggen op zichzelf niet veel, benadrukt hij. ‘Je kunt zien dat er andere hersenverbindingen gemaakt worden, maar dat betekent niet meteen dat dit kwalijk is. Daar heb je gedragswetenschappelijk onderzoek bij nodig.’

Met andere woorden: een daling in bepaalde hersengolven of netwerkverbindingen wil niet per se zeggen dat het brein niet meer werkt, maar dat proefpersonen een andere cognitieve strategie hanteren. Bijvoorbeeld: het beoordelen en filteren van AI-suggesties in plaats van het ophalen van informatie uit het eigen geheugen.

Veelzeggender is, zo bezien, wat er gebeurde nadat de deelnemers aan het Amerikaanse onderzoek hun essay hadden ingeleverd. Geen van de AI-gebruikers bleek desgevraagd in staat ook maar één kloppende zin te reproduceren uit hun zojuist afgeleverde werk. De andere twee groepen hadden daar weinig moeite mee.

Cognitieve schuld

De onderzoekers gebruiken de term ‘cognitieve schuld’. Deze ontstaat bij het consequent uitbesteden van denkprocessen die moeite kosten. Op korte termijn levert dit gemak en tijdwinst op, maar op lange termijn bouwt de enthousiaste ChatGPT-gebruiker een schuld op in de vorm van verminderde kritische denkvaardigheden, lagere creativiteit of een verminderd geheugen.

Ook een grootschalig onderzoek dat deze zomer verscheen, geeft geen positieve indruk van wat AI doet met het denken. De onderzoekers volgden ruim 26 duizend middelbare scholieren in China gedurende dertig maanden. Aan het begin van de meetperiode (september 2022) gebruikte niemand nog AI. In de loop van de tweeënhalf jaar erna begonnen steeds meer leerlingen AI-gereedschap te gebruiken. Daarnaast was er een controlegroep die helemaal geen AI inzette bij het huiswerk.

De groep AI-gebruikers behaalde al snel hogere cijfers voor huiswerk, terwijl ze er fors minder tijd aan besteedden. Tot zover het goede nieuws. Wanneer leerlingen examens in de klas moesten afleggen, daalden hun resultaten dramatisch: binnen zes maanden met gemiddeld 20 procent.

Bij het vermijden van mentale inspanning bouwden ze een cognitieve achterstand op, concluderen de onderzoekers. Scholieren die evenveel tijd aan hun huiswerk bleven besteden en AI hooguit als ondersteuning gebruikten, ervoeren ondertussen nauwelijks leerverlies.

Chatbot kan ook helpen

Er zijn ook studies die aantonen dat AI studenten wel degelijk kan helpen, of op zijn minst geen schade berokkent. Voorwaarde daarbij is wel dat de chatbot heel bewust wordt ingezet. In een grootschalig experiment onder middelbare scholieren vergeleek Hamsa Bastani (Universiteit van Pennsylvania) een speciaal ontwikkelde ‘AI-tutor’ met de standaardversie van ChatGPT.

Deze tutor was voorzien van didactische zijwieltjes: hij gaf geen directe antwoorden, maar stelde gerichte vragen en gaf hints op basis van veelgemaakte fouten. Bij het maken van oefenopgaven waarbij scholieren hulp van AI kregen, scoorden beide groepen hoger dan de leerlingen die géén AI gebruikten. De gewone ChatGPT leidde tot 48 procent hogere prestaties, bij de AI-tutor was het zelfs 127 procent.

Het grote verschil zit bij de examens. De ChatGPT-gebruikers zakten hier door het ijs: hun scores daalden gemiddeld met 17 procent ten opzichte van de controlegroep zonder AI-hulp. Bij de AI-tutorgebruikers bleven de prestaties vergelijkbaar. Alle AI-gebruikers bleken hun geleerde vaardigheden te overschatten.

Het is een bekende valkuil, zegt Peeters: ‘Als je ondersteuning hebt in de vorm van een chatbot, overschat je je eigen capaciteiten. Je denkt al snel: o ja, dit antwoord is precies het antwoord dat ik zelf ook in mijn hoofd had.’ Peeters vergelijkt het met het voortijdig opzoeken van de antwoorden op wiskundeopgaven die achter in een studieboek staan. ‘Ook daar denk je al snel dat je daar zelf ook wel was opgekomen.’

