Home

Hoe de NPO zich verslikte in het Songfestival: ‘We slaan een pleefiguur’

Eindeloos veel telefoontjes, koppen koffie en overleg achter gesloten deuren: de NPO haalde alles uit de kast om Nederland volgend jaar toch naar het Songfestival te krijgen. Tevergeefs, bleek afgelopen week. Reconstructie van de ‘heilloze weg’ die de NPO volgens betrokkenen in is geslagen.

Topberaad in het NPO-gebouw in Hilversum, afgelopen maandag. Bijna alle publieke omroepen zijn aangeschoven, net als de Raad van Bestuur en mediadirecteur Jurre Bosman van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Er hangt groot nieuws in de lucht: maakt de top van de NPO bekend dat Nederland toch niet meedoet aan het Eurovisiesongfestival volgend jaar?

Ruim een maand lang hebben Bosman en NPO-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz alles in het werk gesteld om omroepen aan boord te krijgen. Zelfs het ‘white label-scenario’ – een omroepnaam uit beeld houden om die omroep over de streep te trekken – is voorbijgekomen. Maar na al die belletjes en koffiemomentjes is de conclusie bitter: niemand ziet het zitten om zijn naam te verbinden aan de Nederlandse deelname aan het Songfestival.

Het uitbundige liedjesfestijn is te gepolariseerd geworden. Bovendien past het simpelweg niet bij de signatuur of missie van de meeste omroepen. Er zit voor Bosman en De Ranitz daarom niet anders op dan een pas op de plaats te maken en dat nieuws dinsdagochtend naar buiten te brengen.

Laatste poging

Toch waagt Lisa Versteeg maandag nog een laatste poging om de Nederlandse deelname mogelijk te maken. Volgens de zakelijk bestuurder van WNL wil haar omroep de kar best trekken, maar alleen als daarvoor genoeg steun is van andere omroepen. Voor WNL alleen is die opdracht te groot.

Binnen een paar uur blijkt dat die steun er niet komt. De volgende ochtend om 10 uur maakt de NPO haar besluit kenbaar aan pers en publiek. Hoewel er volgens De Ranitz ‘aanvankelijk voldoende draagvlak’ was in gesprekken met omroepen, is er ‘geen goede vorm’ gevonden om het plan uit te voeren.’

In Hilversum overheerst aan de ene kant de opluchting – beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, immers. Tegelijkertijd is de verbijstering groot: had de NPO echt niet kunnen zien aankomen dat dit plan in deze vorm onuitvoerbaar zou blijken? ‘We slaan een pleefiguur’, constateert een ervaren omroepbestuurder.

Historisch besluit

Terug naar eind augustus dit jaar, als Avrotros voor het tweede jaar op rij bekendmaakt dat zij geen Nederlandse inzending voor het Songfestival zullen verzorgen. Maandenlang is door de omroep gepraat met de top van de European Broadcasting Union (EBU), de organisator van het evenement. Die blijft echter onvermurwbaar bij de veranderingen die Avrotros vraagt ten aanzien van de deelname van Israël.

In december 2025 is Avrotros tot een voor Nederland historisch besluit gekomen. De omroep, al sinds 2010 de huisomroep van het Songfestival, heeft de EBU laten weten af te zien van een Nederlandse inzending. De editie van 2025 is tumultueus verlopen: de Israëlische inzending Yuval Raphael wint bijna dankzij een opvallende hoeveelheid publieksstemmen, vermoedelijk het gevolg van een door de Israëlische overheid opgezette promotiecampagne.

De EBU scherpt de regels aan, maar houdt ondanks de kritiek van meerdere landen vast aan Israëlische deelname. Na een bijeenkomst met alle EBU-landen in Genève in december 2025 laat Avrotros-directeur Taco Zimmerman daarom weten dat Nederland in mei 2026 ontbreekt, op de 70ste verjaardag van het Songfestival. De omroep weet zich daarbij gedekt door de NPO. Die zal geen andere omroepen benaderen om de Nederlandse inzending over te nemen, is de afspraak met Avrotros.

Aan zijn stand verplicht

Voor de editie van 2027 liggen de kaarten anders. Mocht Avrotros opnieuw afhaken, dan zal de NPO zich nu wel inspannen om een Nederlandse inzending mogelijk te maken. De top van de NPO ziet het evenement niet alleen als een kijkcijferkanon, dat jaarlijks tot de best bekeken programma’s behoort, maar vindt ook dat Nederland het aan zijn stand verplicht is om mee te doen. Bovendien is de top ervan overtuigd dat veel Nederlanders een Nederlandse inzending steunen – Israël of niet.

Ook de term verbinding binnen de NPO valt vaak: in een steeds meer gepolariseerde wereld geldt het Songfestival als een plek waar acts uit heel Europa in betrekkelijke harmonie cultuur kunnen bedrijven. Daarnaast kan deelname een springplank zijn voor beginnende artiesten.

Op 23 september meldt de NPO dan ook dat Nederland er volgend jaar mei in Bulgarije alsnog bij is. De constellatie waarin dat moet gebeuren is bijzonder: niet een omroep, maar een ‘onafhankelijk team van deskundigen’ wordt verantwoordelijk voor de Nederlandse inzending. Net als in 2026 doet de NOS de voorbeschouwing, het verslag en het commentaar.

Verwondering

Op het Mediapark is de verwondering groot. Weet de top van de NPO wel zeker dat ze dit kan waarmaken? Tijdens de oriënterende telefoontjes die mediadirecteur Bosman met de omroepen pleegt, steekt niemand meteen zijn vinger op. BNNVara, Powned en Omroep Zwart zeggen om diverse redenen nee tegen medewerking, maar de NPO houdt hoop dat in elk geval een van de weifelende omroepen alsnog overstag gaat.

De EO bijvoorbeeld zegt Bosman niet meteen af, al laat een liedjesfestijn vol schaars geklede en extravagante acts zich moeilijk rijmen met de waarden van de omroep. ‘Verbinden is ook onze missie, maar dan mensen verbinden in geloof, hoop en liefde’, zegt een woordvoerder desgevraagd.

De EO vindt wel dat het evenement thuishoort bij de publieke omroep en is daarom bereid mee te denken met de NPO. Medewerkers mogen zich op persoonlijke titel aansluiten bij het externe team dat zich over de productie en de Nederlandse inzending moet buigen. ‘We wisten intern wel wie daar enthousiast over zouden zijn’, aldus de woordvoerder.

Lange lijst met vragen

De lijst met vragen die de omroepen voor de NPO-top hebben, wordt intussen steeds langer. Ondanks het veelvuldige contact met De Ranitz en Bosman worden veel omroepbestuurders weinig wijzer. Zeven van hen – BNNVara, Avrotros, VPRO, EO, Powned, Human en Omroep Zwart – gieten daarom hun lijst met vragen in een brief aan de NPO-top, begin oktober.

Niet de deelname aan het Songfestival staat volgens hen ter discussie, maar het proces dat tot de Nederlandse inzending zou moeten leiden. Het is gebruikelijk dat omroepen en de NPO gezamenlijk hun schouders zetten onder grotere evenementen, zoals de Top 2000 en Serious Request. Besluiten worden daarbij in samenspraak genomen. ‘Die route lijkt nu niet te zijn gevolgd’, schrijven de bestuurders, die zich ook afvragen uit welke middelen de Nederlandse deelname wordt betaald en via welke omroep deze financiering loopt.

Boze brief

Een week later komt daar een boze brief overheen die is ondertekend door 400 omroepmedewerkers. Ze voelen zich geschoffeerd door het besluit van de NPO om zich toch met het Songfestival in te laten. Onaanvaardbaar vinden ze het ‘dat de wens om aan een entertainmentprogramma deel te nemen zwaarder weegt dan de talloze levens van mensen die worden vermoord.’

Terwijl de NPO-top koortsachtig zoekt naar mogelijkheden om het plan vlot te trekken, roeren ook politici in Den Haag zich. Een dag nadat de brief van de boze omroepmedewerkers is verstuurd, stelt Mohammed Mohandis vragen aan minister Rianne Letschert over de gang van zaken rond het Songfestival.

Het Tweede Kamerlid van Pro wil weten of de NPO als ‘taakorganisatie zonder uitzendlicentie’ wel de inhoudelijke verantwoordelijkheid kan dragen voor de Nederlandse inzending. En of de NPO omroepen kan dwingen om die inzending mogelijk te maken.

Van tafel

Een minister moet binnen drie weken antwoord kunnen geven aan de Tweede Kamer. Maar nog voor die termijn is verstreken, is het Songfestivalplan al van tafel. Tegenover de Volkskrant ontkent De Ranitz afgelopen dinsdag dat Bosman en zij de sentimenten bij de omroepcollega’s hebben onderschat. ‘We wisten dat het veel emoties zou oproepen. Dus dat de discussie er zou komen, daar waren we wel op voorbereid.’

De NPO heeft de ‘pauzeknop’ ingedrukt. Meedoen in 2028 blijft het doel, zegt Bosman. ‘We zijn er namelijk van overtuigd dat het Eurovisiesongfestival bij de publieke omroep hoort, als een van de grootste internationale culturele evenementen rond muziek, verbinding en diversiteit.’

De NPO is vanaf het begin een heilloze weg ingeslagen, constateren meerdere omroepbestuurders. ‘Het Songfestival is een ontzettend gepolariseerd onderwerp’, zegt Akwasi Ansah, creatief directeur van Omroep Zwart en (namens de publieke omroepen en de NPO) vice-voorzitter van de televisiecommissie van de EBU. ‘Dan snap ik heel goed dat geen enkele omroep voor de NPO de kastanjes uit het vuur wil halen. Ja, het is een kijkcijferkanon. Maar publieke waarden staan nog altijd boven kijkcijfers en bereik.’

Ander motief

Voormalig NTR-directeur Paul Römer stelt dat omroepen ook een ander motief hadden om zich zo massaal tegen het plan te keren. Het brede front is volgens hem ook een statement tegen de werkwijze van de NPO, die zich volgens omroepen soms te veel met de inhoud van programma’s bemoeit.

Römer: ‘De omroepen hebben een streep getrokken door te zeggen: tot hier en niet verder. Dit is heel duidelijk een boodschap naar de dag van morgen. Zo van: NPO, denk maar niet dat jullie straks in de nieuwe omroepwet weer jullie oude spelletjes kunnen spelen, want dat accepteren wij als omroepen niet meer. Dit is geen discussie geweest over de toekomst van het Songfestival, maar over de toekomst van het omroepbestel.’

Al heeft de NPO dankzij de Songfestivalsoap toch iets bijzonders voor elkaar gekregen, constateert Römer. ‘Voor het eerst in de televisiegeschiedenis zijn de omroepen een blok gebleven en hebben ze zich niet laten uitspelen.’

Voor dit verhaal is de afgelopen weken met dertien betrokkenen gesproken. Enkelen van hen wilden alleen praten op voorwaarde van anonimiteit, ook omdat de gedeelde informatie vaak vertrouwelijk is.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next