Het is een tijd geleden dat Bas van Putten in een auto reed met zo’n eigen sfeer. Dat hij het bereik van 575 kilometer in een kille herfstweek niet haalde, neemt hij Lexus dan ook beperkt kwalijk.
De Lexus ES 350e verenigt reusachtigheid met beschaving, niets aan de auto oogt agressief. Zo had een moderne Citroën CX eruit kunnen zien als Citroën Citroën was gebleven.
Ik kocht een vogeltje. Het stond in de etalage van een Japanse snuisterijenwinkel in Wenen. Het was van steen, de kleuren waren prachtig, het keek lief. Op het kopje zat als een soort pet een piepklein dekseltje. Ik was betoverd. Het was een schenkflesje voor sojasaus, legde de verkoopster uit, het snaveltje was een tuitje. Het kostte enkele tientjes. Voor het driedubbele had ik het ook gekocht en hogere bedragen had ik overwogen met een goed verhaal. Schoonheid mag onbetaalbaar zijn. Bloeden is een eer voor wat het aan esthetische voldoening waard is.
Bij auto’s werkt het anders. Dat zijn gebruiksvoorwerpen en concurrenten. Je kiest niet de mooiste maar de beste of minst slechte voor het geld. De klant koopt geen technisch gedateerde stekkerauto omdat hij fraaier is dan beter presterende concurrenten. Hoe wil Lexus de ES 350e slijten in een wereld vol Mercedessen en BMW’s met enorme accu’s en dito uithoudingsvermogen? De Mercedes C-klasse haalt tot 700 kilometer op een lading, de BMW i3 50 xDrive volgens BMW tot 900. Wat heeft de gigantische Lexus met zijn relatief nietige 72 kWh-batterij zonder de 800 volt-technologie van Mercedes en BMW tegen die concurrenten in te brengen?
Bidirectioneel laden, waarbij de accu als een soort thuisbatterij fungeert, kan hij ook niet en een laadsnelheid tot 150 kW is in deze klasse bijna middeleeuws: BMW gaat tot 400. Waarom heeft Japan niet hoger ingezet? Omdat Lexus het zo mooi genoeg vindt. Rationeel bezien is het dat ook. Voor zijn grootte is de ES 350e efficiënt. Met een verbruik van 18 kWh per 100 kilometer haal je meestal 400 kilometer, voor de meeste automobilisten voldoende. Alleen denkt niemand: dan laad ik gewoon een keer extra, hij is zo mooi, dan maar onpraktisch. Niemand kijkt naar hem zoals ik naar dat vogeltje. De markt vindt hem alleen maar achterlijk.
Toch is hij met vergelijkbare bekoring een esthetisch aantrekkelijk object, zachtaardig reusachtig, een walvis met een vijfsterrensuite in zijn buik. Binnen veel ruimte, warme kleuren en deurpanelen van bamboestroken in een aangeharkte Piet Hein Eek-stijl, ’s nachts mild verlicht in het verweerde zwart-wit van oude etsen. In geen tijden reed ik een auto met zo’n eigen sfeer. En het was de schuld van Wouter Koolmees.
Ik had met de trein naar Amsterdam gewild, maar die reed niet. Wisselstoring. Op station Groningen wist niemand hoe het zat. De informatieborden informeerden niet, ik hoorde geen omroeper oorzaak en gevolgen helder en verstaanbaar uitleggen, het spoorwegpersoneel tastte in het duister over de hervatting van de dienstregeling. Het was allemaal zo verpletterend amateuristisch als ik me de NS herinnerde van toen ik het ov met een diep haatgevoel vaarwel zegde. Ik voelde de institutionele onverschilligheid van een bedrijfscultuur die alleen onder dwang presteert.
Terwijl de Lexus een zorgzame auto is, afgewerkt met de Japanse precisie die ik de spoorwegen van harte aanbeveel. En gegarandeerd prikkelvrij. Geen miserabele treinpoëzie op deuren. Geen bellende proleten in stiltecoupés. Geen zwartrijders die de conducteur uit overlevingsdrang laat lopen. Geen stinkende buren. En substantieel lagere kosten. Voor mijn retourrit Groningen–Amsterdam was ik dankzij een straatpaaltarief van 31 cent per kWh grofweg 20 euro aan stroom plus 6 euro voor parkeren kwijt.
Het flatscreen achter het stuur is vormgegeven als het meterhuis van een traditionele auto, met ronde klokken. Tussen de verlichte touch-knoppen op de middenbalk de volumeregeling voor de audio.
Het beklede paneel aan de bijrijderskant herbergt een infrarood verwarmingselement.
De zitting van de comfortabele bestuurdersstoel is met een druk op de knop te verlengen en die luxe gun je de bijrijder ook, de zittingen zijn wat kort.
De van bamboestroken vervaardigde sierpanelen in de deuren geven de auto sfeer. De stereo van Lexus’ vaste audioleverancier Mark Levinson is top.
Peanuts bij de 119,88 euro die de NS incidentele gebruikers berekent voor een eersteklasretour Groningen – Amsterdam CS. Een Flex Dal Voordeel-abonnement had à raison van 6,35 euro per maand die prijs met 40 procent kunnen drukken als ik de terugweg ook binnen de daluren had afgelegd, helaas. Anderzijds zat ik dankzij Wouter Koolmees nu in een vorstelijk stille elektrische limousine met die prachtige Mark Levinson-audio in de file bij Emmeloord het klimaat te redden. Spoorwegvrienden gaan aanstonds honend twitteren wat die Lexus kost en wat dat doet met het reële kostenplaatje. Sorry reaguurders, hij reed tenminste. En hoe.
Dat ik het opgegeven bereik van 575 kilometer in een kille, winderige herfstweek niet haalde neem ik Lexus beperkt kwalijk. Bij tegenwind en lage temperaturen lever je in elektrische auto’s 10 tot 20 procent bereik in, als het echt koud wordt meer – zo temperatuurgevoelig zijn batterijen nu eenmaal. Helaas weten klanten wat je bij BMW of Mercedes of een van de Chinese nieuwkomers aan harde prestatiecijfers krijgt. Zo werkt de markt. Mensen kopen geen esthetische objecten, ze kopen een concurrent. De ES 350e is dat vogeltje. Helaas een heel duur vogeltje. Was hij maar kunst geweest.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie