Home

Oud-hoogleraar wordt leraar op een islamitische basisschool – en zoekt de verbinding aan de hand van de zespuntige ster

Na zijn emeritaat aan de Universiteit Leiden ging oud-hoogleraar Jos van den Broek aan de slag bij een islamitische basisschool. Hij raakte geïntrigeerd door de davidster. En zo werd die zespuntige ster de basis van een inspirerend doeboek.

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Hij gaf les als hoogleraar en noemt zichzelf nu met een knipoog laagleraar. Biochemicus Jos van den Broek (75), die negen jaar geleden afscheid nam als hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden, geeft nu als vrijwilliger les op een islamitische basisschool.

Daar doet hij proefjes met de kinderen, leert ze hun nieuwsgierigheid ontwikkelen en soms neemt hij ze mee naar het Wereldmuseum in het centrum van Leiden, waar we deze middag met zijn tweeën in de Aziëzaal staan, voor een vitrine over de liturgie in jodendom, christendom en islam. Een van de tentoongestelde voorwerpen is een Thorakleed met drie davidsterren – de stervorm die Van den Broek intrigeert, omdat hij hem niet alleen als joods symbool tegenkwam, maar ook vaak in een Marokkaanse en islamitische context.

De begeleidende tekst legt uit dat de zespuntige davidster een joods symbool is, het kruis christelijk en dat de punten van de vijfpuntige ster verwijzen naar de vijf zuilen van de islam. Het ergert Van den Broek een beetje. Want juist de zespuntige ster was ook voor moslims belangrijk, zegt hij, als het zegel van Sulaiman (of Salomo). De vijfpuntige ster had al eeuwen diezelfde betekenis. De latere populaire duiding van de vijf punten als de vijf zuilen van de islam lijkt een moderne interpretatie.

Hij heeft oude muntjes bij zich, keurig verpakt, met zespuntige sterren erop. Als hij die op zijn basisschool, Er-Risèlèh, laat zien en vraagt waar ze vandaan komen, weten de kinderen het antwoord wel: uit Israël.

Maar de muntjes komen uit Marokko, waar veel van de scholieren wortels hebben. Het is geld dat sultan Moulay Slimane in 1795 introduceerde met het zegel van Sulaiman erop, een beschermend symbool.

Abraham en Ibrahim

Van den Broek vertelt de scholieren die hij lesgeeft over koning David en diens zoon Salomo, die in het Arabisch Dawoed en Sulaiman heten. Vader en zoon komen zowel in de (Hebreeuwse) Bijbel als in de Koran voor, en hoewel de verhalen niet hetzelfde zijn, vallen de kinderen de overeenkomsten wel op. En zodra ze begrijpen dat de Bijbelse aartsvader Abraham en de profeet Ibrahim uit de Koran dezelfde persoon zijn, realiseren ze zich dat de God uit de Bijbel en die uit de Koran dan ook wel dezelfde zal zijn.

Dat is waar Van den Broek naar zoekt: verbinding tussen culturen. Zijn interesse in de zespuntige ster mondde uit in een boek, Ik zie sterretjes! waarvan de ondertitel luidt Leren elkaar te begrijpen aan de hand van symbolen. Het gaat over stervormen, van de vier- tot de zestienpuntige. Hij beschrijft waar je ze vindt (op munten, postzegels, vlaggen), waar je ze ziet (als je met een laser door een zeef schijnt, op de foto’s van de telescoop Hubble), hoe je ze in elkaar knutselt (met vouwpapier of met ijsstokjes en splitpennen; je kunt ze ook borduren) en welke rol ze hadden in de geschiedenis.

Het is een inspiratieboek voor docenten, uitgegeven door zijn eigen uitgeverijtje Micromys (de dwergmuis Micromys minutus is het kleinste knaagdier van Europa, tussen 5 en 8 centimeter groot). Ik zie sterretjes! is voortgekomen uit een wedstrijd van de Universiteit Leiden. Die vroeg vorig jaar onder de noemer Verderkijkers om ideeën over de universiteit in 2075, bij het 500-jarig bestaan.

Van den Broek was een van de drie prijswinnaars. ‘Ik dacht: ik kan het wel over AI hebben’, zegt hij. ‘Maar wat is nou echt heel erg belangrijk op dit moment? Dat is toch elkaars culturen beter leren kennen. Daar wilde ik wat mee doen. En de zespuntige ster kom je gewoon overal tegen.’ Hij bladert naar de pagina in het boek waar hij alle stervormen in een matrix heeft gezet, zodat je in een oogopslag ziet dat de zespuntige ster een rol speelt in verreweg de meeste van de veertien levensbeschouwingen en stromingen die hij noemt.

Wijscokar

Van den Broek schrijft boeken uit passie, zegt hij zelf. Maar hij is ook een idealist, die niet voor niets wil dat we elkaar via sterren leren begrijpen. Proefjes voor een betere wereld, heette zijn vorige (doe)boek, dat verscheen bij Boom, en dat hij Lessen voor een betere wereld had willen noemen (‘de uitgeverij wilde het anders’).

Hij wil de wereld een beetje beter maken, culturen verbinden en kinderen leren dat leren leuk kan zijn. Hij kwam op de islamitische school terecht nadat een juf hem dat had gevraagd. Zij had hem zien optreden met zijn ‘Wijscokar’, waarmee hij ‘twijfelschappelijk’ onderzoek aan de man bracht.

De Wijscokar was een omgebouwde bakfiets waarmee Van den Broek twee jaar lang buurtfeesten, festivals, speeltuinen en scholen bezocht. Leiden had in 2022 de titel Europese wetenschapsstad gekregen, die wetenschap en maatschappij moest verbinden. In dat kader was Van den Broek gevraagd of hij ideeën had en ideeën heeft hij altijd.

In de Wijscokar vervoerde hij allerlei interessante spullen en kinderen waren welkom om die te onderzoeken. ‘Meestal nam ik eigen vondsten van het strand mee. Een walviswervel. Of de schedel van een bruinvis die ik heb gevonden. Ik ben een spa gaan halen, heb de kop ervan afgehakt en die schoongemaakt. Mijn buren waren niet blij, want dat stonk natuurlijk ontzettend. En nog steeds kun je aan die schedel ruiken. Je kunt er ook aan voelen, misschien lik je eraan. Kinderen vinden het spannend om dingen in hun handen te hebben. Maar ik zeg niet wat het is. En als er ouders bij zijn zeg ik: jullie moeten je mond houden, want jullie weten het toch niet.

‘We hebben ook de kaak van een walvis gevonden op het strand, mijn vrouw en ik, en de grote wervel van een vinvis. Zo’n wervel is een wonderlijk ding, met uitsteeksels die op hoorns lijken. Laat hem zien aan een kind en dat wil het direct op zijn hoofd zetten.

‘Dan vraag ik: Wat is het? Hoe weet je dat? Waarom denk je dat? Waar zou het hebben gezeten? En dan is er altijd wel een slimmerd die zegt: zou die misschien in zijn rug hebben gezeten?

‘En wat voor een beest zou het dan zijn geweest? Een mammoet, denken ze allemaal.’

Hart, hoofd, handen: zo moet onderwijs zijn ingericht, vindt Van den Broek. Voelen en doen, onderzoeken en denken. Zelf vond hij het vreselijk op school.

‘Ik zie nu ook kinderen die compleet afknappen op klassikaal onderwijs. Dat is zo pijnlijk. Ik heb een jongen die de mooiste vragen stelt. Meester, waarom draaien de planeten eigenlijk om de zon? Waarom vliegen ze niet uit de bocht? En hoe zit het met de Melkweg? Dat kan ik hem uitleggen. Dat snapt-ie. Hij heeft een enorme drive om te leren. Maar hij heeft een rugzak van hier tot Tokio, met ADHD. En dan denk ik: die jongen heeft helemaal niets aan een gewone school.

‘Kinderen een blokje van 1 kubieke centimeter in handen geven werkt zoveel beter dan ze uitleggen wat een centimeter is.’ Hij heeft het zelf laatst nog een groep laten doen. ‘Dan groeit er wat in die hoofdjes.’

Evolutie

Op zijn islamitische school is hij gewoon meester Jos. Problemen met het team of met ouders heeft hij niet, al houdt hij wel rekening met hun levensbeschouwing. ‘Ik heb in groep 8 standaard een les over wetenschap en Koran. Dat is spannend, want over bepaalde dingen zal ik het niet zo makkelijk hebben. De evolutie kan, de oerknal, en dat daarvoor ruimte noch tijd bestonden. Maar de evolutie van de mens is een punt dat ik niet aanraak.’

Eerder, in de Aziëzaal, vertelde hij bij een grote afbeelding van Hanuman, de hindoeïstische godheid die de gedaante heeft van een mensachtige aap, dat er tijdens een schoolbezoek moeders waren die de ogen van hun kinderen afdekten.

‘Ik heb weleens een muziekinstrument meegebracht naar school en toen bleek dat sommige ouders dat niet fijn vonden.’ Orthodoxe en traditionele stromingen in de islam beschouwen muziek als verboden. ‘Nou ja, dat zijn die heel kleine momenten dat ik denk: o, wat jammer. Maar voor de rest is het een rijke omgeving waar heel veel positiefs gebeurt.’

Lukt het, om de wereld een beetje beter te maken? ‘Uh, ik help soms een kind vooruit. En ik denk dat dat genoeg is. Ik kan de wereld niet in mijn eentje beter maken, maar er zijn andere mensen die dat ook willen. Er is genoeg om optimistisch over te zijn. En ik kan wel mensen inspireren. Meer kan ik niet en meer hoeft ook niet.’

‘Eén jongetje zei: meester, u laat mijn brein groeien. Nou. Dat is het dus.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next