AI-tutor

In een ander onderzoek, met Harvard-studenten, pakte de hulp van een AI-tutor nog beter uit. De studenten volgden allemaal hetzelfde natuurkundevak. Het ene deel kreeg een actieve, klassikale natuurkundeles, het andere studeerde thuis met een speciaal ontwikkelde AI-tutor.

De groep studenten die het vak met behulp van AI kreeg, leerde meer in minder tijd, bleek uit een toets die de studenten voor- en achteraf maakten. Die positieve resultaten waren volgens de onderzoekers vooral te danken aan het feit dat de individuele AI-tutor les op maat gaf: studenten kregen feedback en uitleg al naargelang hun niveau. Een menselijke tutor zou vermoedelijk hetzelfde resultaat bereiken, aldus de onderzoekers.

Het onderzoek dat er ligt, geeft geen klip en klaar antwoord op de vraag of AI dommer maakt, resumeert hoogleraar Van der Stigchel. ‘Het flauwe wetenschappelijke antwoord is: soms wel en soms niet. Het hangt ervan af hoe je AI gebruikt. Gebruik je het om de diepte in te gaan, of laat je jezelf kritisch overhoren door AI, dan leer je er juist van.’

Dat is volgens Van der Stigchel de crux: de mentale inspanning die we leveren. Moeten onze hersenen hard kraken, dan blijft kennis beter hangen. ‘Gebruik je ChatGPT om een bepaalde wiskundesom uit te laten leggen en ga je vervolgens zelf oefenen, dan leer je. Maar laat je Chat de sommen voor je maken, dan steek je er niets van op.’

Boodschappenlijstje

De term die vaak valt in deze discussie, is ‘cognitive offloading’, oftewel: we delegeren denkwerk aan iets anders, iets buiten ons. Daar is niet per se wat mis mee, zegt Koenders. Neem iets simpels als een boodschappen- of to-dolijstje. Dit type uitbesteding maakt ruimte vrij in het hoofd om aan andere, complexere zaken te besteden, zoals probleemoplossing.

En soms kan het opschrijven juist ook bijdragen aan een beter begrip: het maken van schriftelijke aantekeningen tijdens een college dwingt het brein om de informatie samen te vatten en te herstructureren.

Maar net als Van der Stigchel waarschuwen ook Koenders en Peeters voor het gedachteloos uitbesteden van het denken in de vorm van chatbots die maar antwoorden blijven spuien. Koenders: ‘Leren kost moeite. Je moet stof blijven herhalen, je moet moeite doen. Dat is allemaal onderdeel van het proces. De bedrijven achter de commerciële chatbots doen er juist alles aan om die frictie weg te nemen.’ ChatGPT is dan een wel heel verleidelijke afslag: ‘Veel studenten moeten veel ballen tegelijk in de lucht houden, of hebben weinig tijd. Bijna niemand is er tegen bestand.’

Tweedeling

Speciaal ontworpen AI-tutors zouden dit probleem kunnen wegnemen. Daarnaast denkt Peeters ook aan wat hij ‘reflectiemachines’ noemt: ‘Je kunt AI-systemen inzetten om socratische vragen te stellen. Ook bij artsen bijvoorbeeld, of juristen. Zo’n machine geeft geen antwoorden, maar stelt vragen. Bijvoorbeeld: heb je ook aan deze alternatieve verklaring gedacht? En zo ja, waarom heb je die verworpen?’ Het is niet per se een fijne ervaring, geeft Peeters toe: ‘Je moet zelf frictie creëren, bijvoorbeeld door expliciet te maken op basis waarvan je een besluit neemt.’

Deze manier van AI gebruiken vraagt kennis en discipline. Is het denkbaar dat er uiteindelijk een tweedeling ontstaat, tussen een groep gebruikers die AI gedachteloos inzet en er cognitief op inlevert en een groep die chatbots heel bewust gebruikt en er juist slimmer van wordt?

Dat is al gaande, denkt hoogleraar Van der Stigchel. ‘Er is al een groep die AI verkeerd gebruikt. Daarom is het zo belangrijk dat er meer kennis komt over hoe je het verstandig kunt gebruiken. Dat is een taak voor scholen: informeer je leerlingen hoe ze het slim kunnen gebruiken, want dat ze het gebruiken is een feit. Maar ik hoop dat volwassenen dit stuk ook lezen en erover gaan nadenken.’

Alles over tech vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next