Net als in het originele ‘Cats’-verhaal moet één van de katten het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Maar in deze versie zijn de katten beroemde kunstwerken die tot leven komen. Dat levert magische scènes op.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
Even scheert tijdens de première van Cats – Het meesterwerk één losgeraakte kattenstaart als plumeau langs de knap nagebootste eregalerij van het Rijksmuseum. Deze vindingrijke Nederlandse vernieuwing van de wereldberoemde musical Cats (1981) speelt zich niet af op een vuilnisbelt, zoals het origineel, maar tussen de schilderijen van grote meesters uit de (grotendeels) Nederlandse kunstcanon.
Om middernacht komen daarop afgebeelde personen als katten tot leven. Dat levert magische scènes op, zoals de opening, waarin alle schutters, de tamboer en het mascottemeisje op Rembrandts Nachtwacht uit de lijst stappen en swingend het jaarlijkse Jellicle-kattenbal openen.
Kapitein Frans Banninck Cocq, met witte molensteenkraag, transformeert met kattenoren op tot de erudiete Jellicle-leider, nu Wijze Metusalem geheten. Hij kiest tijdens het bal een kat die mag overgaan naar een nieuw leven (de hemel of het graf, naar ieders eigen interpretatie).
Dat wordt natuurlijk de buitengesloten, eenzame oude diva Grizabella, die een brokaten mantel draagt van schilderijenlijsten, met daaronder een goudglanzende avondjurk met print van Gustav Klimt. Ruim twee uur worden op de composities van Andrew Lloyd Webber (uit het zicht gespeeld door negen musici) een scala aan poezenpersonages voorgesteld via topstukken van beroemde schilders.
Vera Vlekkeloos (Melise de Winter) schenkt als Melkmeid van Johannes Vermeer schoteltjes vocht, wat een lekker volkse tapdansscène oplevert. Op rockende synthesizers springt Ram Bam Tijger (Davy Reedijk) als punker door alles heen, terwijl Pablo Picasso’s hoekige ogen van de videoprojecties spatten.
Ook de primaire kleuren van Piet Mondriaan razen voorbij. De mysterieuze Banksy (Pim Vergeldt als McSluwerik) raakt als criminele straatkunstenaar in gevecht met de gevestigde orde. Soms lijkt het een promo voor blockbusters uit de schilderkunst, alsof iemand met viltstift overal kattenoortjes en pluimstaarten bij heeft getekend.
Cats – Het meesterwerk had ook Rijksmuseum, de musical kunnen heten. Of beter Kunstcanon, de musical: ook andere werken, zoals die uit het Van Gogh Museum krijgen een kattenequivalent, al ontbreken schilderijen van vrouwelijke kunstenaars zoals van Marlene Dumas of Frida Kahlo. Door alle statige kostuums gaat helaas wel de onvoorspelbare kattenmotoriek verloren. Hun vloeiende, bijna zwevende sluipgang is vervangen door een menselijke mix van jazz, rock, ballet en pop, vaak op tippelende balletvoetjes en met weidse sprongen. Het ensemble opereert hecht in groepschoreografieën, frontaal op de museumtrappen, alsook in samenzang, waarin de goed verstaanbare Nederlandse vertaling verwijst naar Amsterdamse buurten.
Sommige vrouwenstemmen klinken te schel. Daar staat een gloedvolle vertolking van Memory (vertaald als Weemoed) door Nurlaila Karim als Grizabella tegenover. Ook Martijn Vogel pakt zijn moment als schmierend podiumbeest Ko. En Richard Spijkers verschaft met zijn klassiek geschoolde bariton Metusalem een warme wijsheid. Het getuigt van lef dat de Nederlandse musicalwereld deze week zowel een actuele, extreem politieke versie van Cabaret (1966) presenteert, als deze vernederlandste vernieuwing van Cats. Dus vergeet voor even maar het origineel en omarm deze laagdrempelige Kat & kunst, de musical.
Musical
★★★★☆
Door De Graaf & Cornelissen Entertainment i.s.m. LW Entertainment Limited. Muziek Andrew Lloyd Webber, regie Paul van Ewijk, vertaling Florus van Rooijen (naar gedichten van T.S. Eliot).
19/10, Koninklijk Theater Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 25/10. Tournee t/m 6/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant