Home

Vaker ziek van een mug in Europa: tropische virussen maken een snelle opmars

Zeker tweeduizend Europeanen werden afgelopen zomer in eigen land ziek van een muggenvirus dat daar voorheen niet voorkwam, blijkt uit nieuwe Europese cijfers. In Nederland moeten afgelopen jaren zeker tienduizend mensen besmet zijn met het westnijlvirus.

is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Alsof Europa lijdt aan een schimmelinfectie. Een gelevlekjesziekte, die zich vanuit Italië en Zuid-Frankrijk langzaam over de landkaart verspreidt. Zó ziet de plattegrond van Europa eruit die het Europese centrum voor ziektepreventie ECDC vrijdag uitbracht.

Maar van schimmel is geen sprake. De vlekjes op de kaart markeren de steeds verdere opmars van muggenkoortsen die voorheen alleen voorkwamen in tropische landen. In het noorden won het westnijlvirus terrein: België beleefde zijn eerste uitbraak, in Nederland overleden zeker tien mensen aan de gevolgen van de muggenziekte. In Zuid-Frankrijk, Italië, Griekenland en Spanje waren intussen tientallen uitbraken van tropische muggen- en tekenziekten met on-Europese namen: chikungunya, dengue, Krim-Congo.

Ook in de steden en dorpen van Europa vallen die namen dus steeds vaker, blijkt uit de jongste cijfers van het ECDC, in een terugblik op het muggenseizoen van dit jaar, dat afloopt. ‘We wisten wel dat de kans op grotere uitbraken van het westnijlvirus toeneemt’, zegt infectieziektemodelleur Mariken de Wit (Wageningen Universiteit). ‘Maar dit jaar vond ik de toename wel heel hoog.’

‘Waar we naartoe gaan, is een toekomst waarin we net als in tropische landen omgaan met de risico’s van muggenbeten’, verwacht ook Chantal Reusken, viroloog bij het RIVM. ‘Met horren, deet, lange mouwen en broekspijpen: dat soort zaken.’

21 ‘nieuwe’ Europese regio’s

Afgelopen jaren werd het westnijlvirus, dat een griepachtige ziekte kan geven met koorts en spierpijn, jaarlijks bij gemiddeld zo’n zevenhonderd Europeanen vastgesteld. Dit jaar schoot dat aantal omhoog naar 1.965, verdeeld over twintig landen. En dat zijn alleen de patiënten van wie we het weten – veruit het grootste deel krijgt geen symptomen, of ziekt thuis uit.

De ziekte dook bovendien op in 21 ‘nieuwe’ Europese regio’s, gebieden waar het virus voorheen niet voorkwam. Van de ontdekte patiënten overleden er 130, voor zover de ECDC weet, de meeste in Italië en Griekenland – wat neerkomt op een overlijdensrisico van een op vijftien, bij de ergst zieke patiënten. Daarnaast waren er verspreid over Europa meer dan vijfhonderd uitbraken bij paarden, een dier dat gevoelig is voor het virus.

Ten dele zal de toename komen doordat virusjagers alerter zijn en er meer wordt getest. Maar de hoofdoorzaak is een andere, zegt De Wit: het opwarmende klimaat. ‘De opvallendste factor was dat we een zeer warm voorjaar hebben gehad, en een erg warme zomer.’ Vooral dat warme voorjaar maakt verschil: ‘De virusontwikkeling in de mug gaat dan sneller, en de mug wordt actiever en bijt vaker.’ Met als gevolg meer besmettingen, en een snellere circulatie van het virus.

Een andere gedachte, zegt De Wit, is dat droogte het virus wellicht in de kaart speelt. ‘Er zijn dan minder plekken met water. Met mogelijk als gevolg dat vogels en muggen elkaar meer tegenkomen, zodat de muggen het virus vaker oppikken uit vogels.’

Net als het verwante usutuvirus – nog zo’n exotische naam – huist het westnijlvirus namelijk vooral in vogels. Daarvandaan kunnen muggen het virus via hun steeksnuit overbrengen naar mensen, die enkele dagen tot een week na de beet ziek worden (áls ze klachten krijgen). Besmettelijk van mens op mens is het virus doorgaans niet.

Frankrijk meldde intussen 182 gevallen van chikungunya, een virusziekte die meelift op de bij ons nog zeldzame tijgermug en die zich wél van mens naar mens kan verspreiden. Chikungunya kan leiden tot plotse hoge koorts en overal pijn: in de gewrichten, de spieren, het hoofd.

En in Italië liepen zeker 73 mensen dengue op (knokkelkoorts), ook een muggenziekte: twee keer zoveel als vorig jaar. De zeer gevaarlijke tropische, ebola-achtige bloederziekte Krim-Congokoorts, verspreid door de reuzenteek Hyalomma, werd intussen vastgesteld bij vier Spanjaarden. Die hadden de ziekte in eigen land opgelopen, terwijl het virus er vóór 2010 niet voorkwam.

Onopgemerkte besmettingen

Het grote verschil met Nederland: de tijgermug (en de reuzenteek) is hier nog exotisch. ‘Maar ik denk dat we uit het algemene beeld wel kunnen concluderen dat deze ziekten oprukken en ook richting Nederland komen’, zegt De Wit. ‘Het is een kwestie van tijd voordat ze ons bereiken.’

Het westnijlvirus waart in Nederland al zeker sinds 2020 elk jaar rond, ontdekten intussen RIVM-wetenschappers, onder leiding van viroloog Reusken. De wetenschappers analyseerden oude bloedmonsters van een steekproef vrijwilligers uit de jaren 2020-2023 en zagen elk jaar wel patiënten met antistoffen tegen het westnijlvirus (of het usutuvirus).

Hun besmettingen zullen onopgemerkt zijn gebleven, doordat ze niet erg ziek werden of artsen er niet op letten. Losjes omgerekend, moeten in die vier jaar al snel een slordige 9.500 mensen in Nederland westnijlvirus hebben opgelopen, becijfert het RIVM. Dat betekent ook dat een stuk of honderd patiënten ernstig ziek moeten zijn geworden, waarvan een onbekend aantal zal zijn overleden, vaak overigens oudere en al zieke mensen.

Inmiddels zijn er sterke aanwijzingen dat het westnijlvirus hier overwintert, vertelt Reusken desgevraagd. Een van de virussen die dit jaar in ons land rondging, is genetisch identiek aan dat van 2025. ‘Dat maakt het heel waarschijnlijk dat er overwintering heeft plaatsgevonden.’ Onbekend is overigens wáár het virus ‘s winters verblijft, in vogels of in muggen in winterrust.

Tijgermug in Nederland

Nu is het afwachten wanneer de tijgermug zich definitief in Nederland vestigt. Daarmee zouden ook het dengue- en het chikungunyavirus mogelijk een ‘snelweg’ krijgen, om zich via muggenbeten van mens naar mens te verspreiden. ‘We verwachten dat dit binnen nu en enkele jaren gaat gebeuren’, vertelt Reusken.

Dengue en chikungunya zelf zijn nog niet gevestigd in Europa, legt Reusken uit. ‘In Zuid-Europa zie je elk jaar uitbraakjes ontstaan als reizigers deze virussen in hun bloed meenemen. Waarna de tijgermug ervoor zorgt dat er transmissie kan plaatsvinden, overdracht van mens op mens.’ Over de Krim-Congoteek is ze minder bezorgd: ‘Daarvan is echt wel het idee dat hij hier nog niet kan overleven.’

Ook Reusken is verrast door het hoge aantal westnijlinfecties van dit jaar. Wat naast het warme voorjaar en droogte mogelijk meespeelt, is dat veel vogels in onze streken nog niet immuun zijn voor het virus, denkt ze. Daardoor raken ze makkelijker besmet. Als vogels uiteindelijk meer immuun raken, is er vaak enkele jaren minder westnijlvirus – waarna een nieuwe generatie vogels zich aandient, en er weer een nieuwe verspreidingsgolf kan plaatsvinden.

‘Alle puzzelstukjes moeten op de juiste plek vallen, voordat het virus zich kan gaan verspreiden’, vertelt ze. Maar het is geen goed teken dat het de afgelopen jaren vrijwel iedere zomer lukte. ‘We wisten uit vogels al dat het virus ook in de jaren 2020-2023 op laag niveau in ons land gecirculeerd heeft. En nu dus ook dat er toen besmettingen zijn geweest bij mensen’, maakt ze op uit het onderzoek van de bloedmonsters.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next