Twee dagen na de dodelijke treinramp staken Spaanse machinisten vanwege een gebrek aan veiligheid en is het politieke moddergooien begonnen. Ondertussen vragen sommige Spaanse treinreizigers in Toledo zich af wat er aan de hand is met hun ooit zo geliefde hogesnelheidslijn.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Het treinstation van Toledo ligt er een dag na de dodelijke treinramp in Urda wat verlaten bij. Niet omdat er de dag ervoor zo’n 65 kilometer ten zuiden van de stad twee hogesnelheidstreinen op elkaar klapten, maar omdat de machinisten van nationale spoorwegmaatschappij Renfe eerder al hadden besloten vanaf middernacht 24 uur lang te staken ‘ter bescherming van de spoorwegveiligheid’ in Spanje.
Vandaag rijden er daarom bussen, die op en neer pendelen tussen station Toledo en Madrid, dat op zo’n vijftig minuten hiervandaan ligt. Uit één van de arriverende bussen komt Javier Fernandez Martín (23). Hij begrijpt de machinisten wel. ‘Wat gisteren is gebeurd, is niets nieuws’, vertelt hij net buiten het in neomudejarstijl gebouwde treinstation. De uit Toledo afkomstige student neemt elke twee maanden de hogesnelheidslijn vanuit Barcelona, waar hij studeert. ‘Dagelijks zijn er door heel Spanje incidenten op het spoor.’ Hoewel die volgens hem niet zo ernstig zijn als het dodelijke ongeval van gisteren, gebeurt het te vaak dat treinen te laat komen, uitvallen of om onduidelijke reden stilstaan op het spoor. ‘Je merkt dat er een gebrek aan geld is in de treinsector’, zegt hij. ‘Machinisten zijn die precaire situatie zat.’
Eerder dit jaar vond ook al een machinistenstaking plaats. Aanleiding daarvoor waren treinongelukken in januari in de buurt van Adamuz (46 overledenen door een barst in het spoor) en Gelida, waar de machinist overleed nadat een trein op brokstukken van een ingestorte keermuur botste. Volgens de vakbond waren beide ongevallen te wijten aan een ‘ontoelaatbare situatie van constante verslechtering van het spoor’.
Op het perron van het treinstation staat Beatriz (57). Ze is ‘bedroefd’ over het treinongeluk, maar dat weerhoudt haar er niet van de trein te blijven gebruiken. ‘Ik heb vertrouwen in het systeem’, zegt ze op zachte toon. Wel noemt ze het ‘heel zorgelijk’ dat er in nog geen tien maanden tijd zeker 116 doden zijn gevallen. ‘Maar je kunt niet leven met angst.’
Ietsje verderop zit David (23) uit Madrid te wachten op een trein die door de staking niet zal komen opdagen. ‘Praktisch dagelijks’ zit hij in de trein naar Toledo. Er is volgens hem van alles mis met het treinverkeer, zoals vertragingen of plotselinge stops, maar ‘nooit heeft het door mijn hoofd gespookt dat ik kan doodgaan in de trein’.
‘Ik probeer er zo min mogelijk aan te denken, omdat ik geen andere keuze heb’, zegt hij. ‘Hoe meer ik eraan denk, hoe banger ik word. Het vertrouwen in Renfe is niet groot, dat is iets wat zeker is.’
David is niet de enige Spanjaard wiens vertrouwen in het treinnetwerk het afgelopen jaar is aangetast. Uit cijfers van het Spaanse Nationaal Instituut voor de Statistiek (INE) blijkt dat de Spaanse hogesnelheidslijn tot juni van dit jaar 3,3 miljoen minder reizigers had in vergelijking met dezelfde periode in 2025. De daling van alle hogesnelheidstreinen bij elkaar bedroeg 15,5 procent. Volgens de krant ABC is dit met uitzondering van de pandemie veruit ‘de grootste terugval in de gehele geschiedenis van de hogesnelheidslijn’.
Het is extra opvallend aangezien het hsl-netwerk altijd een van de paradepaardjes was van de Spaanse regering. Met bijna 4.000 kilometer aan hogesnelheidsspoorlijn beschikt Spanje over het meest uitgebreide netwerk van Europa. Wereldwijd heeft alleen China, dat negentien keer zo groot is, een groter netwerk.
Het is daarom des te pijnlijker dat bij twee van de drie treinongelukken dit jaar uitgerekend de breed geliefde hogesnelheidstreinen betrokken zijn. ‘We schepten altijd op over onze treinen’, zegt Fernandez Martín. Die trots lijkt hem nu niet meer zo gepast. ‘Het voelt onveilig, het systeem is oud en moet gerenoveerd worden.’
Hij vindt ook dat bepaalde mensen hun ‘politieke verantwoordelijkheid’ moeten nemen. In het bijzonder richt Fernandez Martín – en de publieke opinie – zich tot Oscar Puente, de Spaanse Transportminister die de treinramp van woensdag toeschreef aan een storing in de verkeersleidingcentrale in combinatie met menselijk handelen. ‘We kunnen allemaal fouten maken. Ik vind het een schande dat je iemand probeert te beschuldigen die probeert zijn werk goed te doen’, zegt Fernandez Martín. ‘Uiteindelijk zijn politici degenen die onze veiligheid moeten garanderen en nu de consequenties moeten ondervinden.’
David is het met hem eens. ‘Puente moet aftreden. Niet omdat de botsing zijn schuld is, maar omdat onder zijn verantwoordelijkheid twee ongelukken zijn gebeurd.’ Het maakt volgens David niet uit dat de verkiezingen, op 29 november, voor de deur staan. ‘Het is een kwestie van trots.’
Op parlementair niveau is het politieke moddergooien inmiddels ook begonnen. Zo kwalificeerde oppositieleider van de Partido Popular, Albert Feijóo, het feit dat de Transportminister de schuld van het ongeval bij een verkeersleider zou leggen als ‘lichtzinnig’. Volgens Feijóo moet Puente opstappen nog voordat een onderzoek naar de oorzaak is afgerond. Eerder dit jaar beschuldigde de oppositieleider premier Pedro Sánchez er al van dat zijn kabinet het ‘prestige’ van de treinen als ‘Spaans merk’ had ‘verkwist’.
Beatriz vindt het allemaal maar niks, dat vingerwijzen. ‘Mijn bejaarde moeder vertelde me ooit dat politici in haar tijd elkaar ook van van alles beschuldigden, maar achter gesloten deuren’, zegt ze. ‘Nu lijkt het net een circus.’ In plaats van dat constante bakkeleien ziet Beatriz liever dat Spaanse politici meer samenwerken. ‘Los de fout op, zoek oplossingen en help elkaar. Dan komen we een stuk verder.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant